Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BX3653

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18-09-2012
Datum publicatie
18-09-2012
Zaaknummer
11/00776
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BX3653
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Bewijsklacht. De HR leest de bewezenverklaring met herstel van een misslag. Aangezien in die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft 's Hofs kennelijke vergissing niet tot cassatie te leiden. 2. Slagende bewijsklacht m.b.t. pleegplaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1158
NJB 2012/2048
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

18 september 2012

Strafkamer

nr. S 11/00776

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 25 januari 2011, nummer 21/000114-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Haarlem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, teneinde haar op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

2. Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"1. hij in de periode van 01 juni 2005 tot en met 10 juli 2007 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Zwitserleven en/of UCB Hypotheken BV heeft bewogen tot het teniet doen van een inschuld (te weten het aangaan van het verstrekken van een hypothecaire geldlening) en tot de afgifte van een geldbedrag (Euro 178.000,-), hebbende verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid (zoals uit de door verdachte en/of medeverdachte aan de Hypotheekshop BV te Utrecht en/of UCB Hypotheken BV en/of Zwitserleven verstrekte werkgeversverklaring en salarisstrook over de maand juni 2005 blijkt) de hoedanigheid aangenomen van een bonafide werknemer van [A] BV door zich voor te doen alsof hij, verdachte,

- een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst bij [A] BV sinds 09 januari 2004 (in de functie van meewerkend voorman) en

- een maandsalaris had van (ongeveer) Euro 2.239,00 en

- een brutoloon SV (jaarsalaris) had van (ongeveer) Euro 17.345,62 en

- de uitbetaling van de hiervoor genoemde salaris/tegoeden plaatsvond op rekeningnummer [001], ten name van hem, verdachte, waardoor Zwitserleven en/of UCB Hypotheken BV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

2. primair

hij in de periode van 01 juni 2005 tot en met 10 juli 2007 te Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander schriftelijke documenten, te weten een werkgeversverklaring en een salarisstrook (over de maand juni 2005) (verstrekt aan de Hypotheekshop BV te Utrecht en/of UCB Hypotheken BV en/of Zwitserleven, ten behoeve van een aanvraag voor een hypothecaire geldlening) - zijnde geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt immers heeft zijn mededader valselijk en in strijd met de waarheid in die geschriften vermeld dat hij, verdachte

- een arbeidsovereenkomst had voor onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst bij [A] BV sinds 09 januari 2004 (in de functie van meewerkend voorman) en

- een maandsalaris had van (ongeveer) Euro 2.239,00 en

- een brutoloon SV (jaarsalaris) had van (ongeveer) 17.345,62 en

- de uitbetaling van de hiervoor genoemde salaris/tegoeden plaatsvond op rekeningnummer [001], ten name van hem, verdachte,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken."

2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 1], financieel rechercheur B van politie Utrecht, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0911/07-219524, gesloten en getekend op 10 juli 2007 te Utrecht, als bijlage (p.28-32) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de op 10 juli 2007 gedane aangifte namens ZwitserLeven en UCB Hypotheken -zakelijk weergegeven-:

Namens ZwitserLeven ben ik uit hoofde van mijn functie gerechtigd tot het doen van aangifte van strafbare feiten die gepleegd zijn ten nadele van ZwitserLeven en (namens) UCB Hypotheken B.V.

ZwitserLeven houdt zich onder andere bezig met het verstrekken van hypothecaire geldleningen als gevolmachtigde van UCB Hypotheken B.V. UCB Hypotheken B.V. treedt hierbij op als geldgever en ZwitserLeven als bemiddelaar. UCB Hypotheken maakt gebruik van het verkoopapparaat van ZwitserLeven.

ZwitserLeven wenst aangifte te doen ter zake valsheid in geschrifte en/of (poging tot) oplichting tegen

1. [Verdachte] (het hof begrijpt: verdachte).

2. [A].

Op 23 augustus 2005 ontving ZwitserLeven een aanvraag voor een hypotheek via een tussenpersoon genaamd: De Hypotheekshop 920 te Utrecht. De aanvraag betrof een hypothecaire lening voor een bedrag van 178.000,00 euro in verband met oversluiting van de hypotheek met betrekking tot het pand gelegen aan de [a-straat 1] te Utrecht.

Door de voornoemde tussenpersoon zijn de als bijlage I bijgevoegde stukken namens [verdachte] bij ZwitserLeven aangeleverd. De tijdens het acceptatieproces aangeleverde werkgeversverklaring van [A] wordt op 20 juli 2005 ondertekend door [betrokkene 1]. Tevens ontvingen wij een salarisspecificatie over de maand juni 2005 en verdere relevante stukken. Op 6 september 2005 is hierop volgend door ZwitserLeven een offerte uitgebracht onder nummer [002]. De hypotheek is, nadat het acceptatieproces was doorlopen, op 16 november 2005 gepasseerd bij de notaris. De geldlening ad. 178.000,00 euro is vervolgens verstrekt.

Op 6 juni 2007 ontving ik van [betrokkene 2] (van UCB Hypotheken B.V.) het volgende bericht:

"Vanmorgen ben ik gebeld door [betrokkene 3] van de gemeente Eindhoven, afdeling sociale zaken. [...] Daarnaast heeft [betrokkene 3] te kennen gegeven dat door hem niet wordt begrepen waarom die hypothecaire lening is verstrekt, aangezien de schuldenaar sinds 1984 een sociale uitkering heeft gehad via UWV in verband met arbeidsongeschiktheid volgens WAO normen 80% - 100%".

Uit eerdergenoemde salarisspecificatie over de maand juni 2005 van [A] schoonmaakdiensten kon worden opgemaakt dat het salaris zou worden uitbetaald op rekeningnummer [001]. Uit een bijgevoegd rekeningafschrift van de ABN Amro Bank blijkt met betrekking tot rekening [001] de navolgende tenaamstelling: [verdachte], [a-straat 1], [postcode] Utrecht. Derhalve heb ik omstreeks 6 juni 2006 contact opgenomen met de veiligheidsafdeling van de

ABN-Amro te Amsterdam en deze bevestigd dat in het jaar 2005 waarin de hypotheek tot stand is gekomen nimmer een salarisstorting heeft plaatsgevonden van [A]. Er vonden uitsluitend stortingen plaats door het UWV uit hoofde van een WAO-uitkering. Teneinde om te verifiëren of [verdachte] in het jaar 2005 een of meerdere dienstverbanden heeft gehad is contact opgenomen met het UWV. Na telefonisch contact met het UWV bleek dat er in het jaar 2005 met betrekking tot [verdachte] geen geregistreerde dienstverband(en) bekend zijn, maar uitsluitend sprake was van een WAO-uitkering. Daarom is gerechtvaardigd te stellen dat de salarisspecificatie van juni 2005 niet op waarheid berust en dat er geen dienstverband volgens de geleverde werkgeversverklaring, heeft bestaan in 2005. Aan de salarisspecificatie valt op dat de maand juni 2005 opeens 31 dagen zou hebben in plaats van 30.

ZwitserLeven had de in de aangifte beschreven hypothecaire lening nooit geoffreerd als zij had geweten dat er vermoedelijk sprake was van het opgeven van niet juiste gegevens/bescheiden.

2. Het als bijlage op pagina 34-35 bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een aanvraagformulier voor een offerte voor een ZwitserLeven Hypotheek, op 23 augustus 2005 ondertekend door verdachte.

3. Het als bijlage op pagina 38-39 bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een werkgeversverklaring voorzien van een handtekening van [betrokkene 1], voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Naam werkgever: [A]

Naam werknemer: [verdachte]

In dienst sinds: 9 januari 2004

Functie: meewerkend voorman

De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of is aangesteld in vaste dienst.

Bruto jaarsalaris: € 26.868,-

Vakantietoeslag: € 2.149,-

Vaste 13e maand: € 2.239,-

4. Het als bijlage op pagina 40 bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een salarisspecificatie van [A], voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Datum 31/06/2005

[A]

[Verdachte] (het hof begrijpt: verdachte)

Salaris: 2.239,00

Uitbetaling banknr. [001]

Brutoloon SV 17.345,62

5. Het als bijlage op pagina 57 bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een offerte uitgebracht door ZwitserLeven, gedateerd 6 september 2005, op naam van aanvragen [verdachte] voor een te lenen bedrag van EUR 178.000,00.

6. Het als bijlage op pagina 359 bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid, zijnde een hypotheekakte, gedateerd 20 september 2005, inhoudende -kort gezegd - de verstrekking van een hypotheek van € 178.000,00 aan [verdachte], met als onderpand [a-straat 1] te Utrecht.

7. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, en [verbalisant 1], financieel rechercheur politie Utrecht, opgemaakt proces-verbaal, gesloten en getekend op 23 oktober 2007 te Utrecht, als bijlage (p.368-376) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte -zakelijk weergegeven-:

Ik heb de woning [a-straat 1] te Utrecht in 2002 gekocht. Ik heb hiervoor een hypotheek afgesloten. Eind 2005 heb ik de hypotheek over gesloten voor EUR 178.000,-.

Volgens mij heette de bank UCB-hypotheken. Bij de Hypotheekshop werden mij vragen gesteld. Op het aanvraagformulier voor een offerte voor een ZwitserLeven Hypotheek staat mijn handtekening. Het zou kunnen dat ik een werkgeversverklaring en loonstrook aangeleverd heb. Ik weet dat ik mijn bankafschriften van mijn ABN Amro rekening aan de adviseur heb getoond. De loonstrook zou ik aangeleverd kunnen hebben. De werkgeversverklaring heb ik gevraagd volgens mij aan het bedrijf van mijn halfzus [betrokkene 1]. De loonstrook moet van [A] komen.

8. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, en [verbalisant 1], financieel rechercheur politie Utrecht, gesloten en getekend op 23 oktober 2007 te Utrecht, als bijlage (p.377-380) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte -zakelijk weergegeven-:

Het bankrekeningnummer [001] is mijn bankrekening.

9. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, en [verbalisant 1], financieel rechercheur politie Utrecht, genummerd 07-219524, gesloten en getekend op 24 oktober 2007 te Amsterdam-Zuidoost, als bijlage (p.384-386) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1] -zakelijk weergegeven-:

[A] was een eenmanszaak, die ik geheel voor eigen rekening dreef. Ik deed zelfde administratie. Er waren geen activiteiten binnen de onderneming. Ik heb nimmer een opdracht gehad. Ik heb nooit iemand in dienst gehad. Er was geen omzet. Mijn broer [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte) is bij mij gekomen. Hij vertelde mij dat hij met een woning of hypotheek bezig was. Hij drong bij mij aan voor een werkgeversverklaring. Ik heb ingestemd. Hij vertelde dat hij zijn hypotheek wilde oversluiten en daarvoor had hij deze werkgeversverklaring nodig. [Verdachte] is mijn halfbroer. Ik heb de werkgeversverklaring op zijn verzoek ingevuld. Ik heb een loonstrook vervaardigd. Ik heb de gegevens afgeleid van een oude salarisstrook van mijzelf. Ik wist dat hij die loonstrook nodig had voor de aanvraag van een hypotheek. Ik heb deze salarisstrook aan mijn broer gegeven. Door [A] heeft nooit een betaling op de rekening [001], zoals vermeld op de loonstrook, plaatsgevonden. Ik heb de loonstrook en de werkgeversverklaring met onjuiste gegevens opgemaakt."

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel keert zich tegen het onder 1 bewezenverklaarde "het teniet doen van een inschuld" door het "aangaan van het verstrekken van een hypothecaire geldlening".

3.2. De hiervoor onder 2.2 weergegeven bewijsmiddelen houden in dat de verdachte zijn hypotheek wilde oversluiten en daartoe door middel van een valselijk opgemaakte werkgeversverklaring en loonstrook Zwitserleven en/of UCB Hypotheken BV heeft bewogen tot de verstrekking van een hypothecaire lening van € 178.000,-.

3.3. De Hoge Raad neemt aan dat als gevolg van een kennelijke misslag de tussen haakjes geplaatste nadere aanduiding "te weten het aangaan van het verstrekken van een hypothecaire geldlening" in de hiervoor onder 2.1 weergegeven bewezenverklaring van feit 1 is opgenomen. De Hoge Raad leest de bewezenverklaring met herstel van deze misslag. Aangezien in die lezing de aard en de ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel beschouwd niet worden aangetast, behoeft 's Hofs kennelijke vergissing niet tot cassatie te leiden.

4. Beoordeling van het tweede middel

4.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van feit 2 niet naar de eis der wet met redenen is omkleed, nu uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het valselijk opmaken van de geschriften heeft plaatsgevonden te Utrecht.

4.2. Uit de hiervoor onder 2.2 weergegeven bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat, zoals onder 2 is bewezenverklaard, het feit is gepleegd in Utrecht. De motivering van de bewezenverklaring schiet in zoverre dan ook tekort.

4.3. Het middel slaagt.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 2 tenlastegelegde en de strafoplegging;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 18 september 2012.