Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW8308

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14-09-2012
Datum publicatie
14-09-2012
Zaaknummer
11/02416
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW8308
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. Onteigening; vaststelling omvang inkomensschade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1115
JWB 2012/411
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

14 september 2012

Eerste Kamer

11/02416

DV/EP

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, verweerder in het

(gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. J.P. van den Berg,

t e g e n

GEMEENTE UTRECHT,

zetelende te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het

(gedeeltelijk voorwaardelijk) incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Gemeente.

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 223182 van de rechtbank Utrecht van 7 februari 2007, 4 april 2007 en 16 maart 2011;

Het vonnis van de rechtbank van 16 maart 2011 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de rechtbank van 16 maart 2011 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De Gemeente heeft - gedeeltelijk voorwaardelijk - incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Gemeente mede door mr. J.F. de Groot, advocaat te Amsterdam.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep en tevens van het incidenteel cassatieberoep, voor zover het voor behandeling in aanmerking komt.

De advocaten van partijen hebben bij brieven van 22 juni 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep;

veroordeelt de Gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 68,07 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is vastgesteld op 23 augustus 2012 en gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.