Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW7473

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
28-09-2012
Zaaknummer
11/05189
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW7473
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Kinderalimentatie. Bepaling draagkracht. Buiten beschouwing laten van in Franse taal opgestelde jaarstukken; art. 1.1.7 Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven. Deels verwerping met toepassing van art. 81 RO.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 392
Burgerlijk Wetboek Boek 1 404
Wet op de rechterlijke organisatie
Wet op de rechterlijke organisatie 81
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/1167
NJ 2012/550
NJB 2012/2114
JWB 2012/435
JPF 2013/5
PFR-Updates.nl 2012-0075
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 september 2012

Eerste Kamer

11/05189

DV/EP

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 156003/FA RK 09-1086 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 8 februari 2010;

b. de beschikking in de zaak 200.064.494 van het gerechtshof te Arnhem van 25 augustus 2011.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Partijen hebben tot eind 2008 een relatie met elkaar gehad. Uit die relatie zijn drie kinderen geboren (in 1994, 1996 en 2000).

(ii) De man is directeur-grootaandeelhouder van M.A.K. Publishing House B.V. (hierna: MAK). Daarnaast houdt hij 100% van de aandelen in Amstel Media S.A. (hierna: Amstel Media) te Luxemburg. Deze vennootschap houdt 100% van de aandelen in International Financial Publishers N.V. (hierna: IFP). IFP geeft het blad Banking & Finance uit. De man is uitgever en eindredacteur van dit blad en verrichtte deze werkzaamheden - tot de opheffing van MAK per 31 december 2009 - in dienst van MAK, dat de werkzaamheden doorbelastte aan IFP.

(iii) Sinds juni 2010 ontvangt de man een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Wet IOAZ).

3.2 De rechtbank heeft bij beschikking van 8 februari 2010 de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen met ingang van 20 maart 2009 bepaald op € 324,-- per kind per maand en vanaf 1 oktober 2009 op € 260,-- per kind per maand. De rechtbank is bij de bepaling van de draagkracht van de man uitgegaan van een inkomen uit arbeid van € 40.000,-- bruto per jaar.

Het hof heeft de beschikking bekrachtigd.

3.3.1 Middel 1 is gericht tegen rov. 4, waarin het hof heeft overwogen dat het de door de man overgelegde jaarstukken van Amstel Media over 2007 en 2008 niet in zijn beoordeling zal betrekken nu deze zijn opgesteld in de Franse taal en daarvan geen beëdigde vertaling is overgelegd, zodat het voor het hof niet mogelijk is om op verantwoorde wijze kennis te nemen van de inhoud van deze stukken.

3.3.2 Het middel klaagt dat het hof die jaarstukken niet buiten beschouwing mocht laten op de enkele grond dat geen beëdigde vertaling was bijgevoegd.

Bij de beoordeling van de klacht wordt vooropgesteld dat art. 1.1.7 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven bepaalt dat bij stukken die in een vreemde taal zijn gesteld, een beëdigde vertaling in de Nederlandse taal moet worden gevoegd, tenzij het eenvoudig leesbare stukken betreft, zoals de huwelijksakte en geboorteakte, gesteld in de Engelse, Franse of Duitse taal.

In het oordeel van het hof dat het niet mogelijk is om op verantwoorde wijze kennis te nemen van de inhoud van de jaarstukken, ligt besloten dat die stukken niet eenvoudig leesbaar zijn. Dit aan de feitenrechter voorbehouden oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. De klacht faalt dus.

3.3.3 Het middel klaagt voorts dat het hof de man in de gelegenheid had moeten stellen om alsnog een vertaling van de eerdergenoemde jaarstukken in het geding te brengen. Ook deze klacht is tevergeefs voorgesteld.

Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling heeft de voorzitter van de kamer van het hof medegedeeld dat het hof de jaarstukken van Amstel Media over 2007 en 2008 niet in zijn beoordeling zal betrekken, nu deze zijn opgesteld in de Franse taal en daarvan geen beëdigde vertaling is overgelegd. Tegen deze achtergrond had het op de weg gelegen van de man (die tijdens de mondelinge behandeling werd bijgestaan door zijn advocaat) om aan te bieden alsnog een beëdigde vertaling in het geding te brengen.

3.4 Middel 2 is onder meer gericht tegen het oordeel van het hof (rov. 12-16) dat in het kader van de berekening van de draagkracht van de man de winst van IFP over de jaren 2006-2009 gecorrigeerd moet worden met een bedrag van € 25.000,-- per jaar.

Het hof heeft overwogen dat de man niet voldoende inzicht heeft gegeven in het antwoord op de vragen waarop en waarom elk jaar voor een substantieel bedrag van ongeveer € 25.000,-- moet worden afgeschreven (rov. 12). Weliswaar heeft de man toegelicht dat het bij de in de jaarstukken van IFP over 2006-2009 genoemde afschrijvingen gaat om de goodwill op de waarde en/of de titel van het blad Banking & Finance (rov. 14), welke titel de man op enig moment heeft aangekocht, maar naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat tegenover de in die jaarstukken opgenomen afschrijvingen daadwerkelijk waardeverminderingen van die omvang staan (rov. 15). Dit oordeel - waarmee het hof kennelijk bedoeld heeft tot uitdrukking te brengen dat de man de omvang van de investering waarop de afschrijvingen betrekking hebben, onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt - kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet op juistheid worden onderzocht. Het is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd. De hiertegen gerichte klachten falen dus.

3.5 De overige klachten van middel 2 en de klachten van de middelen 3 en 4 kunnen evenmin tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 september 2012.