Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW7078

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
01-06-2012
Datum publicatie
01-06-2012
Zaaknummer
11/04482
Formele relaties
In cassatie op: ECLI:NL:CRVB:2011:BR5396
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Artikel 57 AWR. Gevolgen van niet kiezen van domicilie voor risico van belanghebbende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2012, 1703 met annotatie van Niessen-Cobben
V-N Vandaag 2012/1342
V-N 2012/28.8 met annotatie van Redactie
Belastingblad 2012/347 met annotatie van P. de Bruin
FED 2012/85 met annotatie van M.E. Oenema
BNB 2012/219
FutD 2012-1473
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

1 juni 2012

nr. 11/04482

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z, Marokko (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 augustus 2011, nr. 10/3757 AKW, betreffende een besluit ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet.

1. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1. Blijkens een door de griffier van de Centrale Raad van Beroep gestelde aantekening op de brief waarbij een afschrift van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is verzonden, is dit afschrift aangetekend aan partijen verzonden op 19 augustus 2011.

Blijkens een door de griffier van de Hoge Raad op het beroepschrift in cassatie gestelde aantekening is dit beroepschrift op 11 oktober 2011 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen.

Het beroepschrift in cassatie is derhalve niet ontvangen binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijn van zes weken, die in het onderhavige geval eindigde op 30 september 2011. Het is evenmin tijdig ingediend in de zin van artikel 6:9, lid 2, van die wet.

1.2. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 oktober 2011 in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. Bij aangetekende brief van 22 november 2011 heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden. Deze brief is tegelijkertijd bij gewone brief naar het door belanghebbende opgegeven adres verzonden. De aangetekende brief van 22 november 2011 is wegens onbestelbaarheid teruggezonden aan de Hoge Raad. Belanghebbende heeft niet op deze brieven gereageerd. Wel heeft hij de Hoge Raad bij brief van 6 februari 2012 laten weten dat zijn adres niet is veranderd.

1.3. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 oktober 2011 en nogmaals bij brief van 6 december 2011 gewezen op het bepaalde in artikel 57 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, op grond waarvan hij verplicht is een woonplaats in Nederland te kiezen. Tevens heeft de griffier hem daarbij meegedeeld dat de Hoge Raad, als belanghebbende geen woonplaats in Nederland kiest, de stukken zal zenden naar het door belanghebbende in het beroepschrift vermelde adres in Marokko en dat het risico dat de stukken hem dan niet of te laat bereiken voor zijn rekening komt. Naar aanleiding hiervan heeft belanghebbende bij brief van 26 december 2011, ter griffie ingekomen op 2 januari 2012, aan de Hoge Raad te kennen gegeven dat hij geen domicilie in Nederland kiest.

Het uitblijven van een reactie van belanghebbende op de geboden gelegenheid om mee te delen waarom de beroepstermijn is overschreden, brengt onder deze omstandigheden mee dat geen grond bestaat voor het oordeel dat hij ondanks die termijnoverschrijding niet in verzuim is geweest. Daarom moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

2. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren R.J. Koopman en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2012.