Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW6734

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-08-2012
Datum publicatie
10-08-2012
Zaaknummer
10/04073
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW6734
Procedure voortgezet met: ECLI:NL:GHAMS:2015:1908
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 8 EVRM. (Proces)belang bij toetsing maatregel uithuisplaatsing kind, ook na verstrijken van periode waarvoor maatregel gold.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/1822
RvdW 2012/1055
JWB 2012/394

Uitspraak

10 augustus 2012

Eerste Kamer

10/04073

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,

t e g e n

STICHTING BUREAU JEUGDZORG UTRECHT,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 277897 / JE RK 09-2822 van de rechtbank Utrecht van 24 december 2009;

b. de beschikking in de zaak 200.060.651 van het Gerechtshof te Amsterdam van 15 juni 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

BJZ heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot vernietiging en verwijzing.

3. Beoordeling van het middel

3.1 [Verzoekster] (hierna ook: de moeder) is de moeder van [het kind], geboren op [geboortedatum] 1996. Zij oefent alleen het gezag uit over [het kind], die sinds 24 november 2003 in een pleeggezin verblijft.

3.2 Bij beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Utrecht van 24 december 2009 is een eerder gegeven machtiging tot uithuisplaatsing van [het kind] verlengd tot 19 mei 2010, zulks met ingang van 1 januari 2010.

De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Het hof heeft haar bij beschikking van 15 juni 2010 niet-ontvankelijk verklaard in dit beroep op de grond dat zij daarbij geen belang meer had omdat de termijn van uithuisplaatsing inmiddels was verstreken.

3.3 Het hiertegen gerichte middel treft doel. In een geval als het onderhavige heeft de moeder, gelet op het door art. 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van het gezinsleven, een rechtens relevant belang om de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing te laten toetsen, en behoort haar mitsdien niet het procesbelang te worden ontzegd op de enkele grond dat de periode waarvoor de maatregel gold, inmiddels is verstreken (HR 20 april 2012, LJN BV6484). De beschikking van het hof kan derhalve niet in stand blijven.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 15 juni 2010;

verwijst het geding naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 10 augustus 2012.