Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW5613

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28-09-2012
Datum publicatie
28-09-2012
Zaaknummer
11/02122
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW5613
Verwijzing naar: ECLI:NL:GHDHA:2014:2057
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Onteigening. Bepaling werkelijke waarde onteigende. Plannen (als bedoeld in art. 40c, aanhef en onder 3, Onteigeningswet) waarvan invloed bij waardebepaling buiten beschouwing moet blijven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2012/554
RvdW 2012/1171
NJB 2012/2111
JWB 2012/430
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

28 september 2012

Eerste Kamer

11/02122

DV/DH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. BALLAST NEDAM ONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. AMSTELLAND VASTGOED B.V.,

gevestigd te Utrecht,

3. BALLAST NEDAM SIGMA B.V.,

gevestigd te Nieuwegein,

EISERESSEN tot cassatie,

advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,

t e g e n

de publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE ZUID-HOLLAND,

zetelende te 's-Gravenhage,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Ballast Nedam c.s. en de Provincie.

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak 74998/HA ZA 08-2238 van de rechtbank Dordrecht van 17 december 2008 en 2 maart 2011. Het vonnis van 2 maart 2011 is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Ballast Nedam c.s. hebben tegen het vonnis van 2 maart 2011 beroep in cassatie ingesteld.

De cassatiedagvaarding en het herstelexploit zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Tegen de Provincie is verstek verleend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

Bij brief van 25 mei 2012 heeft mr. J.F. de Groot, advocaat te Amsterdam, namens Ballast Nedam c.s. op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Onteigend is op de voet van art. 72a Ow ten behoeve van de aanleg van een rotonde op de kruising

Kwakscheweg-Stougjesdijk alsmede van de aanleg van de provinciale weg N217 vanaf de kruising

Kwakscheweg-Stougjesdijk tot aan de gedeeltelijk te reconstrueren rotonde Jan van der Heijdenstraat (omleiding Stougjesdijk), met bijkomende werken, in de gemeente Binnenmaas en Oud-Beijerland. Op de datum van de inschrijving van het vonnis van vervroegde onteigening (2 juni 2009) golden volgens het in 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Omleiding N217 Stougjesdijk", voor het onteigende, groot 02.87.50 ha, de bestemmingen "verkeersdoeleinden" en "natuur". Het onteigende was voorheen in gebruik voor agrarische doeleinden, maar op 2 juni 2009 al vervroegd in gebruik gegeven aan de Provincie ten behoeve van het werk waarvoor is onteigend.

3.2 De rechtbank heeft aan het onteigende, in overeenstemming met de primaire waardering van de deskundigen, een waarde van € 6,25 per m², totaal € 179.687,50, toegekend. De deskundigen baseerden die waardering op de bestemming "verkeersdoeleinden" en het voormalige agrarisch gebruik van het onteigende.

Het betoog van interveniënte Amstelland (dat erop neerkomt) dat een redelijk handelend koper die geen rekening zou houden met plannen voor de aanleg van het werk waarvoor onteigend wordt, bereid zou zijn een hogere dan de agrarische gebruikswaarde voor het onteigende te betalen in verband met een mogelijke toekomstige ontwikkeling van het gebied waarvan het onteigende deel uitmaakt die zou kunnen uitmonden in een meer rendabele bestemming, en dat daarom een hogere waarde als "verwachtingswaarde" behoort te worden vergoed, is door de rechtbank verworpen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen, kort gezegd, dat het onteigende de bestemming "verkeersdoeleinden" had en ook blijft houden na de onteigening en dat, als al sprake zou zijn van een wijziging van de bestemming in een rendabeler bestemming, dat in een dermate ver verwijderde toekomst zal zijn dat een redelijk handelend koper daaraan op dit moment geen betekenis zal hechten (rov. 2.9). Ook de visie van de deskundigen die aan het onteigende een hogere (verwachtings-)waarde, te weten gemiddeld € 15,-- per m², toekenden voor het geval dat de rechtbank bij de waardering de verkeersbestemming van het onteigende wegdenkt, brengt de rechtbank niet tot een hogere waardering, omdat zij het verweer van de Provincie onderschrijft dat het niet is toegestaan om de huidige verkeersbestemming weg te denken (rov. 2.11).

3.3 Het middel betoogt onder 1, onder meer, dat het oordeel van de rechtbank dat het niet is toegestaan om de huidige verkeersbestemming weg te denken, onjuist is, en verwijst in dat kader naar het arrest van de Hoge Raad van 9 juli 2010, LJN BL1634, NJ 2010/631. De klacht is gegrond. Indien de in een bestemmingsplan aan het onteigende gegeven bestemming bepaald is door een ten tijde van de vaststelling van dat plan al bestaand (concreet) plan voor de aanleg van een mede op het onteigende aan te leggen werk teneinde daarmee de juridisch-planologische onderbouwing en regeling te geven die de beoogde aanleg van dat werk mogelijk zal maken, moet dat bestemmingsplan in zoverre worden aangemerkt als behorende tot de in art. 40c, aanhef en onder 3°, Ow bedoelde plannen zodat de invloed daarvan buiten beschouwing moet blijven bij de bepaling van de werkelijke waarde van het onteigende. De rechtbank had derhalve behoren te onderzoeken of het in 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Omleiding N217 Stougjesdijk" valt aan te merken als behorende tot de plannen (als in art. 40c, aanhef en onder 3°, Ow bedoeld) voor de aanleg van de, mede op het onteigende geprojecteerde, provinciale weg N217 en had daarvan behoren te laten afhangen of bij de waardebepaling van het onteigende de invloed van de bestemming "verkeersdoeleinden" al of niet behoort te worden geëlimineerd.

3.4 In het verlengde van het voorgaande slagen ook de op onderdeel 1 voortbouwende klachten van de onderdelen 2a, 2b en 2d, gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat aan het onteigende geen verwachtingswaarde toekomt omdat (rov. 2.9) het onteigende al een bestemming "verkeersdoeleinden" had en na de onteigening ook blijft houden en omdat (rov. 2.11) het niet is toegestaan om die verkeersbestemming weg te denken. Immers aan dat oordeel ontvalt de grondslag indien het hiervoor in 3.3 bedoelde onderzoek tot de conclusie leidt dat bij de waardebepaling van het onteigende de invloed van de bestemming "verkeersdoeleinden" behoort te worden geëlimineerd.

3.5 De overige klachten behoeven geen behandeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 2 maart 2011;

verwijst het geding naar het gerechtshof te 's-Gravenhage ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt de Provincie in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ballast Nedam c.s. begroot op € 867,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter, de vice-president F.B. Bakels en de raadsheren J.C. van Oven, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 september 2012.