Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW5531

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-05-2012
Datum publicatie
15-05-2012
Zaaknummer
11/01402 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW5531
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Beschikking. Art. 10.1 Rijkswet cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Nu noch ingevolge de Rijkswet noch ingevolge enige andere wetsbepaling tegen een beschikking als i.c. cassatieberoep openstaat, moet betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/1330
RvdW 2012/744
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

15 mei 2012

Strafkamer

nr. S 11/01402 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 25 januari 2011, nummer HAR 217/2010, op een klaagschrift ingediend door:

[Klager], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C. Wendenburg, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het beroep in cassatie.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1. Art. 10, eerste lid, Rijkswet cassatierechtspraak voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba luidt:

"Partijen kunnen in strafzaken geen beroep in cassatie instellen tegen beschikkingen."

2.2. Nu noch ingevolge deze Rijkswet noch ingevolge enige andere wetsbepaling tegen een beschikking als de onderhavige cassatieberoep op de Hoge Raad openstaat, moet de betrokkene niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde beroep.

2.3. Aan het in de schriftuur vervatte betoog, dat ertoe strekt "het hier geldende cassatieverbod te doorbreken", moet worden voorbijgegaan omdat het openstellen van beroep in cassatie buiten de rechtsvormende taak van de rechter valt en daarom aan de wetgever moet worden overgelaten (vgl. HR 31 maart 1998, LJN ZD7279).

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 mei 2012.