Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW4899

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-06-2012
Datum publicatie
29-06-2012
Zaaknummer
10/05422
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW4899
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. Vordering tot nakoming overeenkomst; stelplicht en bewijslast. Klachten bewijslastverdeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/921
JWB 2012/327
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 juni 2012

Eerste Kamer

10/05422

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser], handelend onder de naam [A],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie, VERWEERDER in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: aanvankelijk mr. P. Garretsen, thans mr. K. Aantjes,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

2. [Verweerder 2],

3. [Verweerster 3],

4. [Verweerster 4],

5. [Verweerster 5],

allen wonende te [woonplaats],

6. [Verweerster 6],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie, EISERS in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. H.J.W. Alt.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] c.s.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak 148292/HA ZA 06-2059 van de rechtbank Arnhem van 10 januari 2007;

b. de vonnissen in verzet in de zaak 153401/HA ZA 07-479 van de rechtbank Arnhem van 4 april 2007 en 22 augustus 2007;

c. de arresten in de zaak 104.004.650 van het gerechtshof te Arnhem van 28 juli 2009 en 3 augustus 2010.

De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. [Verweerder] c.s. hebben voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principale beroep.

De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 21 mei 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen in het principale beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu de middelen in het principale beroep falen, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.