Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW3773

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
08-05-2012
Zaaknummer
11/02092
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW3773
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Slagende bewijsklachten medeplegen opzettelijk telen hennep en medeplegen diefstal elektriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/716
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 mei 2012

Strafkamer

nr. S 11/02092

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 29 november 2010, nummer 21/000543-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van de middelen

2.1. Het eerste middel klaagt dat het onder 1 bewezenverklaarde "medeplegen" van het opzettelijk telen van hennepplanten ontoereikend is gemotiveerd. Het tweede middel klaagt dat de onder 2 bewezenverklaarde diefstal van elektriciteit door twee of meer verenigde personen ontoereikend is gemotiveerd. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

2.2.1. Het Hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"1. hij in de periode van 04 augustus 2008 tot en met 29 september 2008 te Veenendaal tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft geteeld in een pand gelegen aan de [a-straat 1] aldaar een hoeveelheid van in totaal 366, hennepplanten zijnde hennep een middel vermeld op de hij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

2. hij in de periode van 04 augustus 2008 tot en met 29 september 2008 te Veenendaal, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, toebehorende aan Eneco Netbeheer BV, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed(eren)onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van verbreking van de verzegeling van de deksel van de hoofdaansluitkast."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsvoering:

"Met betrekking tot feit 1 en 2

1. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1], agent van politie Utrecht en [verbalisant 2], aspirant van politie Utrecht, opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 29 september 2008, pagina 12-14, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisanten, -zakelijk weergegeven-:

Op 28 september 2008 omstreeks 23.30 uur werden wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2], door de meldkamer gestuurd naar de [a-straat 2] te Veenendaal. De bewoonster van perceel [2] zou wateroverlast ondervinden van het bovengelegen perceel.

Wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2] zijn samen met de bewoonster [betrokkene 1] haar woning in gegaan om de wateroverlast te bekijken. Wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2] zagen dat er aan de achterzijde van de woning, ter hoogte van het balkon, water langs de leidingen naar beneden kwam stromen. Wij zagen dat de bewoonster van het perceel [2] aan de onderkant van de leidingen emmers had geplaatst om het water op te vangen. Wij zagen dat op de vloer rondom de leidingen, natte doeken lagen teneinde het water niet naar de ondergelegen woning te laten stromen.

Hierop zijn wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2] naar het bovengelegen perceel, [a-straat 1] te Veenendaal gegaan. Wij hebben meerdere malen aangebeld bij de voordeur van het perceel [1]. Hierop werd de deur niet geopend. Vervolgens hebben wij meerdere malen en op niet mis te verstane wijze duidelijk gemaakt dat er politie voor de voordeur stond en dat wij het openen van de voordeur verzochten.

Vervolgens heb ik, [verbalisant 1], telefonisch contact gezocht met de opzichter van woningbouwvereniging [A], [betrokkene 2], waarna wij, verbalisanten, van [betrokkene 2] voornoemd, de voordeur van het perceel [1] mochten openen om zo de wateroverlast te kunnen doen stoppen.

Hierop hebben wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2], op zondag 28 september 2008 omstreeks 23.50 uur de voordeur van perceel [a-straat 1] te Veenendaal geforceerd teneinde de wateroverlast te doen stoppen.

Wij, verbalisanten [verbalisant 1 en 2], hebben hierop de woning betreden.

Wij zagen dat in de woning licht brandde. Wij zagen dat er zich recht tegenover de voordeur een tweede deur bevond. Ik, [verbalisant 1], voelde dat deze deur niet geopend kon worden. Hierop heb ik, [verbalisant 1], ook deze deur geforceerd. Door de deur geopend te hebben kregen wij toegang tot een hal. Aan het eind van deze hal zagen wij een derde deur. Ik, [verbalisant 1], opende deze deur om zo toegang te krijgen tot de achterzijde van de woning, de plek waar het water vandaan zou moeten komen. Wij zagen dat dit een vertrek betrof van ongeveer 25 vierkante meter en dat dit vertrek vol stond met planten, vermoedelijk van het type Cannabis sativa. Wij zagen dat er meerdere ventilatoren in het vertrek stonden te blazen. Wij zagen in het midden van het vertrek een koolstoffilter aan het plafond hangen. Wij zagen dat boven de planten, over de gehele oppervlakte van het vertrek lampen hingen. Ik, [verbalisant 1], zag dat naast het aanrecht een plastic bak stond. Ik zag dat de bak voor ongeveer één derde met water was gevuld. Ik zag dat er uit de bak verschillende slangen liepen in de richting van de planten die op de grond stonden.

Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat de monteur in dienst van de woningbouwvereniging hierop de watertoevoer van [a-straat 1] dichtdraaide, teneinde de wateroverlast voor het ondergelegen perceel te doen stoppen.

Uit onderzoek in de Gemeentelijke Basisadministratie bleek woonachtig te zijn op de [a-straat 1] te Veenendaal:

Naam: [achternaam verdachte],

Voornamen: [voornamen verdachte]

Geboortedatum: [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats].

(...)

Ik, [verbalisant 1], hoorde de fraude expert zeggen dat het zegel van de meterkast was verbroken.

2. Een dertiental foto 's van de aangetroffen situatie in [a-straat 1] te Veenendaal, gemaakt op 29 september 2008 omstreeks 00.45 uur door [betrokkene 3], in dienst van Eneco.

3. Een geschrift kennisgeving inbeslagneming met daarop, onder meer, vermeld:

Datum inbeslagneming: 29 september 2008.

Inbeslagname onder [verdachte]. Wonende [a-straat 1] te Veenendaal: 366 hennepplanten.

4. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3], aspirant van politie Utrecht, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 25 oktober 2008, pagina 5, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 29 september 2008 ben ik, verbalisant [verbalisant 3], met verbalisanten [verbalisant 4 en 5], naar het perceel [a-straat 1] gegaan om een hennepplantage te ontruimen. In de woonkamer werd het volgende aangetroffen: 366 hennepplanten.

5. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 3] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal van onderzoek, genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 30 september 2008, pagina 21, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Op 30 september 2008 heb ik onderzoek ingesteld in verband met een aantal in beslag genomen planten uit een hennepkwekerij bij verdachte [verdachte]. Ik onderzocht deze planten middels determinatie ter vaststelling van de plantensoort. In de kweekruimte werden door mij in totaal 5 monsters genomen van de aanwezige planten. Ik schat de planten ongeveer 8 weken oud. Ten behoeve van de drugsidentificatie werd tevens gebruik gemaakt van een door de politie Utrecht voorgeschreven drugstestkit. Ik gebruikte daarbij een ampul van de drugsidentificatietest 'Cannabis'. Ik, verbalisant [verbalisant 3], zag dat tijdens het testen een duidelijke kleurreactie optrad. Deze reactie gaf een positieve indicatie op de aanwezigheid van hennep. Uit de determinatie en de drugstest mag gesteld worden, dat de inbeslaggenomen planten hennepplanten waren van het geslacht Cannabis.

6. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 3] namens Eneco Services BV, gedateerd 29 september 2008, dossierpagina 33-35, voor zover inhoudende als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

(...) De in de hennepkwekerij aanwezige hennepplanten waren ongeveer 56 dagen oud.

7. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte], genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 30 september 2008, dossierpagina 23-25, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte, -zakelijk weergegeven-:

U vraagt mij hoe lang ik de woning op de [a-straat 1] al op mijn naam heb staan. Ik vertel u dat ik deze woning nu ongeveer 2.5 jaar heb.

Met betrekking tot feit 2

1. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [betrokkene 3] namens Eneco Services BV, gedateerd 29 september 2008, dossierpagina 33-35, voor zover inhoudende als verklaring van aangever, zakelijk weergegeven:

Ik ben in dienst van Eneco Services BV en bevoegd tot het doen van aangifte. Ik doe aangifte van diefstal van elektriciteit.

De diefstal is gepleegd in de periode van 4 augustus 2008 tot en met 29 september 2008. Op 29 september 2008 werd ik verzocht te gaan naar het pand [a-straat 1] te Veenendaal. Ik kwam daar omstreeks 0.45 uur aan. Bij controle van de netcomponenten en de elektrische installatie in de meterkast van dat pand zag ik dat de verzegeling van het deksel van de hoofdaansluitkast verbroken was. De in de hennepkwekerij aanwezige hennepplanten waren ongeveer 56 dagen oud. Daarom wordt een periode van inwerking zijnde hennepkwekerij aangehouden van 56 dagen. Na berekening bleek in genoemde periode een hoeveelheid elektriciteit van 12.367 kWh te zijn weggenomen.

2. Het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal van onderzoek, genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 17 oktober 2008, dossierpagina 15, voor zover inhoudende als bevindingen van verbalisant, -zakelijk weergegeven-:

Ik sprak in de woning aan de [a-straat 1] te Veenendaal met de fraude expert van het energiebedrijf Eneco. Ik hoorde de fraude expert zeggen dat het zegel van de meterkast was verbroken. Ik zag dat de fraude expert met zijn vinger naar het verbroken zegel wees. Ik zag dat het zegel ook daadwerkelijk verbroken was.

Met betrekking tot de bewijsoverweging

1. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal genummerd PL00950/08-293084, gedateerd 25 oktober 2008, dossierpagina 7, voorzover, onder meer, inhoudende als bevindingen van verbalisant:

Ik, verbalisant [verbalisant 3], heb onderzoek gedaan naar de verdachte [betrokkene 4]. Ik kon niets over hem vinden in het systeem. Ik heb contact gehad met de vreemdelingenpolitie en heb de gebruikersgegevens van het telefoonnummer opgevraagd. Hier kwam echter niets uit. Verder heb ik de naam door meerdere systemen laten halen bij de Info-desk. Dit leverde geen resultaten op. Verder heb ik het mobiele nummer meerdere malen gebeld. De telefoon stond alle keren uit en ik kreeg onmiddellijk de voicemail.

2. Het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] voornoemd, opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], genummerd PL0950/08-293084, gedateerd 14 oktober 2008, dossierpagina 18-20, voor zover inhoudende als verklaring van getuige, -zakelijk weergegeven-:

[Verdachte] was mijn buurman. Hij woonde twee jaar naast mij. In mei en juni werd er flink in de muren van [verdachte] geboord. Ik vroeg aan hem of hij aan het verbouwen was. Hij vertelde mij toen dat hij de keuken aan het veranderen was en daarom wat snoeren moest verleggen. Ik heb de hoofdbewoner regelmatig gezien bij de flat. De laatste keer was op 25 september 2008."

2.2.3. Het Hof heeft met betrekking tot de bewezenverklaring - voor zover te dezen van belang - nog het volgende overwogen:

"Wetenschap hennepplantage in de woning

Naar aanleiding van het verweer dat verdachte niet van de hennepplantage in zijn woning heeft geweten, overweegt het hof het volgende.

Uit het dossier blijkt dat verbalisanten op 28 september 2008, in het perceel aan de [a-straat 1] te Veenendaal, zijnde de woning van verdachte, 366 hennepplanten hebben aangetroffen. Verdachte was de huurder van deze woning. Deze woning stond op zijn naam. Naar eigen zeggen had verdachte deze woning onderverhuurd aan een zekere [betrokkene 4] en was hij al geruime tijd niet meer in de woonkamer van de woning geweest. De onderhuurder [betrokkene 4] zou voor verdachte de keuken in de woning kosteloos verbouwen.

Het betoog van verdachte dat de woning onderverhuurd was aan [betrokkene 4] wordt niet door de verdediging onderbouwd. Blijkens het dossier hebben verbalisanten onderzoek gedaan naar die [betrokkene 4], hetgeen niet tot enig resultaat heeft geleid.

De buurman van verdachte heeft verklaard dat er gedurende een bepaalde periode op onregelmatige tijden flink geboord werd in de woning van verdachte. Verdachte heeft aan deze buurman verklaard dat hij de keuken aan het verbouwen was. De verklaring van verdachte dat hij de woning heeft onderverhuurd en niets van de kwekerij wist, acht het hof gelet op het voorgaande niet aannemelijk. Het verweer wordt derhalve verworpen."

2.3. Aangezien de bewezenverklaring, voor zover onder 1 inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" 366 hennepplanten heeft geteeld, en voor zover onder 2 inhoudende dat de verdachte "tezamen en in vereniging met een ander" een hoeveelheid elektriciteit heeft weggenomen, niet kan worden afgeleid uit de bewijsvoering van het Hof, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

2.4. De middelen zijn terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 8 mei 2012.