Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BW3213

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-06-2012
Datum publicatie
22-06-2012
Zaaknummer
11/04056
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BW3213
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2011:BR5857, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Curatele; art. 1:378, 380 BW. Mentorschap in combinatie met provisionele bewindvoering. Procesrecht; miskenning grenzen rechtsstrijd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 378
Burgerlijk Wetboek Boek 1 380
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/882
NJB 2012/1530
NJ 2012/497 met annotatie van S.F.M. Wortmann
RFR 2012/104
JWB 2012/314
JPF 2012/147 met annotatie van P. Vlaardingerbroek
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 juni 2012

Eerste Kamer

11/04056

DV/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

1. [Verzoeker 1],

2. [Verzoekster 2],

beiden woonplaats kiezende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. I.J. Pieters,

t e g e n

1. [De vader],

2. [Verweerster 2],

beiden wonende te [woonplaats],

VERWEERDERS in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1], [verzoekster 2], de vader en [verweerster 2].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 912627 EJ VERZ 09-85233 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 2 februari 2010;

b. de beschikking in de zaak 200.064.953/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 augustus 2011.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof hebben [verzoeker 1] en [verzoekster 2] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vader en [verweerster 2] hebben geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking voor zover het hof in aanvulling op de beschikking van de rechtbank een mentorschap heeft ingesteld en een mentor heeft benoemd, en voor het overige tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [verzoeker 1] en [verzoekster 2] heeft bij brief van 19 april 2012 op de conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) [De vader] is gehuwd geweest met [de moeder]. Uit dit huwelijk zijn vijf kinderen geboren, onder wie [verzoeker 1] en [verzoekster 2]. In november 2006 is [de moeder] overleden.

(ii) Tussen 21 december 2007 en 19 april 2008 is de vader opgenomen geweest in een ziekenhuis op de afdeling neurologie. Sindsdien kan hij niet meer zelfstandig wonen en woont hij in een particulier verzorgingshuis.

(iii) Op 6 mei 2008 zijn de vader en [verweerster 2] een geregistreerd partnerschap aangegaan.

(iv) Bij beschikking van 1 december 2008 heeft de rechtbank 's-Gravenhage over alle goederen die aan de vader toebehoren of zullen toebehoren een bewind ingesteld als bedoeld in Titel 19 van Boek 1 BW.

De Stichting CAV (hierna: CAV) is als bewindvoerder benoemd.

3.2 In november 2009 heeft [verzoeker 1] de rechtbank verzocht de vader onder curatele te stellen en een provisionele bewindvoerder aan te wijzen. De rechtbank heeft CAV ontslagen als bewindvoerder en, in afwachting van de beslissing op het curateleverzoek, notaris De Jong benoemd tot provisionele bewindvoerder. De rechtbank heeft de notaris alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft.

Het hof heeft op het door de vader en [verweerster 2] ingestelde hoger beroep de beschikking van de rechtbank vernietigd, voor zover het betreft de aan de provisionele bewindvoerder toegekende bevoegdheden, en heeft aan hem toegekend alle vermogensrechtelijke bevoegdheden van een curator, te weten daden van beheer en beschikkingshandelingen, zulks met inachtneming van het in art. 1:458 BW bepaalde. Voorts heeft het in aanvulling op de beschikking van de rechtbank een mentorschap ingesteld ten behoeve van de vader, en [verweerster 2] tot mentor benoemd. Het hof overwoog onder meer dat de situatie zodanig was dat het einde van de procedure tot ondercuratelestelling niet kon worden afgewacht, zodat de benoeming van een provisionele bewindvoerder geboden was, alsmede dat de ter zitting gedane mededeling van de vader en [verweerster 2] dat zij graag zouden zien dat [verweerster 2], zo nodig, tot mentor zou worden benoemd, door het hof werd verstaan als een instemming met het inleidend verzoek. (rov. 19)

3.3.1 Onderdeel IA klaagt dat het hof ten onrechte een mentorschap heeft ingesteld in combinatie met een provisionele bewindvoering. Volgens het onderdeel is een dergelijke combinatie wettelijk niet mogelijk.

3.3.2 De klacht faalt. Ingevolge art. 1:380 lid 1 BW kan de rechter voor wie een verzoek tot ondercuratelestelling aanhangig is, een provisionele bewindvoerder benoemen. Lid 2 houdt in dat de rechter de bewindvoerder het bewind kan opdragen over alle of over bepaalde goederen. Ook kan de rechter de bewindvoerder andere bevoegdheden toekennen, maar niet die welke een curator niet heeft. Het hof heeft de bevoegdheden van de provisionele bewindvoerder beperkt tot, kort gezegd, de vermogensrechtelijke bevoegdheden van de curator.

Blijkens art. 1:452 lid 5 BW kan een bewind als bedoeld in Titel 19 van Boek 1 BW worden gecombineerd met het instellen van een mentorschap ten behoeve van de betrokkene. Dit in aanmerking genomen moet worden aanvaard dat het instellen van een mentorschap evenzeer verenigbaar is met de aanstelling van een provisionele bewindvoerder aan wie, zoals in dit geval, geen andere bevoegdheden als bedoeld in art. 1:380 lid 2 BW zijn toegekend.

3.4 Onderdeel 1C klaagt dat het hof door een mentorschap in te stellen, is getreden buiten de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep, nu noch de vader en [verweerster 2] noch [verzoeker 1] en [verzoekster 2] hebben verzocht een mentorschap in te stellen.

De klacht is gegrond. De stukken van het geding laten geen andere uitleg toe dan dat niet is verzocht een mentorschap in te stellen. Ingevolge art. 1:451 lid 3 BW kan de rechter ambtshalve tot het instellen van een mentorschap overgaan, doch uitsluitend wanneer het verzoek tot ondercuratelestelling wordt afgewezen.

Dit laatste heeft zich echter in het onderhavige geval niet voorgedaan.

De beschikking van het hof dient derhalve te worden vernietigd voor zover het hof in aanvulling op de beschikking van de kantonrechter een mentorschap heeft ingesteld en een mentor heeft benoemd.

3.5 Het hiervoor overwogene brengt mee dat de overige klachten geen behandeling behoeven.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 3 augustus 2011, doch uitsluitend voor zover daarbij in aanvulling op de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 2 februari 2010 een mentorschap is ingesteld en een mentor is benoemd;

verwerpt het beroep voor het overige;

compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, F.B. Bakels, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 22 juni 2012.