Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV9530

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-05-2012
Datum publicatie
25-05-2012
Zaaknummer
11/00298
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV9530
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Raamovereenkomst. Wanprestatie? Voorbijgaan aan essentiële stellingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/775
NJB 2012/1313
JWB 2012/268
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

25 mei 2012

Eerste Kamer

11/00298

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

VELOPA B.V.,

gevestigd te Leiderdorp,

EISERES tot cassatie,

advocaten: mr. D. Rijpma en mr. A. van Staden ten Brink,

t e g e n

[Verweerster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Velopa en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 205490/HA ZA 05-2559 van de rechtbank Utrecht van 19 april 2006 (verbeterd bij vonnis van 24 mei 2006), 13 december 2006 en 8 april 2009;

b. het arrest in de zaak 200.035.929 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 oktober 2010.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft Velopa beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van de eiseres tot cassatie in het onderhavige cassatieberoep.

De advocaat van Velopa heeft bij brief van 22 maart 2012 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 Kort samengevat gaat het in deze zaak, voor zover in cassatie van belang, om het volgende.

Tussen Velopa en [verweerster] heeft jarenlang een zakelijke relatie bestaan, op grond waarvan [verweerster] metalen producten aan Velopa leverde die door Velopa werden doorgeleverd aan (aannemers van) de Nederlandse Spoorwegen/ProRail. Sedert in elk geval 2002 berustte hun onderlinge verhouding op een overeenkomst, die door partijen wordt aangeduid als "raamcontract NS". In de loop van 2005 heeft Velopa de aankoop van producten onder deze overeenkomst gestaakt, en is zij die producten gaan betrekken bij een Tsjechische toeleverancier van [verweerster].

3.2 Ter zake van het niet meer afnemen van producten uit hoofde van het raamcontract NS, vordert [verweerster] schadevergoeding van Velopa op grond van wanprestatie en onrechtmatige daad. De rechtbank heeft deze vordering afgewezen.

Het hof heeft in rov. 4.7 - 4.14 van zijn bestreden tussenarrest het verweer van Velopa beoordeeld dat zij niet aansprakelijk is omdat zij geen afnameverplichting uit hoofde van het raamcontract had. Op grond daarvan concludeerde het hof in rov. 4.15 dat de overeenkomst wel een afnameverplichting bevat en dat Velopa, nu zij op enig moment in 2005 de afname heeft gestaakt, toerekenbaar is tekortgeschoten. Omdat voor de berekening van de door deze tekortkoming veroorzaakte schade een aantal vragen rijzen, heeft het hof een comparitie van partijen bevolen ter bespreking van de uitgangspunten voor de berekening van de schade.

Op verzoek van Velopa heeft het hof toestemming gegeven voor tussentijds cassatieberoep tegen dit tussenarrest.

3.3 Het middel klaagt dat het hof ten onrechte en zonder motivering is voorbijgegaan aan de stellingen van Velopa, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, die inhouden dat partijen de raamovereenkomst blijkens tussen hen gevoerde correspondentie in juli 2005 hebben beëindigd. Volgens Velopa kan dit verweer, indien juist, tot geen andere conclusie leiden dan dat zij niet is tekortgeschoten in de nakoming van die overeenkomst door de afname van [verweerster] in 2005 te beëindigen.

3.4 Nu het hof uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft geoordeeld dat Velopa in de nakoming van haar afnameverplichting uit hoofde van het raamcontract NS toerekenbaar is tekortgeschoten, en de door Velopa in het middel aangewezen stellingen, indien juist, daaraan in de weg kunnen staan, klaagt het middel terecht dat het hof zijn oordeel in het licht van die stellingen onvoldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad ziet aanleiding de zaak naar hetzelfde hof terug te verwijzen om alsnog op dit verweer in te gaan.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het arrest van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 5 oktober 2010;

verwijst het geding naar het gerechtshof te Arnhem ter verdere behandeling en beslissing;

veroordeelt [verweerster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Velopa begroot op € 6.051,49 aan verschotten en € 2.600,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 25 mei 2012.