Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV9241

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-03-2012
Datum publicatie
20-03-2012
Zaaknummer
11/05029 H
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Persoonsverwisseling. De enkele schriftelijke verklaring van iemand die stelt een broer van aanvrager te zijn dat een neef zich heeft uitgegeven voor aanvrager biedt onvoldoende grond voor de juistheid van de gestelde persoonsverwisseling. De genoemde vrijspraak van aanvrager maakt dat niet anders, nu het oordeel van het Hof in die zaak slechts inhoudt dat een persoonsverwisseling vanwege een familiaire gelijkenis “niet valt uit te sluiten”. Daarbij komt dat uit de stukken niet volgt dat de broer en de neef van de aanvrager als getuige ter terechtzitting van het Hof zijn verschenen. De aangevoerde gronden kunnen dan ook niet - ook niet in hun samenhang - worden aangemerkt als omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling. Afwijzing aanvrage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/471
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 maart 2012

Strafkamer

nr. S 11/05029 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Amsterdam van 5 december 2007, nummer 13/450320-07, ingediend door mr. M. van Delft, advocaat te Amsterdam, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een geldboete van € 244,-, subsidiair 4 dagen hechtenis.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. In de aanvrage wordt een beroep gedaan op persoonsverwisseling. Daartoe wordt aangevoerd dat op 14 oktober 2006 niet de aanvrager maar een neef het strafbare feit heeft gepleegd. Ter ondersteuning van die stelling wordt in de aanvrage een beroep gedaan op:

- twee schriftelijke verklaringen, afkomstig van de broer van de aanvrager, met als inhoud dat de broer het rijbewijs van de aanvrager zonder diens medeweten had meegenomen om met een door de neef bestuurde auto te gaan rijden en dat die neef zich bij de aanhouding heeft gelegitimeerd met dat rijbewijs;

- een onherroepelijk arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 juli 2011, waarbij de aanvrager is vrijgesproken van de heling van een telefoon, die bij de insluitingsfouillering van de bestuurder van de auto was aangetroffen, ter zake van welk feit de aanvrager afzonderlijk was vervolgd; voor zover van belang houdt dat arrest in:

"Uit het thans voorliggende dossier en het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat niet valt uit te sluiten dat sprake is van een persoonsverwisseling, waardoor de dagvaarding voor de zitting bij de politierechter aan een ander dan de verdachte is uitgereikt en waardoor de termijnoverschrijding verschoonbaar wordt geacht. De door de advocaat-generaal aangevoerde argumenten wijzen weliswaar in de richting van de verdachte, maar volgens de verdachte zou zijn neef dan wel broer zich voor hem hebben uitgegeven. Zijn standpunt wordt ondersteund door een brief van zijn broer. Enige familiaire gelijkenis tussen de verdachte en zijn neef dan wel broer valt niet uit te sluiten, zodat het hof de controle van de identiteit van de aangehouden persoon aan de hand van het rijbewijs niet doorslaggevend acht. Ook de overige door de advocaat-generaal genoemde aspecten acht het hof onvoldoende. Nu voorts de verbalisant die de aanhouding heeft verricht zich de persoon die hij op 14 oktober 2006 heeft aangehouden niet meer kan herinneren en deze evenmin kan herkennen (proces-verbaal van 17 november 2010), valt niet uit te sluiten dat sprake is geweest van een persoonsverwisseling."

3.3. De enkele schriftelijke verklaring van iemand die stelt een broer van de aanvrager te zijn, dat een neef zich heeft uitgegeven voor de aanvrager, biedt onvoldoende grond voor de juistheid van de gestelde persoonsverwisseling. De hiervoor genoemde vrijspraak van de aanvrager maakt dat niet anders, nu het oordeel van het Hof in die zaak slechts inhoudt dat een persoonsverwisseling vanwege een familiaire gelijkenis "niet valt uit te sluiten". Daarbij komt dat uit de stukken niet volgt dat de broer en de neef van de aanvrager als getuige ter terechtzitting van het Hof zijn verschenen. De aangevoerde gronden kunnen dan ook niet - ook niet in hun samenhang - worden aangemerkt als omstandigheden van feitelijke aard als hiervoor onder 3.1 bedoeld.

3.4. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 20 maart 2012.