Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV9215

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-04-2012
Datum publicatie
17-04-2012
Zaaknummer
11/03024 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV9215
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening; gegrond (art. 68 Sr).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/657

Uitspraak

17 april 2012

Strafkamer

nr. S 11/03024 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 april 2011, nummer 96/158014-10, ingediend door mr. F.D.W. Siccama, advocaat te Amsterdam, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een werkstraf van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis. Voorts heeft de Politierechter de aanvrager de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen ontzegd voor de duur van 12 maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat hij bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 4 februari 2011, nummer 15/255451-10, is veroordeeld ter zake van hetzelfde feit als ter zake waarvan de aanvrager bij het onder 1 genoemde vonnis is veroordeeld. Indien de Politierechter die het vonnis waarvan herziening wordt verzocht met die veroordeling bekend was geweest, zou dat hebben geleid tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de aanvrager.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren en dat de Hoge Raad de Officier van Justitie om doelmatigheidsredenen niet-ontvankelijk zal verklaren in de vervolging in de zaak waarvan thans herziening wordt gevraagd.

4. Beoordeling van de aanvrage

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond. Omdat na verwijzing geen ander oordeel mogelijk zal zijn dan dat het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 april 2011 zal worden vernietigd en de Officier van Justitie te dier zake alsnog niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn vervolging, zal om redenen van doelmatigheid deze verwijzing derhalve achterwege blijven en zal de Hoge Raad thans zelf de Officier van Justitie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

vernietigt het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 29 april 2011;

verklaart de Officier van Justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van de aanvrager ter zake van het feit met nummer 96/158014-10.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.