Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV7406

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
10/05073
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV7406
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verdachte n-o in h.b. Rechtsmiddel tijdig ingetrokken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BP2709 m.b.t. het uiterlijke moment waarbinnen een verklaring tot intrekking van een rechtsmiddel moet worden afgelegd. Nu de behandeling in h.b. een aanvang heeft genomen op de tz. van 12 november 2009 en de akte intrekking rechtsmiddel, inhoudende de mededeling van verdachte dat hij het namens hem ingestelde h.b. wenst in te trekken, van een latere datum is dan deze tz., heeft het Hof verdachte ten onrechte n-o verklaard in het h.b. Conclusie AG o.m. het belang van de verdachte i.c. en persoonsverwisselingsproblematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/921
RvdW 2012/565

Uitspraak

3 april 2012

Strafkamer

nr. S 10/05073

NCH/KM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 december 2009, nummer 22/003078-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.C.M. Welten, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde opnieuw recht te doen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard in het hoger beroep.

2.2. Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en daartoe in het bestreden arrest van

10 december 2009 het volgende overwogen:

"Na hervatting van het ter terechtzitting in hoger beroep van 12 november 2009 onderbroken onderzoek heeft het hof kennisgenomen van de akte intrekking rechtsmiddel d.d. 2 december 2009, inhoudende de mededeling van de verdachte, dat hij het namens hem ingestelde hoger beroep wenst in te trekken.

Gebleken is dat nog geen aanvang is gemaakt met de behandeling van de zaak ten gronde. Het hof overweegt dat geen enkel strafvorderlijk belang een onderzoek ten gronde vordert, zodat een redelijke wetstoepassing in dit geval met zich brengt dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het ingestelde hoger beroep."

2.3. Op grond van art. 453 Sv in verbinding met art. 454 Sv kan de intrekking van een rechtsmiddel uiterlijk tot de aanvang van de behandeling van het beroep - afgezien van het geval van art. 451a Sv - geschieden door een verklaring, af te leggen op de griffie van het gerecht door of bij hetwelk de beslissing is gegeven, dan wel, in het geval de advocaat-generaal bij het hof gebruik maakt van zijn bevoegdheid tot intrekking krachtens art. 453, tweede lid, Sv, ter griffie van het gerechtshof. Ingevolge art. 270 Sv, dat ook in hoger beroep toepasselijk is, begint het onderzoek - en neemt dus de behandeling een aanvang - door het doen uitroepen van de zaak. Dat betekent dat de genoemde verklaring moet zijn afgelegd vóórdat de zaak is uitgeroepen (vgl. HR 28 juni 2011, LJN BP2709).

2.4. Gelet op de omstandigheid dat - naar volgt uit 's Hofs hiervoor weergegeven overwegingen - in deze zaak de behandeling in hoger beroep een aanvang heeft genomen op de terechtzitting van 12 november 2009 en dat de akte intrekking rechtsmiddel, inhoudende de mededeling van de verdachte dat hij het namens hem ingestelde hoger beroep wenst in te trekken, van een latere datum is dan deze terechtzitting, heeft het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 3 april 2012.