Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV6996

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-03-2012
Datum publicatie
27-03-2012
Zaaknummer
10/02494
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV6996
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2010:BM6822, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 38a Sr; voorwaarden TBS. Het Hof heeft aan de verdachte, naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, de maatregel van TBS opgelegd en daarbij voorwaarden gesteld. Deze voorwaarden maken deel uit van een reeks van voorwaarden betreffende het gedrag van de verdachte. Een klacht over afzonderlijke voorwaarden dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van het geheel van de gestelde voorwaarden, die onmiskenbaar strekken tot een doeltreffende behandeling van de terbeschikkinggestelde verdachte en dus tevens tot het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De in het middel bedoelde voorwaarden zijn - gelet op de duur en de mate waarin zij de terbeschikkinggestelde verdachte in zijn vrijheid beperken - noch in strijd met de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit noch in strijd met art. 38a.4 Sr en noch met de in het middel genoemde verdragsbepalingen, in aanmerking genomen dat zij zijn voorzien bij een wettelijk voorschrift dat voldoet aan de eisen van art. 2.3 en 2.4 Vierde Protocol EVRM.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 38a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2012/219
RvdW 2012/518
NBSTRAF 2012/203
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 maart 2012

Strafkamer

nr. S 10/02494

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 4 juni 2010, nummer 23/000967-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partijen [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 4] en [betrokkene 5] heeft mr. L.J.P. Mentink, advocaat te Alkmaar, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel

2.1. Het middel klaagt dat een aantal van de door het Hof aan de maatregel van terbeschikkingstelling verbonden voorwaarden in strijd is met art. 38a, vierde lid, Sr, met internationale verdragsregels alsmede met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

2.2. Het Hof heeft aan de verdachte, naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, de maatregel van terbeschikkingstelling opgelegd en daarbij voorwaarden gesteld. Het bestreden arrest houdt hieromtrent het volgende in:

"De strafoplegging

Het openbaar ministerie is tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem 9 februari 20l0 in beroep gekomen, omdat het openbaar ministerie zich niet kan verenigen met de opgelegde straf. De advocaat-generaal heeft in hoger beroep toegelicht dat naar de mening van het openbaar ministerie de verdachte TBS met dwangverpleging opgelegd dient te krijgen en dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat er een causaal verband moet bestaan tussen de gebrekkige ontwikkeling van de verdachte en de gepleegde strafbare feiten.

De raadsman heeft aangevoerd dat hij van mening is dat een TBS-maatregel in de onderhavige zaak wel opgelegd kan worden, aan de voorwaarden is immers voldaan, maar dat oplegging van TBS niet wenselijk is omdat verdachte niet eerder een strafbaar feit heeft gepleegd en omdat de verdachte bereid is aan zichzelf te werken. Mocht het hof besluiten toch de TBS-maatregel op te leggen, dan is de raadsman van mening dat TBS met voorwaarden meer passend zou zijn dan TBS met dwangverpleging, zoals door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel dat, gelet op artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht, in casu aan de voorwaarden voor oplegging van een TBS-maatregel is voldaan. Gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum hebben bij de verdachte een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens vastgesteld. Het hof overweegt dat, gelet op de aard van het gebrek, het niet anders kan zijn dan dat dit gebrek zich ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten heeft voorgedaan. De bewezenverklaarde feiten kennen bovendien een strafbedreiging van maximaal 8 jaar gevangenisstraf. Voorts is het hof van oordeel dat de verdachte een gevaar vormt voor de veiligheid van anderen, in ieder geval ten tijde van het plegen van het delict maar mogelijk ook in de toekomst. Het verweer van de raadsman dat er geen recidivegevaar bestaat omdat de verdachte niet eerder een strafbaar feit heeft gepleegd, is naar het oordeel van het hof niet toereikend. De verdachte heeft zich immers in een periode van twee jaren meermalen schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Anders dan de rechtbank overweegt het hof dat er geen causaal verband hoeft te worden aangetoond tussen de begane feiten en de gebrekkige ontwikkeling van de verdachte. Aan de wettelijke voorwaarden voor een terbeschikkingstelling is daarom voldaan en verdachte heeft zich bereid verklaard zich aan de voorwaarden te houden.

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd, is het hof van oordeel dat, gelet op alle omstandigheden, kan worden volstaan met oplegging van een TBS met voorwaarden. In het voordeel van de verdachte is hierbij betrokken dat de verdachte weer aan de slag kan bij zijn oude werkgever en dat de verdachte bij zijn ouders kan blijven wonen.

(...)

Beslissing

Het hof:

(...)

Gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld.

Stelt daarbij de volgende algemene voorwaarden:

• De verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland worden gegeven.

• De verdachte zal niet buiten de landsgrenzen gaan.

• De verdachte verblijft op een voor Reclassering Nederland bekend adres, in dit geval bij zijn ouders op de [a-straat 1] te [plaats]. Indien er gekeken wordt naar een andere woon- en/of verblijfplaats, dan gebeurt dit in samenwerking met Reclassering Nederland.

• De verdachte is per week 7 keer 24 uur telefonisch bereikbaar voor Reclassering Nederland. Hiervoor zijn vooraf met de verdachte en/of behandelinstelling afspraken gemaakt.

• Indien de verdachte zich niet houdt aan de voorwaarden dan wel zich onttrekt aan het toezicht (ongeoorloofd afwezig) dan wordt dit direct gemeld aan mr. F. van Dongen, advocaat-generaal bij het Ressortsparket Amsterdam, en het Landelijk Meldpunt Ongeoorloofd Afwezig (L.M.O.A).

• In verband met het L.M.O.A. (samenwerking) zal de verdachte er zorg voor dragen dat Reclassering Nederland elk half jaar een recente pasfoto ter beschikking krijgt.

Stelt daarbij de volgende bijzondere voorwaarden:

• De verdachte zal begeleiding en toezicht van Reclassering Nederland accepteren. In dit kader is openheid, betreffende de vastgestelde risicogebieden, tegenover de reclasseringswerker essentieel.

• De verdachte zal regelmatig (zoals is afgesproken) contact onderhouden met de reclasseringsmedewerker die de begeleiding uitvoert. Afspraken met Reclassering Nederland dienen door de verdachte strikt te worden nagekomen.

• De verdachte toont initiatief in het contact met de reclasseringsmedewerker. Indien er sprake is van "verzuim in het contact", dan dient de verdachte een geldige (verifieerbare) reden te hebben. De niet nagekomen afspraak wordt, in overleg met de reclasseringsmedewerker, op zo kort mogelijke termijn alsnog nagekomen door de verdachte.

• De verdachte geeft de reclassering schriftelijk toestemming om trajectrelevante informatie in te winnen dan wel te verstrekken aan derden. In dit geval betekent dit dat Reclassering Nederland contact heeft met [betrokkene 6], werkgever van het bouwbedrijf [A].

• De verdachte houdt zich aan alle geïndiceerde behandel/begeleidingsvormen, gegeven door de behandelinstelling Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) GGZ Noord Holland Noord/Heiloo, zolang dit door de behandelaars, in overleg met Reclassering Nederland, noodzakelijk wordt geacht. Het accepteren van de voorgeschreven medicatie door de arts/behandelaar, dan wel wijziging van medicatie, kan een onderdeel zijn van de behandeling.

• De verdachte zal meewerken aan eventuele plannen ten aanzien van een voortgezette behandeling elders en/of nazorg, zoals de behandelaars dit in overleg met Reclassering Nederland noodzakelijk achten, ook als dit inhoudt dat verdachte moet meewerken aan klinische opname.

• De verdachte stelt zich tijdens de behandeling behandelbaar op. Dit houdt in dat de verdachte zich actief opstelt, meewerkt en openheid geeft over zijn "belevingswereld", ook als dit inhoudt het bespreken van het delictscenario. Indien de verdachte deze inspanning niet levert, zal dit gemeld worden aan Reclassering Nederland dan wel aan mr. F. van Dongen, advocaat-generaal bij het Ressortsparket Amsterdam.

• De verdachte gebruikt geen alcohol en/of drugs.

• De verdachte accepteert/neemt deel aan alcoholtesten/ urinecontroles in het kader van het streven naar abstinentie. De afgenomen testen en controles kunnen worden opgevraagd door de reclasseringsmedewerker.

• Indien noodzakelijk geacht door de reclassering gaat de verdachte ermee akkoord dat Reclassering Nederland contact onderhoudt met het sociale netwerk (steunsysteem) van de verdachte. Dit kunnen betreffen contacten met partner, familieleden, vrienden, kennissen, werkgever, verenigingsleven etc.

• De verdachte stelt zich coöperatief op in het contact met de gemeentelijke autoriteiten/instellingen (burgemeester, ambtenaren, politie, woningbouwvereniging etc.).

• De verdachte dient te beschikken over werk, dan wel een zinvolle, gestructureerde dagbesteding.

• De verdachte komt niet in contact met de slachtoffers, zolang dit naar het oordeel van Reclassering Nederland van kracht is. Tevens zal de verdachte zich niet in een straal van één kilometer van zijn woning in [plaats] vinden. Dit houdt in dat de verdachte zich niet in zijn woning dan wel in de omgeving van zijn eigen woning mag bevinden, tenzij dit met de reclassering is overlegd en met begeleiding van de wijkagenten, [betrokkene 7] en [betrokkene 8].

• In het kader van een eventueel Elektronisch Toezicht (ET) zal de verdachte zich houden aan de voorgeschreven aanwijzingen en voorwaarden van de vrijheidsbeperkende maatregel.

Verstrekt aan Reclassering Nederland opdracht om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden."

2.3. Het middel betreft de door het Hof gestelde voorwaarden dat de verdachte niet buiten de landsgrenzen zal gaan, dat hij bij zijn ouders zal verblijven, dat hij per week 7 keer 24 uur telefonisch bereikbaar zal zijn voor Reclassering Nederland en dat hij geen alcohol en/of drugs zal gebruiken. Volgens het middel wordt de vrijheid van de verdachte daardoor verder beperkt dan geoorloofd is.

2.4. Voormelde voorwaarden maken deel uit van een reeks van voorwaarden betreffende het gedrag van de verdachte. Een klacht over afzonderlijke voorwaarden dient te worden beoordeeld tegen de achtergrond van het geheel van de gestelde voorwaarden, die onmiskenbaar strekken tot een doeltreffende behandeling van de terbeschikkinggestelde verdachte en dus tevens tot het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De in het middel bedoelde voorwaarden zijn - gelet op de duur en de mate waarin zij de terbeschikkinggestelde verdachte in zijn vrijheid beperken - niet in strijd met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Zij zijn ook niet in strijd met art. 38a, vierde lid, Sr en evenmin met de in het middel genoemde verdragsbepalingen, in aanmerking genomen dat zij zijn voorzien bij een wettelijk voorschrift dat voldoet aan de uit art. 2, derde en vierde lid, Vierde Protocol bij het EVRM voortvloeiende eisen.

2.5. Het middel faalt.

3. Beoordeling van de namens de benadeelde partijen ingediende schriftuur

Voor onderzoek door de cassatierechter komen wat de benadeelde partijen betreft, alleen in aanmerking middelen van cassatie als bedoeld in art. 437, derde lid, Sv. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over een rechtspunt betreffende haar vordering. De schriftuur voldoet niet aan dit vereiste, zodat deze onbesproken moet blijven.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 27 maart 2012.