Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV6978

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
03-04-2012
Datum publicatie
03-04-2012
Zaaknummer
09/04680 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV6978
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, art. 552a Sv. HR herhaalt HR LJN BL2823 m.b.t. de aan te leggen maatstaven ex art. 94 of art. 94a Sv. De Rb heeft in het midden gelaten o.g.v. van welke bepaling of bepalingen het beslag is gelegd en niet (één van) de toepasselijke maatstaven aangelegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 94
Wetboek van Strafvordering 94a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2012, 217
NBSTRAF 2012/217
NJB 2012/994
RvdW 2012/555
JOW 2012/82

Uitspraak

3 april 2012

Strafkamer

nr. S 09/04680

BCB/LBS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Amsterdam van 10 november 2009, nummer RK 09/1513, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. Th.J. Kelder, advocaat te Den Haag, bij schriftuur en aanvullende schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot terug- of verwijzing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt over de ongegrondverklaring van het beklag.

2.2. De Rechtbank heeft het klaagschrift van de klager, strekkende tot teruggave aan hem van een Volkswagen Golf R 32, een Volkswagen Golf GTI, een motorfiets Suzuki en een horloge van het merk Breitling, ongegrond verklaard. De Rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:

"Uit de stukken en de behandeling in raadkamer blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de inbeslaggenomen goederen zal verbeurd verklaren of het beslag zal aanwenden ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank baseert zich daarbij op het volgende.

Het dossier, het onderzoek Hyperion, bevat CIE-informatie waarin staat dat klager zich zou bezig houden met cocaïne transporten vanuit Zuid Amerika. Ook zijn er tapgesprekken van klager die vermoedelijk op versluierende wijze gaan over handel in verdovende middelen. Daarnaast is financieel onderzoek gedaan naar klager. Dit levert vooralsnog een onverklaarbaar vermogen op van € 100.000,-. Dit bedrag wordt niet gedekt door het door klager ontvangen schadevergoedingsbedrag, dan wel de door hem ontvangen erfenis.

Gelet hierop, is de rechtbank van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. Op grond van bovenstaande is het immers niet onwaarschijnlijk dat de rechter die later inhoudelijk over de zaak zal oordelen de goederen ofwel verbeurd zal verklaren ofwel zal ontnemen in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel. Het beklag dient dan ook ongegrond te worden verklaard."

2.3. Om de juiste beoordelingsmaatstaf te kunnen hanteren zal ten tijde van de behandeling in raadkamer duidelijk moeten zijn welke bepaling of bepalingen aan het beslag ten grondslag ligt of liggen.

In geval van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van art. 94 Sv gelegd beslag dient de rechter a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen. (Vgl. HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010/654)

2.4. Door te oordelen dat het beklag ongegrond moet worden verklaard omdat "niet onwaarschijnlijk is dat de rechter die later inhoudelijk over de zaak zal oordelen de goederen ofwel verbeurd zal verklaren ofwel zal ontnemen in verband met wederrechtelijk verkregen voordeel" heeft de Rechtbank in het midden gelaten op grond van welke bepaling of bepalingen het beslag is gelegd en niet (één van) de toepasselijke maatstaven aangelegd. Het middel klaagt daarover terecht.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2012.