Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BV5575

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-04-2012
Datum publicatie
11-04-2012
Zaaknummer
10/02611
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BV5575
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3982, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring? De vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, laat zich niet steeds ondubbelzinnig beantwoorden, maar die beantwoording is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Niet op voorhand kan worden uitgesloten dat uit het samenstel van bepaalde gedragingen wordt afgeleid dat die gedragingen enerzijds opleveren het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een goed dat aan een ander toebehoort en dat anderzijds die gedragingen kunnen dienen voor het bewijs van het door listige kunstgrepen bewegen tot afgifte van dat goed. In dat verband kan voor een medeplegen betreffend geval als i.c. van belang zijn dat een kwaliteitsdelict kan worden medegepleegd door iemand die de desbetreffende kwaliteit mist (vgl. HR LJN AU9096), terwijl niet is vereist dat de medeplegers eenzelfde rol vervullen of dezelfde soort gedragingen verrichten bij de uitvoering van het delict. Gelet op deze vooropstelling en ‘s Hofs vaststellingen, geeft ‘s Hofs oordeel dat de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte zowel medeplegen van verduistering in dienstbetrekking als medeplegen van oplichting opleveren, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk. Daarbij heeft de Hoge Raad i.h.b. nog in aanmerking genomen dat het Hof enerzijds uit de bewijsmiddelen heeft kunnen afleiden dat de medeverdachte de van verdachte verkregen geldbedragen die hij omwisselde voor fiches (de inzet), alsmede het geld dat de medeverdachte onder zich had ter uitbetaling als volgens de regels van het roulettespel een fiche op het winnende nummer was geplaatst - welke geldbedragen aan X toebehoorden - anders dan door misdrijf onder zich had als bedoeld in art. 321 jo. art. 322 Sr en dat hij en verdachte krachtens hun tevoren gemaakte afspraak zich die geldbedragen wederrechtelijk hebben toegeëigend. Anderzijds heeft het Hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat X door de listige kunstgrepen van de medeverdachte is bewogen tot afgifte als bedoeld in art. 326 Sr aan verdachte en zijn medeverdachte van geldbedragen ter grootte van de “inzet” en de “winst” die X zonder het vals spelen niet zou hebben afgegeven, welk feit verdachte volgens zijn met de medeverdachte gemaakte afspraak heeft medegepleegd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 55
Wetboek van Strafrecht 322
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2012, 229
NBSTRAF 2012/229
RvdW 2012/628
NJ 2012/265
NJB 2012/1050

Uitspraak

10 april 2012

Strafkamer

nr. S 10/02611

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 2 april 2010, nummer 22/005763-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, ten tijde van de betekening van de aanzegging zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt over een tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat:

"hij op tijdstippen in de periode van 01 september 2006 tot en met 19 januari 2007 te Rotterdam, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk geldbedragen (totaal 40.550,00 euro of daaromtrent), die geheel of ten dele toebehoorden aan Holland Casino, en welke goederen zijn mededader telkens uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als dealer/casinomedewerker onder zich had, telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en

hij op tijdstippen in de periode van 01 september 2006 tot en met 19 januari 2007 te Rotterdam, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, Holland casino telkens heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen (totaal 40.550,00 euro of daaromtrent), hebbende zijn mededader telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - listiglijk en bedrieglijk meermalen, telkens

- aan de roulettetafel geen zogenaamde sweep (sein dat geen geld meer ingezet mag worden) gegeven,

en

- vervolgens fiches op de winnende burenprint op het speelveld van de roulettetafel geplaatst/ingezet terwijl het winnende nummer al gevallen was, waardoor

Holland Casino telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte."

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van de verdachte.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2010 verklaard - zakelijk weergegeven -:

Het klopt dat ik [medeverdachte] heb gezien bij de drukkerij aan het Zuidplein te Rotterdam. Ik speelde vaak aan de roulettetafel bij Holland Casino Rotterdam waar hij dienst deed als croupier.

2. Het proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2007045042-1, d.d. 5 februari 2007, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1].

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op 22 januari 2007 tegenover deze opsporingsambtenaar afgelegde verklaring van [betrokkene 1]:

Ik ben namens Holland Casino Rotterdam gerechtigd tot het doen van aangifte van verduistering en oplichting gepleegd te Rotterdam door een werknemer van Holland Casino Rotterdam genaamd [medeverdachte] en een gast van Holland Casino genaamd [verdachte]. Vooralsnog is Holland Casino Rotterdam voor een bedrag van 40550 euro benadeeld.

3. Een als bijlage bij het onder 2 vermelde proces-verbaal gevoegd geschrift, te weten een document aangeduid als bijlage I, opgemaakt door [betrokkene 1], assistent manager S&RC van Holland Casino Rotterdam d.d. 21 januari 2007.

Dit geschrift houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - als verklaring van [betrokkene 1]:

Op 16 januari (het hof begrijpt: 2007) werd door een toezichthouder (tablemanager) van enkele Amerikaanse roulette tafels aangegeven dat zij sterk de indruk kreeg dat de dealer [medeverdachte] samenspeelde met een gast genaamd [verdachte]. Op basis van deze vermoedens is door de afdeling Security & Risk Control een nader onderzoek gestart. In het bezoekerregistratiesysteem van Holland Casino is een onderzoek gedaan naar de persoonsgegevens, bezoekdata en bezoekfrequentie van [verdachte] bij Holland Casino. Ook is er onderzoek gedaan naar het werkrooster van de dealer [medeverdachte] waarbij opviel dat [verdachte] Holland Casino sedert augustus 2006 met name bezocht heeft op tijden dat [medeverdachte] werkzaamheden verrichtte als dealer.

De overeenkomsten tussen de bezoekdata van [verdachte] en het rooster van [medeverdachte] zijn vergeleken. Hierin is een vast patroon te ontdekken vanaf augustus 2006. Kort voordat [medeverdachte] in zijn dienst aan een Amerikaans Roulettetafel moet staan, komt [verdachte] binnen en gaat vrij snel na afloop van de 45 minuten dat [medeverdachte] aan de Amerikaans Roulettetafel heeft gestaan, weer weg.

Aansluitend is er een onderzoek gestart met gebruikmaking van het Closed Circuit television systeem (cctv). Op 16 januari 2007 is er besloten om ter bevestiging van de cctv beelden en om duidelijkheid te krijgen over de feitelijke communicatie tussen [verdachte] en [medeverdachte], 2 spelobservanten van de afdeling Security & Risk Control uit een andere vestiging incognito deel te laten nemen aan het spel ten tijde dat dealer [medeverdachte] werkzaam was en [verdachte] zich als gast had laten registreren.

Resumerend kan gezegd worden dat de bezoeken van [verdachte] en de werktijden van [medeverdachte] vanaf augustus 2006 nagenoeg parallel lopen en zij op 30 momenten gelijktijdig in Holland Casino aanwezig waren. [Medeverdachte] als werknemer en [verdachte] als gast. Wanneer [verdachte] aan tafel kwam werd er geen sweep gegeven (een sweep is een zwaaiende beweging ter teken dat er door de gasten niet meer ingezet mag worden).

Derving door Holland Casino:

6 januari:11.750 (op basis van kassabeelden)

8 januari:2.950 (op basis van kassabeelden)

12 januari:7.100 (vastgesteld a.d.v. tafelbeelden, dus correct)

13 januari:8.250 (vastgesteld a.d.v. tafelbeelden, dus correct)

19 januari:10.500 (vastgesteld a.d.v. tafelbeelden, dus correct)

Totaal dus 40.550 euro. Hierbij is geen rekening gehouden met de periode voor januari 2007.

4. Het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2007045042-5, d.d. 27 februari 2007, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op de genoemde datum tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

In november 2006 kwam ik in een drukkerij op het Zuidplein te Rotterdam een man tegen die ik van gezicht kende als een speler in het Holland Casino Rotterdam. Hij zei zoiets van: "zullen we eens samen spelen". Na ongeveer 2 weken kwam ik hem weer bij die drukkerij tegen en toen begon hij er weer over om samen te spelen. Ik versta onder "samen spelen" vals spelen om het Holland Casino te benadelen. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij zijn telefoonnummer moest geven, dan zou ik hem bellen wanneer ik een gelegenheid had. Ik heb toen met hem afgesproken dat hij tegen mij moest zeggen: "zelfde spel" en mij het geld moest geven als de kogel draaide. Ik zou dan voor de rest zorgen. Als hij mij het geld gaf, dan begon ik het geld te tellen terwijl de kogel draaide. Vervolgens wisselde ik het geld om voor fiches. Op het moment dat de kogel gevallen was, met andere woorden wanneer het winnende nummer al gevallen was, plaatste ik de fiches op de "burenprint" waarna ik de man 35 keer zijn inzet als winst uitbetaalde. Op een avond "verdienden" wij ongeveer 42.000 euro, minus de inzetten.

5. Het proces-verbaal van de politie Rotterdam-Rijnmond, nr. 2007045042-8, d.d. 28 februari 2007, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2].

Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:

als de op de genoemde datum tegenover deze opsporingsambtenaren afgelegde verklaring van [medeverdachte]:

Ik heb [verdachte] al in september 2006 leren kennen en wij hebben vanaf september samen vals gespeeld in het Casino Rotterdam.

6. De eigen waarneming van het hof.

Het hof heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2010 op camerabeelden van de roulettetafels en de zaal van Holland Casino Rotterdam d.d. 12 januari 2007, d.d. 13 januari 2007 en d.d. 14 januari 2007 het volgende waargenomen - zakelijk weergegeven -:

12 januari 2007

- 22:18:53 uur en verder: [medeverdachte] geeft een "sweep", de verdachte overhandigt geld aan [medeverdachte], [medeverdachte] legt het geld opzij, de kogel valt en [medeverdachte] geeft het geld terug aan de verdachte;

- 22:42:28 uur en verder: [medeverdachte] geeft de kogel, de verdachte legt zijn geld op tafel, telt het geld, de kogel valt en nadat de kogel is gevallen worden de chips ingezet. Er wordt geen "sweep" gegeven;

- 22:49:00 en verder: [medeverdachte] geeft geen "sweep", de chip wordt geplaatst nadat de kogel is gevallen.

- 22:53:00 uur en verder: de verdachte legt bankbiljetten op tafel, de kogel valt en er wordt geen "sweep" gegeven. [Medeverdachte] telt geld en plaatst de chips nadat de kogel is gevallen.

13 januari 2007

- 23:35:00 uur en verder: de kogel valt en er wordt geen "sweep" gegeven. De chips worden geplaatst nadat de kogel is gevallen;

14 januari 2007

- 00:11:00 uur en verder: [Medeverdachte] geeft de kogel, hij geeft de "sweep" en tegelijkertijd geeft hij bankbiljetten aan de verdachte;

- 00:10:35 uur en verder: [Medeverdachte] geeft de kogel, voorts geeft hij de "sweep" en tegelijkertijd geeft de verdachte bankbiljetten aan [medeverdachte], de kogel valt, [medeverdachte] kijkt waarop de kogel viel en zet daarna in op de burenprint."

3.3. Blijkens de daarop gegeven toelichting berust het middel op de opvatting dat de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte niet tegelijkertijd het medeplegen van verduistering in dienstbetrekking en het medeplegen van oplichting kunnen opleveren, omdat verduistering vereist dat het goed anders dan door misdrijf is verkregen en dit niet verenigbaar is met het door oplichtingsmiddelen bewegen tot afgifte van dat goed.

3.4. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld. In de eerste plaats geldt dat de vraag of bepaalde gedragingen verduistering of oplichting opleveren, zich niet steeds ondubbelzinnig laat beantwoorden, maar dat die beantwoording afhankelijk is van de omstandigheden van het geval. Daarnaast kan niet op voorhand worden uitgesloten dat uit het samenstel van bepaalde gedragingen wordt afgeleid dat die gedragingen enerzijds opleveren het zich wederrechtelijk toe-eigenen van een goed dat aan een ander toebehoort en dat anderzijds die gedragingen kunnen dienen voor het bewijs van het door listige kunstgrepen bewegen tot afgifte van dat goed. In dat verband kan voor een medeplegen betreffend geval als het onderhavige van belang zijn dat een kwaliteitsdelict kan worden medegepleegd door iemand die de desbetreffende kwaliteit mist (vgl. HR 28 februari 2006, LJN AU9096), terwijl niet is vereist dat de medeplegers eenzelfde rol vervullen of dezelfde soort gedragingen verrichten bij de uitvoering van het delict.

3.5. Het Hof heeft blijkens de bewijsmiddelen het volgende vastgesteld. De medeverdachte [medeverdachte] was als croupier werkzaam in Holland Casino aan een speeltafel voor Amerikaanse roulette. De verdachte en de medeverdachte hadden afgesproken samen vals te spelen en de opbrengst ervan te delen. De gang van zaken was daarbij, overeenkomstig hun tevoren gemaakte afspraak, als volgt. Aan de roulettetafel zei de verdachte "zelfde spel" en gaf hij geld aan de medeverdachte, die het geld begon te tellen terwijl de kogel al draaide in de cilinder. Vervolgens wisselde de medeverdachte het geld om voor fiches. Op het moment dat de kogel gevallen was en het winnende nummer dus al was bepaald, werd er door de medeverdachte geen sweep gegeven en plaatste hij de fiches op de winnende "burenprint" op het speelveld van de roulettetafel, waarna hij aan de verdachte 35 keer zijn inzet als winst in geld uitkeerde.

3.6. Gelet op hetgeen hiervoor is vooropgesteld en op hetgeen het Hof heeft vastgesteld, geeft het oordeel van het Hof dat de bewezenverklaarde gedragingen van de verdachte zowel medeplegen van verduistering in dienstbetrekking als medeplegen van oplichting opleveren (waarop het Hof vervolgens de regeling van eendaadse samenloop heeft toegepast), niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel ook niet onbegrijpelijk. Daarbij wordt in het bijzonder nog het volgende in aanmerking genomen. Het Hof heeft enerzijds uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat de medeverdachte de van de verdachte verkregen geldbedragen die hij omwisselde voor fiches (de inzet), alsmede het geld dat de medeverdachte onder zich had ter uitbetaling als volgens de regels van het roulettespel een fiche op het winnende nummer was geplaatst - welke geldbedragen aan Holland Casino toebehoorden - anders dan door misdrijf onder zich had als bedoeld in art. 321 in verbinding met art. 322 Sr en dat hij en de verdachte krachtens hun tevoren gemaakte afspraak zich die geldbedragen wederrechtelijk hebben toegeëigend. Anderzijds heeft het Hof uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden dat Holland Casino door de listige kunstgrepen van de medeverdachte is bewogen tot afgifte als bedoeld in art. 326 Sr aan de verdachte en zijn medeverdachte van geldbedragen ter grootte van de "inzet" en de "winst" die Holland Casino zonder het vals spelen niet zou hebben afgegeven, welk feit de verdachte volgens zijn met de medeverdachte gemaakte afspraak heeft medegepleegd.

3.7. Het middel faalt.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 10 april 2012.