Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU8730

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-02-2012
Datum publicatie
07-02-2012
Zaaknummer
10/05325 E
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU8730
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2010:BM3577, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. HR: art. 81 RO. Anders dan de conclusie AG: geen ambtshalve grond voor vernietiging (geen gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van feit 3).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/301
NJ 2012/120
JONDR 2012/486
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

7 februari 2012

Strafkamer

nr. S 10/05325 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Economische Kamer, van 4 mei 2010, nummer 23/002940-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.J.P. van Omme, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De raadsman van de verdachte, mr. R-J. Boswijk, advocaat te Amsterdam, heeft een aanvullende schriftuur ingediend. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak doch uitsluitend voor zover het Hof heeft geoordeeld dat het onder 3 bewezenverklaarde strafbaar is en in zoverre tot ontslag van alle rechtsvervolging, met verwerping van het beroep voor het overige.

1.2. De raadsman van de verdachte, mr. C.J. van Bavel, advocaat te Amsterdam, heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Slotsom

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd (er is immers - anders dan de Advocaat-Generaal concludeert - geen sprake van een gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van het onder 3 bewezenverklaarde dat ook betrekking heeft op de vóór de wetswijziging begane strafbare feiten; vgl. HR 12 juli 2011, LJN BP6878), moet het beroep worden verworpen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 7 februari 2012.