Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU8702

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-01-2012
Datum publicatie
17-01-2012
Zaaknummer
10/03041 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU8702
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Gegronde herzieningsaanvrage i.v.m. persoonsverwisseling.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 163
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/178
Jwr 2012/37
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 januari 2012

Strafkamer

nr. S 10/03041 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 6 december 2006, nummer 21/000317-06, ingediend door mr. N. van Schaik, advocaat te Utrecht, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Utrecht van 2 augustus 2005 - de aanvrager ter zake van "Overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van negen maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat er sprake is van een persoonsverwisseling.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een ander gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

Op de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie genoemde gronden moet de door de aanvrager gestelde omstandigheid worden aangemerkt als een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrage is dus gegrond.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 6 december 2006;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op de voet van art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 17 januari 2012.