Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU7334

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-05-2012
Datum publicatie
09-05-2012
Zaaknummer
11/00103
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU7334
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Afwijzing aanhoudingsverzoek. HR herhaalt overwegingen uit HR NJ 1999/294. Uit ’s Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding blijkt niet dat het Hof de vereiste afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet is ingegaan op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/733
NJB 2012/1225
NJ 2012/325
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 mei 2012

Strafkamer

nr. S 11/00103

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 juni 2010, nummer 22/005950-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats]

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J-F. Grégoire, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft in zijn aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt over de afwijzing door het Hof van het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak.

2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in:

"De raadsvrouw verzoekt aanhouding van de behandeling van de zaak, nu zij geen dossier heeft ontvangen, en zich niet voldoende heeft kunnen voorbereiden.

De advocaat-generaal verzet zich tegen aanhouding van de behandeling van de zaak.

De voorzitter onderbreekt vervolgens het onderzoek voor beraad. Na beraad wordt het onderzoek hervat en deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede dat het verzoek van de raadsvrouw wordt afgewezen. Het hof komt tot deze beslissing omdat het de voor het verzoek aangevoerde grond niet zonder meer aannemelijk acht. Op 7 januari 2010 heeft de gestelde raadsman van de verdachte, mr. J. Looman, kantoorgenoot van de raadsvrouw, die als raadsman van de verdachte in eerste aanleg beschikte over het dossier, de voorzitter telefonisch laten weten op de door het hof aanvankelijk geplande zittingsdag 19 maart 2010 verhinderd te zijn, maar dat behandeling van de zaak op heden, 26 mei 2010, hem goed paste. Voorts heeft hij bij die gelegenheid aangeven dat het hoger beroep uitsluitend de strafmaat betrof. Aan het kantoor Westendorp Looman, waarvan de raadsvrouw deel uitmaakt, zijn op 19 april 2010 nog enige nagekomen dossierstukken gezonden. Onder die omstandigheden moet het ervoor worden gehouden dat de raadsvrouw de beschikking had over het dossier en zich dus voldoende op de verdediging heeft kunnen voorbereiden."

2.3. Bij de beslissing op een verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting dient de rechter een afweging te maken tussen alle daarvoor in aanmerking komende belangen, waaronder het aanwezigheidsrecht van de verdachte, het belang dat niet alleen de verdachte maar ook de samenleving heeft bij een spoedige berechting en het belang van een goede organisatie van de rechtspleging (vgl. HR 26 januari 1999, LJN ZD1314, NJ 1999/294).

2.4. Uit 's Hofs motivering van de afwijzing van het verzoek tot aanhouding van het onderzoek op de terechtzitting blijkt niet dat het Hof de hiervoor bedoelde afweging van belangen heeft gemaakt, terwijl het ook niet is ingegaan op hetgeen aan het aanhoudingsverzoek ten grondslag is gelegd. Daarom is 's Hofs afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd.

2.5. Het middel is derhalve terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 8 mei 2012.