Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU5266

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2012
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
10/04979 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU5266
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag, beslag, art. 552a en 552b Sv. Casus: de Rb heeft klaagster n-o verklaard omdat het geldbedrag in de strafzaak tegen X reeds verbeurdverklaard is. Het is de HR ambtshalve bekend dat deze strafzaak thans onherroepelijk is. HR herhaalt HR NJ 1994/263. In casu is de strafzaak (10/03383) in de cassatiefase van het beslag onherroepelijk geworden. Ook dan heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift ex art. 552b Sv. De HR vernietigt de beschikking en zendt de stukken naar het Hof.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 552a
Wetboek van Strafvordering 552b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/221
NJB 2012/418
JOW 2012/42
NBSTRAF 2012/98
NbSr 2012/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 januari 2012

Strafkamer

nr. S 10/04979 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Utrecht van 24 augustus 2010, nummer RK 10/552, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en primair tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan, subsidiair tot verwijzing van de zaak naar het ingevolge het tweede lid van art. 552b Sv bevoegde gerecht teneinde op het als beklag op de voet van art. 552b Sv op te vatten klaagschrift te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel richt zich tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de klager door de Rechtbank in zijn beklag.

2.2. Bij klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingekomen ter griffie van de Rechtbank te Utrecht op 13 april 2010, heeft de klager om teruggave verzocht van een op (de Hoge Raad leest) 19 augustus 2009 onder een derde ([betrokkene 1]) inbeslaggenomen geldbedrag van € 1.815,-, daartoe stellende dat dat geld hem toebehoort. De Rechtbank heeft de klager bij de bestreden beschikking in dat beklag niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het geldbedrag bij vonnis van de Rechtbank te Utrecht van 29 december 2009 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] reeds is verbeurdverklaard.

Het is de Hoge Raad ambtshalve bekend dat het Gerechtshof Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, op het tegen voormeld vonnis ingestelde hoger beroep bij arrest van 5 juli 2010 voornoemd geldbedrag wederom heeft verbeurdverklaard. Het tegen dat arrest ingestelde beroep in cassatie is door de Hoge Raad bij arrest van 24 januari 2012 verworpen. Het arrest van het Hof van 5 juli 2010 is daardoor onherroepelijk geworden.

2.3. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat, indien het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, constateert dat sedert de indiening daarvan de desbetreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, dit klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in art. 552b Sv. Indien evenbedoeld gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het aldus opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR 23 november 1993, NJ 1994/263).

2.4. In dit geval is de verbeurdverklaring van het geldbedrag eerst in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in dat geval moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in art. 552b Sv. De Hoge Raad zal, met vernietiging van de bestreden beschikking, de stukken doen zenden naar het ingevolge het tweede lid van art. 552b Sv bevoegde gerecht.

3. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 januari 2012.