Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU5244

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24-01-2012
Datum publicatie
24-01-2012
Zaaknummer
10/04345
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU5244
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsklacht poging bedreiging met zware mishandeling. Uit de bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat verdachtes opzet erop was gericht dat X op de hoogte zou geraken van de inhoud van de brief, nu verdachte die brief aan de politie had gestuurd. Indien het Hof van het opzet in voorwaardelijke vorm zou zijn uitgegaan is de bewezenverklaring evenmin toereikend gemotiveerd omdat niet zonder meer valt in te zien dat er een aanmerkelijke kans was dat X van de bedreiging op de hoogte zou geraken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/207
NJ 2012/83
NJB 2012/415
SR-Updates.nl 2012-0046
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

24 januari 2012

Strafkamer

nr. S 10/04345

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 29 april 2010, nummer 21/003465-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. X.B. Sijmons, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Beoordeling van het tweede middel

2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het onder 2B tenlastegelegde onvoldoende met redenen is omkleed, nu uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de wil van de verdachte gericht is geweest op de bedreiging van [betrokkene 1].

2.2.1. Ten laste van de verdachte heeft het Hof onder 2B bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 juni 2006 tot en met 30 november 2007 te Vianen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [betrokkene 1] te bedreigen met zware mishandeling opzettelijk dreigend een brief heeft gezonden aan de politie Utrecht (district Lekstroom, wijkteam Vianen) met onder meer de volgende woorden:

- "[betrokkene 1] haar smoel wordt ingeslagen"

- "uiteraard nadat de hechtingen in kankerhoer haar rotbek genaaid zijn",

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"3. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 1], brigadier van politie Utrecht, district Lekstroom, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0960/07-370719, gesloten en getekend op 9 december 2007 te Vianen, als bijlage (p. 78 t/m 79) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant, - zakelijk weergegeven -:

Tussen juni 2006 en november 2007 zijn ongeveer zes brieven bij het wijkteam Vianen van het district Lekstroom van de politie Utrecht bezorgd. Deze brieven zijn vermoedelijk afkomstig van [verdachte]. Op enkele brieven is geschreven dat ze afkomstig zijn van genoemde [verdachte]. De toon en het taalgebruik in de brieven is soortgelijk.

4. Een als bijlage (p.80 e.v.) bij het stamproces-verbaal gevoegd schriftelijk bescheid, inhoudende een bij het wijkteam Vianen van het district Lekstroom van de politie Utrecht bezorgde handgeschreven brief, voor zover inhoudende, - zakelijk weergegeven -:

"[Betrokkene 1] haar smoel wordt ingeslagen."

"Uiteraard nadat de hechtingen in kankerhoer haar rotbek genaaid zijn."

"...hoeft hoer [betrokkene 1] haar rotsmoel niet meer in Vianen te vertonen vanaf 01-01-2007. Ga maar naar de rechter als je de hoer opgeveegd hebt."

5. Een in wettelijke vorm door [verbalisant 2], brigadier van politie Utrecht, district Lekstroom, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL0960/07-370719, gesloten en getekend op 30 november 2007 te Vianen, als bijlage (p. 72 t/m 73) gevoegd bij het stamproces-verbaal, voor zover inhoudende de verklaring van [betrokkene 1], - zakelijk weergegeven -:

[Verdachte] heeft mij vanaf ongeveer januari 2003 tot en met nu met vlagen lastiggevallen.

6. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van de meervoudige kamer in de rechtbank Utrecht van 12 augustus 2008, - zakelijk weergegeven -:

U houdt mij de brieven die zich in het dossier bevinden voor. Die heb ik inderdaad geschreven."

2.2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring voorts nog het volgende overwogen:

"Ten aanzien van het onder 2B tenlastegelegde overweegt het hof dat verdachte erkent de brieven geschreven te hebben. Zijn verweer strekt ertoe dat zijn frustratie niet gericht was tegen [betrokkene 1] maar tegen de autoriteiten en dat hij dus niet het opzet had om [betrokkene 1] te bedreigen. Het hof acht echter de gebruikte woorden en de onbeantwoorde toenaderingspogingen van verdachte naar [betrokkene 1] in het verleden, van dien aard dat zij bij [betrokkene 1] de redelijke vrees voor zware mishandeling konden doen ontstaan. Nu de brieven bij de politie zijn gebleven, is het bij een poging gebleven."

2.3. De bewezenverklaring is niet toereikend gemotiveerd.

Uit de bewijsvoering kan niet worden afgeleid dat verdachtes opzet erop was gericht dat [betrokkene 1] op de hoogte zou geraken van de inhoud van de brief, nu de verdachte die brief aan de politie had gestuurd. Indien het Hof van het opzet

in voorwaardelijke vorm is uitgegaan, is de bewezenverklaring evenmin toereikend gemotiveerd omdat niet zonder meer valt in te zien dat er een aanmerkelijke kans was dat [betrokkene 1] van de bedreiging op de hoogte zou geraken.

2.4. Het middel is terecht voorgesteld.

3. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ten aanzien van het onder 2B tenlastegelegde en de strafoplegging;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 24 januari 2012.