Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BU3614

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
11/01490
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BU3614
In cassatie op : ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6422, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

1. Voortbouwend appel, art. 415.2 Sv. 2. Gegronde bewijsklacht. Ad 1. De mededeling van de voorzitter dat het Hof in het kader van het voortbouwend appel niet alle aan verdachte tenlastegelegde feiten apart met hem gaat bespreken, nu dit reeds in eerste aanleg is gebeurd, strookt met de in art. 415.2 Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep te concentreren op de bezwaren die door verdachte of het OM tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis worden ingebracht. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep heeft het Hof verdachte en zijn raadsman de gelegenheid gegeven zich over het tenlastegelegde feit uit te laten, van welke gelegenheid de verdediging ook gebruik heeft gemaakt op de wijze als in het proces-verbaal is vermeld. Waar de verdediging heeft nagelaten enigszins concrete bezwaren naar voren te brengen tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis vzv dat betrekking heeft op de in het middel bedoelde onderdelen van het feit, behoefde het Hof het onderzoek ter terechtzitting niet in het bijzonder daarop te richten. Ad 2. Gegronde bewijsklacht onder verwijzing naar de gronden als vermeld in de conclusie AG.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 415
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/787
RvdW 2012/1328
NJ 2012/610
NBSTRAF 2012/180
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 maart 2012

Strafkamer

nr. S 11/01490

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 3 maart 2011, nummer 24/002013-10, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord, locatie De Marwei" te Leeuwarden.

1. Geding in cassatie

1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. J. Goudswaard en mr. C.P. Wesselink-van Dijk, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, voor zover het de bewezenverklaring van de onderdelen 4.1, 4.4, 4.7, 4.15, 4.24, 4.27, 4.31, 4.32, 4.33, 4.35 en 4.36 betreft, voor zover aan de veroordeling voor die feiten beslissingen zijn gekoppeld over de vordering van een benadeelde partij en daaraan schadevergoedingsmaatregelen zijn verbonden - het laatste geldt ook voor de schadevergoedingsmaatregel die is verbonden aan de veroordeling voor 4.1 en 4.25 - en voor zover het de strafoplegging betreft, en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden teneinde met inachtneming van 's Hogen Raads beslissing opnieuw te worden berecht en afgedaan.

1.2. De raadslieden hebben schriftelijk op de conclusie gereageerd.

1.3. De door de Rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring onder 4 gebezigde bewijsmiddelen zijn aan dit arrest gehecht.

2. Bewezenverklaring en bewijsvoering

2.1. In het door het Hof - onder aanvulling en verbetering van gronden - bevestigde vonnis van de Rechtbank is ten laste van de verdachte onder 4 bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 19 april 2010, op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met een ander een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een anderen de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en zijn mededaders, telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

1.

in de periode van 15 september 2009 tot en met 27 november 2009, te Winkel, in de gemeente Niedorp en te Uitgeest, in de gemeente Uitgeest en te Scharsterburg, in de gemeente Skarsterlân, bij een bedrijf genaamd [A] B.V., een grote hoeveelheid goederen, te weten onder meer tuingereedschap en houten palen en schuttingen en loungesets en picknicktafel en een kruiwagen en stenen, ter waarde van ongeveer 45.000 euro en

7.

in de periode van 6 augustus 2009 tot en met 18 februari 2010, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, bij een bedrijf genaamd [B], laminaat en een schuurmachine en schuurvellen en

14.

in de periode van 12 december 2009 tot en met 10 februari 2010, te Beverwijk, in de gemeente Beverwijk, bij een bedrijf genaamd [C], een grote hoeveelheid etens- en drinkwaren en statafels en stoelen

28.

in de periode van 30 november 2009 tot en met 8 februari 2010, te Lier, in de gemeente Westland, bij een bedrijf genaamd [D], Deves kipwagens, Model 23, serienummer 2423 en serienummer EX 1796NW2009 en

29.

in de periode van 1 december 2009 tot en met 10 februari 2010, te Beilen, in de gemeente Midden-Drenthe, bij een bedrijf genaamd V.O.F. [E], een kipwagen en een veegmachine en

36.

in de periode van 23 januari 2009 tot en met 1 februari 2010, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, bij een bedrijf genaamd [F] B.V., grote hoeveelheden goederen, te weten CV-ketels en thermostaten en gasbetonzagen en een haakse slijpmachine en closetten;

en dat

hij in de periode van l januari 2009 tot en met 19 april 2010, op na te noemen plaatsen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een anderen de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

2.

in of omstreeks de periode van 27 februari 2009 tot en met 1 maart 2010, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, bij een bedrijf genaamd [G], onder meer dakleer en een blik Renogoot en

4.

in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 30 november 2009, te Oosterwolde, in de gemeente Ooststellingwerf, bij een bedrijf genaamd [H], een hoeveelheid etens- en drinkwaren en rookwaar onder meer frisdrank en alcoholhoudende drank en snacks en shag en

6.

in de periode van 24 april 2009 tot en met 15 februari 2010, te Harlingen, in de gemeente Harlingen, bij een bedrijf genaamd [I], een reclamesticker en visitekaartjes en

8.

in de periode van 1 september 2009 tot en met 5 februari 2010, te Beverwijk, in de gemeente Beverwijk, bij een bedrijf genaamd [J], verf en

9.

in de periode van 1 juli 2009 tot en met 24 februari 2010, te Oss, in de gemeente Oss, bij een bedrijf genaamd [K], houten vloeren en

10.

in de periode van 1 november 2009 tot en met 15 februari 2010, te Oldemarkt, in de gemeente Steenwijkerland, bij een bedrijf genaamd [L], een hoeveelheid gereedschap, te weten ring-steeksleutelsets en een latex handschoenen en

11.

in de periode van 10 december 2009 tot en met 23 februari 2010, te Naarden, in de gemeente Naarden, bij een bedrijf genaamd [M] B.V., een Open Schaalgrijper, type BOA 60, serienummer 10125409 en

12.

in de periode van 30 december 2009 tot en met 17 februari 2010, te Moerdijk, in de gemeente Moerdijk, bij een bedrijf genaamd [N] B.V., grote hoeveelheden strooizout en

13.

in de periode van 1 februari 2009 tot en met 16 februari 2010, te Barneveld, in de gemeente Barneveld, bij een bedrijf genaamd [O], vloeren en

15.

in de periode van 15 december 2009 tot en met 19 februari 2010, te Wormerveer, in de gemeente Zaanstad, bij een bedrijf genaamd [P], een grote hoeveelheid bouwmaterialen, te weten onder meer garagedeuren en isolatiemateriaal en branddeuren en dakpannen en terraskachels en pallet wikkelaars en vloer- en wandtegels en

17.

in de periode van 6 april 2009 tot en met 1 maart 2010, te Zoeterwoude, in de gemeente Zoeterwoude, bij een bedrijf genaamd [Q] B.V., parketvloeren en

18.

in de periode van 18 december 2009 tot en met 4 februari 2010, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, bij een bedrijf genaamd H-Select, werkkleding ondermeer broeken en jassen en strooizout en

19.

in de periode van 27 januari 2010 tot en met 3 februari 2010, te Staphorst, in de gemeente Staphorst, bij een bedrijf genaamd [R] B.V., twee kantelcontainers en

21.

in de periode van 26 februari 2009 tot en met 12 februari 2010, te Sneek, in de gemeente Sneek, bij een bedrijf genaamd [S], een lasmachine van het merk ESAB en

22.

in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 3 februari 2010, te Bodegraven, in de gemeente Bodegraven, bij een bedrijf genaamd [T] B.V., vlaggenmasten en banieren, vlaggen, en

24.

in de periode van 17 maart 2009 tot en met 25 februari 2010, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, bij een bedrijf genaamd [U] B.V., een grote hoeveelheid goederen, te weten onder meer hout en gipsplaten en gereedschap en

25.

in de periode van 6 augustus 2009 tot en met 11 maart 2010, te Zeist, in de gemeente Zeist, bij een bedrijf genaamd [V], magazijnrekken en een rek met stapelbakken en gereedschap en

26.

in de periode van 1 december 2009 tot en met 8 februari 2010, te Groningen, in de gemeente Groningen, bij een bedrijf genaamd [W], een radiator met bijbehorende leidingen en kraan en

27.

in de periode van 1 juli 2009 tot en met 16 februari 2010, te Wijk bij Duurstede, in de gemeente Wijk bij Duurstede, bij een bedrijf genaamd [X], een grote hoeveelheid goederen, te weten onder meer laminaatvloeren en hardwaxolie en gaasschijven en lijm en

30.

in de periode van 26 november 2009 tot en met 27 januari 2010, te Heerenveen, in de gemeente Heerenveen, bij een bedrijf genaamd [Y] B.V., een grote hoeveelheden brandstof, dieselolie, en

31.

in de periode van 30 september 2009 tot en met 11 februari 2010, te Dokkum, in de gemeente Dongeradeel, bij een bedrijf genaamd [Z] B.V., een stofzuiger en een cirkelzaagblad en decoupeerzaagbladen en verstekscharen en

32.

in de periode van 20 augustus 2009 tot en met 10 maart 2010, te Joure, in de gemeente Skarsterlân, bij een bedrijf genaamd [AA] B.V., onder meer afkortzagen, merk Makita, en diverse zaagbladen en een stripnagelapparaat en ander gereedschap en

33.

in de periode van 16 november 2009 tot en met 9 februari 2010, te Huis ter Heide, in de gemeente Noordenveld, bij een bedrijf genaamd [BB] B.V., onder meer stekkers en bezems en een koevoet en buizen en

34.

in de periode van 8 januari 2010 tot en met 11 februari 2010, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, bij een bedrijf genaamd [CC] V.O.F, paneelradiatoren met omkasting, type Compact, en

35.

in de periode van 30 januari 2010 tot en met 16 februari 2010, te Noordbroek, in de gemeente Menterwolde, bij een bedrijf genaamd [DD], een hoeveelheid gereedschap, te weten ondermeer ring- en steeksleutelsets en doppendozen en

37.

in de periode van 15 oktober 2009 tot en met 10 februari 2010, te Utrecht, in de gemeente Utrecht, bij een bedrijf genaamd [EE] B.V., bokwielen en

38.

in de periode van 26 januari 2010 tot en met 18 februari 2010, te Mijdrecht, in de gemeente De Ronde Venen, bij een bedrijf genaamd [FF] B.V., onder meer een laminaatvloer en een display en

39.

in de periode van 30 oktober 2009 tot en met 11 februari 2010, te Weesp, in de gemeente Weesp, bij een bedrijf genaamd [GG] B.V., vloeren en vloerbenodigheden, te weten lijm en wax."

2.2.1. Deze bewezenverklaring steunt in de eerste plaats op de bewijsmiddelen die zijn opgesomd in het vonnis van de Rechtbank.

2.2.2. Voorts heeft het Hof in zijn arrest de navolgende aanvullende bewijsmiddelen opgenomen:

"Zaak A feit 3 en 4

De verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven, inhoudende:

Het klopt dat ik, op naam van mijn bedrijf [HH], in de eerste helft van vorig jaar een groot aantal goederen van het bedrijf [F] heb besteld en geleverd heb gekregen. Ik wist, toen ik de goederen bestelde, dat ik die goederen niet kon betalen, omdat ik dat moment geen geld had. Ook op het moment van afleveren van die goederen bij mij thuis kon ik deze niet betalen, ik had het geld gewoon niet. Ik wist dus dat ik de goederen niet kon betalen en toch heb ik de goederen besteld en afgenomen. Ik wist dat ik mij schuldig maakte aan oplichting. Ik weet dat ik ook andere bedrijven op deze manier heb benadeeld. Ik hoor jullie zeggen dat wanneer ik zoveel bedrijven op dezelfde manier opgelicht heb, dat ik er dan een gewoonte van heb gemaakt. Jullie zeggen mij dat het dan flessentrekkerij is. Dat klopt wel zo'n beetje. Ik beken dat ik op deze manier vele mensen/bedrijven benadeeld heb. Ik was mij bewust van het feit dat ik opzettelijk mensen of bedrijven heb benadeeld.

De verklaring van verdachte, inhoudende, zakelijk weergegeven:

In 2009 en 2010 ging het moeilijk met [HH].

De verklaring van [betrokkene 1], inhoudende, zakelijk weergegeven:

[Verdachte] is mijn ex-vriend. Eind 2008 zijn we gaan wonen op het adres [a-straat 1] te [plaats]. Vanaf 2007 had [verdachte] zijn bedrijf [II], wat later werd omgezet naar [HH]. Ik kan jullie verklaren dat [verdachte] uit naam van zijn bedrijf [HH] bij meerdere bedrijven in het land goederen bestelde en deze nooit betaalde. Wij waren zeker niet in staat deze bestelde goederen te betalen. In januari 2009 heeft [verdachte] ook het bedrijf [JJ] opgericht. Vanaf het begin van het ontstaan van dat bedrijf bestelde [verdachte] bij verschillende bedrijven welke gespecialiseerd waren in vloeren en toebehoren. [Verdachte] deed dat zowel op naam van [HH] als op naam van [JJ]. Vanaf het begin af aan waren wij zelf niet in staat die bestelde goederen te betalen. Het geld dat binnenkwam uit de verkoop van vloeren hebben we vaak gebruikt voor eigen zaken, zoals drugs, diesel en voedingsmiddelen. Al het geld ging voornamelijk op aan drugs.

De verklaring van [betrokkene 2], zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik ben een achterneef van [betrokkene 1]. Ik woon sinds januari 2009 bij mijn achternicht aan de [a-straat 1] te [plaats]. Daar woonde ook [verdachte]. Op een gegeven moment begonnen [betrokkene 1] en [verdachte] een vloerenzaak onder de naam [JJ]. In het begin liep die zaak wel redelijk. Naarmate de tijd verstreek kwam ik erachter dat de zaken erg slecht gingen. Dat kwam volgens mij door het gebruik van cocaïne door [verdachte]. Er werden veel dingen besteld maar die gingen dan voor een habbekrats de deur weer uit. Het geld dat op die manier binnenkwam werd door [verdachte] grotendeels besteed aan zijn cocaïneverslaving. Op een gegeven moment, dat was ongeveer in september/oktober 2009 kwam ik erachter dat er wel heel veel materiaal besteld werd. Ook goederen die niets met de vloerenzaak of zijn bouwbedrijf te maken hadden. Er was nagenoeg geen werk en toch kwamen er veel spullen binnen onder andere van de bedrijven [A], [F] en [KK]. Ondanks de verkoop van behoorlijk grote hoeveelheden hadden we geen cent te makken.

De verklaring van [betrokkene 3], zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik ken [verdachte] ongeveer vanaf april 2009. Ik heb samen met [betrokkene 4] voor hem wel eens wat werkzaamheden verricht. In zijn algemeenheid kan ik zeggen dat [verdachte] goederen koopt zonder dat hij deze kan of wil betalen. Ook heeft [verdachte] van verschillende bedrijven goederen gehuurd en deze daarna verkocht. Ik kan mij nog goed herinneren dat tussen 25 en 30 december 2009 [betrokkene 4] en ik bij [verdachte] kwamen. Ik hoorde toen dat [verdachte] tegen ons zei: "Jullie mogen mij wel feliciteren". Wij vroegen toen of hij jarig was. Dat was niet het geval. "Nee", zei [verdachte] toen, "ik heb op de kop af voor 1,7 miljoen euro mensen in de teil getrokken." Hij bedoelde daarmee dat hij voor 1,7 miljoen euro had opgelicht.

De verklaring van [betrokkene 4], zakelijk weergegeven, inhoudende:

Ik kan mij nog goed herinneren dat [betrokkene 3] en ik tussen de 25 en 30 december 2009 bij [verdachte] kwamen. Ik hoorde toen dat [verdachte] tegen ons zei: Jullie mogen mij wel feliciteren". Dat was niet het geval. Hij zei toen: "Ik ben over het miljoen. Ik heb voor meer dan een miljoen euro mensen in de teil getrokken." Hij bedoelde daarmee dat hij mensen voor meer dan een miljoen had opgelicht.

De verklaring van [betrokkene 5], zakelijk weergegeven, inhoudende:

Sinds ongeveer eind oktober 2009 ben ik op verzoek van mijn ex-vrouw [betrokkene 1] en [verdachte] bij hen ingetrokken op het adres [a-straat 1] te [plaats]. In het begin had ik niet in de gaten wat [verdachte] allemaal deed. In die tijd zag ik wel eens post en daar zaten aanmaningen bij. Ook kwamen er wel eens deurwaarders. Omdat ik zag dat het niet goed ging heb ik een aantal bedrijven gebeld om niet meer te leveren. Ik weet dat [betrokkene 6] dieselolie heeft geleverd en dat de diesel werd verkocht aan vrienden van [verdachte]. [Verdachte] verkocht de diesel voor 50 cent per liter. Ook heeft [verdachte] zout besteld bij [N]. Het meeste van dat zout is verkocht voor € 9,95 per zakje. Het meeste geld heeft [verdachte] besteed aan het kopen van cocaïne. [Verdachte] had ook twee kantelcontainers gekocht. Deze kosten meer dan 1000 euro. [Verdachte] heeft er één verkocht voor € 250,-. Het is mij de laatste tijd erg duidelijk geworden dat [verdachte] iedereen oplicht om aan geld te komen om zijn cocaïneverslaving te bekostigen.

(...)

Zaak A feit 4.24

De verklaring van verdachte, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik ben meerdere keren bij het bedrijf [U] geweest. Ik heb daar goederen gekocht op rekening. Ik had op dat moment geen geld om de rekeningen te betalen.

(...)"

2.3.2. Het arrest van het Hof houdt verder de navolgende bewijsoverweging in:

"Bewijsoverweging zaak A feit 4 ten aanzien van het oogmerk van niet- of niet volledige betaling (deze overweging vervangt de overweging van de rechtbank op p. 26/27 van het vonnis)

Door de verdediging is ter zitting van het hof aangevoerd, dat verdachte weliswaar een groot aantal goederen heeft besteld en geleverd heeft gekregen, maar dat hij niet het oogmerk had om deze zonder (volledige) betaling te verkrijgen.

Het hof acht het oogmerk van niet- (volledige) betaling wel bewezen en baseert dit op het volgende.

Uit de door de rechtbank aangehaalde bewijsmiddelen en de aanvulling van het hof op deze bewijsmiddelen blijkt, dat verdachte in de periode van 1 januari 2009 tot en met 19 april 2010, op verschillende tijdstippen, tientallen aankopen heeft gedaan, zonder dat hij deze heeft betaald en kón betalen. Het ging bij deze aankopen om niet geringe bedragen. Verdachte bleef in deze periode aankopen doen, terwijl hij eerdere aankopen niet had betaald.

Verdachte heeft op 11 februari 2010 bij de politie een verklaring afgelegd waaruit naar voren komt dat verdachte goederen bestelde en afnam, hoewel hij wist dat hij deze niet kon betalen. Tegenover zijn kennissen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] heeft verdachte opgeschept over dat hij andere personen voor een groot bedrag heeft opgelicht.

[Betrokkene 1], verdachtes (toenmalige) levenspartner, heeft verklaard dat verdachte goederen bestelde bij bedrijven met het vooropgezette doel om deze zo snel mogelijk te verkopen voor een veel lagere prijs dan de kostprijs, om op deze manier vlug aan geld te komen. Dit blijkt ook uit de verklaringen van de toenmalige huisgenoten van verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 5].

Uit de bewijsmiddelen blijkt verder, dat verdachte in het geval hij bepaalde geleverde goederen doorverkocht aan anderen, de bedrijven niet betaalde van de opbrengst hiervan.

Op grond van voorgaande stelt het hof vast dat verdachte het oogmerk had van niet (volledige) betaling van voornoemde aankopen. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde, zoals dit is opgenomen in de bewezenverklaring door de rechtbank."

3. Beoordeling van het eerste middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 415, tweede lid, Sv het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot feit 4 "in onvoldoende mate" heeft gericht op de bezwaren die de verdachte heeft ingebracht tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis door hem niet in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over een aantal door hem betwiste onderdelen van feit 4.

3.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2011 houdt het volgende in:

"De verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling zijn bezwaren tegen het vonnis op te geven. Hij geeft op - zakelijk weergegeven -:

Ik ben onschuldig. Het klopt dat ik na de vorige zitting geen stukken heb ingediend.

De voorzitter houdt de verdachte voor dat het hof in het kader van het voortbouwend appel niet alle feiten apart met verdachte gaat bespreken, nu dit reeds in eerste aanleg is gebeurd.

(...)

De verdachte verklaart desgevraagd ten aanzien van de ten laste gelegde feiten - zakelijk weergegeven -:

(...)

Ten aanzien van zaak A feit 4:

Ik handelde met [HH]. Ik heb dingen onder druk verklaard. In 2009 en 2010 had dit bedrijf liquide middelen, maar het ging moeilijk. Ik kon als ik financiële problemen had altijd naar mijn vader. Uit stukken die namens [O] zijn overgelegd blijkt dat [HH] een geschatte omzet had van € 122.000,- per jaar. Het ging wel moeilijk. Ik was in die periode [JJ] aan het opzetten. Ik had het druk met de loods en het huis, het was een puinzooi. Maar mijn vader was bereid mij te helpen. Hij heeft zelf bedrijven gehad. Toen hij een hersenbloeding kreeg heeft hij zijn bedrijven verkocht.

Ten aanzien van zaak A feit 4.24:

U houdt mij voor dat uit de aangifte blijkt dat ik voor € 7.100,- aan goederen bij [U] heb besteld. Ik betwist de hoogte van het bedrag. Ik heb geen aanmaning van dit bedrijf gezien.

Ten aanzien van zaak A feit 4:

Ik werd op 1 februari 2010 eerst aangehouden ter zake van huiselijk geweld, en toen ik daarvoor in vrijheid werd gesteld werd ik direct aangehouden voor deze feiten. Ik raakte helemaal in de war. De anderen liegen. Ik weet niet wie er zo'n hekel aan me heeft. Ik weet niet of de mensen van [U] een hekel aan me hebben. Ik begrijp niet waarom ze met zulke hoge rekeningen komen. Ik heb nooit een factuur gezien. Op aanraden van [betrokkene 3] heb ik me laten inschrijven op zijn adres in Drachten. Ik heb nooit een factuur gezien. [Betrokkene 3] zei altijd dat er geen facturen voor mij waren binnengekomen. Ik heb hem daar wel naar gevraagd. U houdt mij voor dat de facturen ook naar mijn feitelijke woonadres in [plaats] gingen. Het klopt dat ik facturen van [G] op het adres in [plaats] heb gekregen. Van andere bedrijven weet ik dit niet.

Ik heb mij in Drachten ingeschreven omdat ik niet wilde dat [JJ] zou worden meegezogen toen het begon te rommelen bij [HH]. Ik heb mij op 10 juni 2009 ingeschreven in Drachten. Op dat moment begon het te rommelen bij [HH]. U houdt mij voor dat ik eerder heb verklaard dat het de eerste helft van 2009 al slecht ging met [HH]. Dat klopt. De facturen van na 10 juni 2009 heb ik niet gekregen. Anders had ik wel ingegrepen.

Op 14 maart 2009 zijn we geopend met [JJ]. Dit bedrijf is later op naam van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] gezet. Dat was ongeveer in juni 2009. Ik heb [JJ] op naam van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] laten zetten zodat het niet meer op mijn naam zou staan. Als ik failliet zou gaan met [HH], zou [JJ] niet mee ten onder gaan. Ik was echter verantwoordelijk voor [JJ].

Er zijn geen bestellingen op naam van [JJ] gedaan. Dit bedrijf was daarvoor nog te jong. Ik heb dus altijd contant afgerekend. U houdt mij voor dat uit het dossier naar voren komt dat ik op naam van [JJ] bij [B] bestellingen heb gedaan en deze niet contant heb afgerekend. Deze bestellingen zijn gewoon betaald. Misschien dat er nog een klein bedrag openstaat. Ik heb daar geen laminaat besteld omdat de prijzen te hoog zijn.

Ik ken het bedrijf [K] niet.

Ten aanzien van [L] merk ik op dat ik goederen heb besteld op naam van [HH]. De goederen zijn allemaal weer teruggegaan.

U houdt mij voor dat ik, nadat ik me in Drachten heb laten inschrijven, nog heb besteld op naam van [HH]. Ik heb bij [H] onder rembours gekocht. U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik deze goederen niet kon betalen. Ik ben er hard ingeluisd.

U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat het vanaf begin 2009 slecht ging met [HH] en dat ik me daarom heb ingeschreven in Drachten. U houdt mij voor dat ik heb verklaard dat ik ook daarna geen bestellingen op naam van [JJ] heb gedaan, maar wel op naam van [HH] en dat ik die goederen onder rembours heb gekocht dan wel heb betaald. U houdt mij voor dat dit zou betekenen dat de aangiften in het dossier vals zijn. Ik zeg u daarop dat de meeste aangiften in het dossier vals zijn. Ook de mensen van [A] zijn leugenaars. Zij wilden de goederen in consignatie geven. Zo is het ook gegaan. Ze hebben steeds dezelfde factuur met andere stempelnummers ingediend.

U houdt mij voor dat [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 5] belastend over mij hebben verklaard. Ook zouden zij hebben verklaard dat ik cocaïne gebruikte. Ik gebruik echter geen drugs, nu niet en ook niet in 2009. Ik werkte in 2009 aan een loods. Het klopt niet dat ik goederen zo snel mogelijk doorverkocht. Als ik een klant had, bestelde ik goederen. Als de klant de goederen niet afnam gingen de goederen terug naar de leverancier. [Betrokkene 1] en ik werden tegen elkaar opgestookt. [Betrokkene 5] woonde, voordat hij bij [betrokkene 1] en mij kwam wonen, bij [betrokkene 3].

Ik ben [D] nog geld schuldig. Ik had het beter gevonden als we hierover overleg hadden gehad, in plaats van dat ze meteen aangifte tegen mij hadden gedaan.

(...)Ik weet niet hoe de benadeelde partijen aan hun bedragen komen. Ik weet niet wat er allemaal aan goederen is opgehaald bij deze bedrijven. Ik weet wel wat ik daar zelf aan goederen heb opgehaald. Andere mensen hebben zonder mijn medeweten goederen gehaald op naam van [HH]. Ik weet niet wie die andere mensen zijn.

(...)

De raadsman voert het woord tot verdediging. Hij voert hierbij aan - zakelijk weergegeven -:

Verdachte ontkent alle feiten op de tenlasteleggingen. Hij heeft ter zitting in eerste aanleg uitgebreid verklaard.

(...)

Ten aanzien van de verduistering en de flessentrekkerij, merk ik op dat verdachte omtrent elk onderdeel een verklaring heeft afgelegd. Hij heeft niet alleen gehandeld. Dit blijkt uit de verschillende handtekeningen die op de afleverbonnen zijn gezet. Er waren diverse personen die op naam van de bedrijven van verdachte spullen hebben besteld. Verdachtes lezing wordt niet geloofd. In een aantal gevallen heeft hij bekend, maar in andere gevallen heeft hij belastende verklaringen afgelegd over [betrokkene 3] en [betrokkene 7]. Hij weet in die gevallen van niets. Ik verzoek u namens verdachte om hem vrij te spreken van deze feiten. Het vonnis van de rechtbank en het requisitoir van de advocaat-generaal zijn echter duidelijk.

(...)"

3.3. De mededeling van de voorzitter dat het Hof in het kader van het voortbouwend appel niet alle aan de verdachte tenlastegelegde feiten apart met hem gaat bespreken, nu dit reeds in eerste aanleg is gebeurd, strookt met de in

art. 415, tweede lid, Sv tot uitdrukking gebrachte bedoeling van de wetgever het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep te concentreren op de bezwaren die door de verdachte of het openbaar ministerie tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis worden ingebracht. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2011 heeft het Hof de verdachte en zijn raadsman de gelegenheid gegeven zich over het onder 4 tenlastegelegde feit uit te laten, van welke gelegenheid de verdediging ook gebruik heeft gemaakt op de wijze als in het proces-verbaal is vermeld. Waar de verdediging heeft nagelaten enigszins concrete bezwaren naar voren te brengen tegen het in eerste aanleg gewezen vonnis voor zover dat betrekking heeft op de in het middel bedoelde onderdelen van feit 4, behoefde het Hof het onderzoek ter terechtzitting niet in het bijzonder daarop te richten.

3.4. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

4. Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

5. Beoordeling van het derde middel

5.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van een aantal onderdelen van feit 4 van zaak A, te weten 4.1, 4.4, 4.7, 4.15, 4.24, 4.27, 4.31, 4.32, 4.33, 4.35 en 4.36, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan volgen.

5.2. Op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5 is het middel terecht voorgesteld.

6. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

7. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het in zaak A onder 4 met parketnummer 17-880044 tenlastegelegde en de strafoplegging alsmede de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en de aan de verdachte opgelegde betalingsverplichtingen aan de Staat, een en ander voor zover deze betrekking hebben op het in zaak A onder 4 met parketnummer 17-880044 tenlastegelegde;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 6 maart 2012.