Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BT2544

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
06-03-2012
Datum publicatie
07-03-2012
Zaaknummer
10/01439
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BT2544
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Zedenzaak. HR: art. 81 RO en ambtshalve: overschrijding redelijke termijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/404
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

6 maart 2012

Strafkamer

nr. S 10/01439

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 17 december 2009, nummer 22/000600-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep - behoudens wat betreft de beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij - bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Rotterdam van 3 februari 2009 waarbij de verdachte ter zake van 1. "verkrachting", 2. "met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit en mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd" en 3. "ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd" tot een gevangenisstraf van vier jaren. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot een bedrag van € 5.000,- (de Hoge Raad leest: vijfduizend euro), en de verdachte te dier zake een betalingsverplichting opgelegd als in het arrest vermeld.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.E.M. Jacquemard, advocaat te 's-Hertogenbosch, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.

5. Slotsom

Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad der Nederlanden vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan, M.A. Loth en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 6 maart 2012.