Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2012:BT1758

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10-01-2012
Datum publicatie
10-01-2012
Zaaknummer
10/01715
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2012:BT1758
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2010:BM0007, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Het Hof heeft de vrijspraak gemotiveerd met o.m. de als “slotsom” aangeduide overweging “dat de bevindingen van het opsporingsonderzoek, van aanvullende technische onderzoeken en van het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid openlaten dat een onbekend gebleven dader (…) het slachtoffer heeft gedood en de woning aan de achterzijde, de keukendeur (naar de Hoge Raad begrijpt: de achterdeur) en de schuurpoort onafgesloten achterlatend, heeft verlaten”. De door de Rechtbank aan de gegeven vrijspraak ten grondslag gelegde motivering, met welke motivering het Hof zich heeft verenigd, houdt o.m. in dat zowel de voordeur als de achterdeur slotvast was afgesloten. Kennelijk heeft het Hof voor zijn bewijsbeslissing de wijze waarop de onbekend gebleven dader de achterzijde van het huis heeft verlaten van belang geacht. Gelet daarop is de motivering van de vrijspraak niet begrijpelijk nu het Hof de achterdeur én als slotvast afgesloten én als onafgesloten heeft aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/125
NJB 2012/307
SR-Updates.nl 2012-0019
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

10 januari 2012

Strafkamer

nr. S 10/01715

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 6 april 2010, nummer 20/001554-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Tenlastelegging en motivering van de gegeven vrijspraak

2.1. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"primair

hij op of omstreeks 06 april 2007 te Tilburg opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een mes negen maal in de rug, althans in het lichaam van [slachtoffer] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair

hij op of omstreeks 06 april 2007 te Tilburg opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet met een mes negen maal in de rug, althans in het lichaam van [slachtoffer] gestoken, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden."

2.2. De Rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het hem tenlastegelegde en daartoe het volgende overwogen:

"Op 6 april 2007 te 21.22 uur krijgt de politie de melding dat verdachte het levenloze lichaam van zijn echtgenote heeft aangetroffen in hun woning aan de [a-straat 1] te Tilburg. Zij blijkt met negen messteken om het leven te zijn gebracht. Verdachte wordt door de politie in de woning van de buren aangetroffen. Door de politie wordt een grootschalig onderzoek gestart en verdachte wordt aangehouden omdat er indicaties zijn dat hij iets met de dood van zijn vrouw te maken zou hebben gehad.

(...)

IV. Het slotvast afsluiten van de voordeur van de woning.

Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij zijn vrouw dood in de gang had aangetroffen, door de voordeur het huis uit is gevlucht en dat die voordeur door hem niet is afgesloten.

Uit de processen-verbaal van bevindingen is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat zowel de voordeur als de achterdeur van de woning slotvast waren afgesloten. Beide deuren waren voorzien van een driepuntssluiting en uit onderzoek is vast komen te staan dat de voordeur niet in het nachtslot kon vallen door die deur enkel dicht te trekken. De theorie van verdachte dat de verbalisant die de deur via het kapot geslagen raam heeft geopend aanvankelijk de verkeerde kant op heeft gedraaid volgt de rechtbank niet. Daarvóór werd door de politie immers al enige tijd een poging gedaan om de voordeur te openen met een ram hetgeen niet mogelijk bleek te zijn. In een proces-verbaal van bevindingen (pagina 228) is nader onderzocht waarom de voordeur niet met de ram kon worden geopend en uit dat proces-verbaal blijkt dat de voordeur met de sleutel op slot was gedraaid waardoor de extra pinnen van de driepuntssluiting in het kozijn waren ingebracht. Doordat bij een poging de deur te forceren de krachten over meerdere sluitpunten worden verdeeld, wordt dat forceren ernstig bemoeilijkt. Uit het onderzoek van de politie is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat de voordeur van binnenuit was afgesloten. Dit maakt de verklaring van verdachte op dit punt op zich ongeloofwaardig, tenzij een derde de voordeur van binnenuit slotvast heeft afgesloten. De rechtbank constateert dat voor deze stelling geen directe aanwijzingen aanwezig zijn, maar is ook van oordeel dat deze mogelijkheid niet volledig kan worden uitgesloten.

(...)"

2.3. De bestreden uitspraak houdt in dat het Hof zich heeft verenigd met het vonnis van de Rechtbank en dat heeft bevestigd. De bestreden uitspraak houdt voorts het volgende in:

"De beoordeling

(...)

B.

De verdachte, die zich ter terechtzitting in hoger beroep op zijn zwijgrecht heeft beroepen, heeft in het opsporingsonderzoek en ter terechtzitting in eerste aanleg consistent verklaard, dat hij het huis op de dag van de dood van zijn echtgenote aan het eind van de middag heeft verlaten en dat zij toen nog in leven was. Toen hij omstreeks 21.00 uur weer thuis is gekomen, was - anders dan gebruikelijk - de poort van de schuur noch de keukendeur slotvast afgesloten. In de woning trof hij zijn vrouw levenloos aan, waarna hij de woning heeft verlaten door de voordeur. Voordeur noch achterdeur zijn door hem afgesloten.

(...)

E.

Het hof komt tot de slotsom, dat de bevindingen van het opsporingsonderzoek, van aanvullende technische onderzoeken en van het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid openlaten dat een onbekend gebleven dader bijvoorbeeld door het slachtoffer is binnengelaten, heeft voldaan aan het ten huize van de verdachte (ook voor bezoekers) dwingend geldende voorschrift om in de hal schoeisel te verwisselen voor slippers, het slachtoffer heeft gedood en de woning aan de achterzijde, de keukendeur en de schuurpoort onafgesloten achterlatend, heeft verlaten.

Mitsdien kan het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend worden bewezen."

3. Beoordeling van het middel

3.1. Het middel keert zich met een motiveringsklacht tegen de gegeven vrijspraak.

3.2.1. Het Hof heeft de vrijspraak gemotiveerd met onder meer de als "slotsom" aangeduide overweging "dat de bevindingen van het opsporingsonderzoek, van aanvullende technische onderzoeken en van het onderzoek ter terechtzitting de mogelijkheid openlaten dat een onbekend gebleven dader (...) het slachtoffer heeft gedood en de woning aan de achterzijde, de keukendeur (naar de Hoge Raad begrijpt: de achterdeur) en de schuurpoort onafgesloten achterlatend, heeft verlaten".

3.2.2. De door de Rechtbank aan de gegeven vrijspraak ten grondslag gelegde motivering, met welke motivering het Hof zich heeft verenigd, houdt onder meer in dat zowel de voordeur als de achterdeur slotvast was afgesloten.

3.2.3. Kennelijk heeft het Hof voor zijn bewijsbeslissing de wijze waarop de onbekend gebleven dader de woning aan de achterzijde heeft verlaten, van belang geacht. Gelet daarop is de motivering van de vrijspraak niet begrijpelijk nu het Hof de achterdeur én als slotvast afgesloten én als onafgesloten heeft aangemerkt.

3.3. Het middel slaagt.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is vastgesteld op 20 december 2011 en gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 10 januari 2012.