Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BU7733

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-12-2011
Datum publicatie
13-12-2011
Zaaknummer
11/00046 H
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6495
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening. Aan de aanvrage tot herziening is ten grondslag gelegd dat uit een zich niet bij de stukken bevindend NFI-rapport, betreffende de doodsoorzaak van het slachtoffer, kan worden opgemaakt dat aanvrager met het vuurwapen heeft misgeschoten en dat het slachtoffer is komen te overlijden a.g.v. metalen splinters van een gefragmenteerde kogel die in haar buikwand zijn gekomen. Van de in de aanvrage gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was, nu het bedoelde sectierapport zich bevindt bij de stukken waarover het Hof destijds in de strafzaak beschikte. De aanvrage is kennelijk ongegrond en wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2012/31
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 december 2011

Strafkamer

nr. 11/00046 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 25 oktober 2007, nummer 22/004345-06, ingediend door mr. H.M. Dunsbergen, advocaat te Goes, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Breda, locatie De Boschpoort" te Breda.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Middelburg van 15 juni 2006 - de aanvrager ter zake van 1. "Moord", 2. en 3. "Poging tot moord, meermalen gepleegd", 4. "Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd" en 5. "Belaging" veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaren met onttrekking aan het verkeer en teruggave van inbeslaggenomen goederen zoals in het arrest vermeld. Voorts heeft het Hof de vorderingen van de benadeelde partijen toegewezen zoals in het arrest vermeld en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder 2° van art. 457 Sv slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.

3.2. Ten laste van de veroordeelde is onder 1 bewezenverklaard dat:

"1. hij op 15 september 2005, te Sas van Gent, gemeente Terneuzen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm en rustig overleg met een vuurwapen een kogel in de buik van [slachtoffer] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden."

3.3. Aan de aanvrage is ten grondslag gelegd dat uit een zich niet bij de stukken in de strafzaak bevindend NFI-rapport, bekend onder zaaknummer 2005.09.16.076, sectie nummer 2005-437/K064, betreffende de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer], kan worden opgemaakt dat de aanvrager met het vuurwapen mis heeft geschoten en dat het slachtoffer is komen te overlijden als gevolg van metalen splinters van een gefragmenteerde kogel die in de buikwand van het slachtoffer zijn gekomen. Aangevoerd wordt dat niet valt uit te sluiten dat dit gegeven tot een ander oordeel of tot de oplegging van een minder zware straf zou hebben geleid, indien de rechter bekend zou zijn geweest met dit NFI-rapport.

3.4. Volgens de aanvrage is het rapport waarop de aanvrage doelt als productie 2 bij de aanvrage gevoegd. Die productie betreft echter niet het in de aanvrage genoemde sectierapport, maar een in de strafzaak uitgebracht rapport van het NFI inzake een schotrestenonderzoek aan de kleding en de handen van de verdachte.

Wat daarvan zij, van de in de aanvrage gestelde omstandigheid kan niet worden gezegd dat deze de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend was, nu het in de aanvrage genoemde sectierapport zich bevindt bij de stukken waarover het Hof destijds in de strafzaak beschikte.

3.5. Uit het vorenoverwogene vloeit voort dat de aanvrage kennelijk ongegrond is, zodat als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 13 december 2011.