Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT7201

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-11-2011
Datum publicatie
11-11-2011
Zaaknummer
11/03840
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT7201
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Cassatie; art. 125 lid 4 Rv. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat herstel ook mogelijk is door middel van herstelexploot dat vóór oorspronkelijk aangezegde, onmogelijke, verschijndag is uitgebracht.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 120
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 125
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2012/21
RvdW 2011/1397
NJB 2011/2110
RvdW 2013/92
JAR 2013/35
JWB 2013/24
JWB 2011/540

Uitspraak

11 november 2011

Eerste Kamer

Nr. 11/03840

RM/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. E.J.W.F. Deen,

t e g e n

ACHMEA PERSONEEL B.V., rechtsopvolgster van Interpolis Mens & Werk Bedrijfszorg N.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Achmea.

1. Het geding in cassatie

[Eiser] heeft bij exploot van 19 juli 2011 aan Achmea aangezegd dat hij cassatie instelt tegen het arrest met zaaknummer HD 200.015.268 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 april 2011, en Achmea gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van vrijdag 19 augustus 2011. Op 16 augustus 2011 heeft [eiser] een herstelexploot doen uitbrengen waarin hij Achmea heeft opgeroepen te verschijnen ter zitting van de Hoge Raad van 2 september 2011.

Achmea is ter zitting van de Hoge Raad van 2 september 2011 niet verschenen. [Eiser] heeft verzocht verstek tegen Achmea te verlenen.

De Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper heeft schriftelijk geconcludeerd tot verlening van het gevraagde verstek.

2. Beoordeling van het verzoek tot verstekverlening

2.1 [Eiser] heeft bij exploot van 19 juli 2011 Achmea aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 april 2011, gewezen tussen [eiser] als geïntimeerde en Achmea als appellant en Achmea gedagvaard om te verschijnen ter zitting van de eerste enkelvoudige kamer van de Hoge Raad van 19 augustus 2011. Op die dag heeft de Hoge Raad geen zitting gehouden.

2.2 Op 16 augustus 2011 heeft [eiser] een herstelexploot doen uitbrengen waarin hij Achmea heeft aangezegd dat in het exploot van dagvaarding van 19 juli 2011 een verschijndag is vermeld die geen zittingsdag is en Achmea opnieuw heeft opgeroepen om te verschijnen ter zitting van de eerste enkelvoudige kamer van de Hoge Raad van vrijdag 2 september 2011. Laatstbedoeld exploot is, samen met het exploot van 19 juli 2011, tijdig ter griffie ingediend en ingeschreven op de rol van de eerste enkelvoudige kamer van 2 september 2011.

2.3 Art. 125 lid 4 Rv. laat toe dat binnen twee weken na de in de dagvaarding vermelde roldatum een herstelexploot wordt uitgebracht waarin een nieuwe verschijndag wordt aangezegd. Aldus is herstel mogelijk, zowel in het geval dat de dagvaarding niet tijdig voor de aangezegde verschijndag ter griffie is ingediend als in het geval dat gedagvaard is tegen een dag waarop de rechter geen zitting houdt. Een redelijke wetstoepassing brengt mee dat in laatstbedoeld geval herstel ook mogelijk is door middel van een herstelexploot dat niet na maar, zoals in het onderhavige geval, voor de oorspronkelijk aangezegde, maar onmogelijke, verschijndag is uitgebracht.

2.4 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het herstelexploot van 16 augustus 2011 een geldig herstelexploot is zodat het verzoek om verstekverlening voor toewijzing vatbaar is.

3. Beslissing

De Hoge Raad verleent het gevraagde verstek tegen Achmea.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.C. van Oven, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 november 2011.