Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT6841

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
07-10-2011
Datum publicatie
07-10-2011
Zaaknummer
10/05199
Formele relaties
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2662, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 8:75 Awb. Beroepsmatig verleende rechtsbijstand op basis van “no cure no pay” komt voor vergoeding in aanmerking.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 8:75
Besluit proceskosten bestuursrecht
Besluit proceskosten bestuursrecht 1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2011/2431
V-N 2011/50.5 met annotatie van Redactie
Belastingblad 2011/1193 met annotatie van Noordermeer Van Loo
NJB 2011/1967
BNB 2011/281
Belastingadvies 2011/22.1
FutD 2011-2385 met annotatie van Fiscaal up to Date
USZ 2011/330
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

nr. 10/05199

7 oktober 2011

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 27 oktober 2010, nr. BK-10/00037, betreffende een ten aanzien van X te Z (hierna: belanghebbende) genomen beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de onroerendezaakbelastingen.

1. Het geding in feitelijke instanties

Ten aanzien van belanghebbende is bij beschikking de waarde van de onroerende zaak a-straat 1 te Z (hierna: de woning) voor het jaar 2009 vastgesteld. Aan belanghebbende is voorts voor het jaar 2009 wegens het genot krachtens zakelijk recht en het gebruik van de woning een aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Alphen aan den Rijn opgelegd naar de waarde vastgesteld bij voormelde beschikking.

Na door belanghebbende daartegen gemaakte bezwaren heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn (hierna: de heffingsambtenaar) bij in één geschrift vervatte uitspraken de vastgestelde waarde en de aanslag gehandhaafd.

De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 09/3189 WOZ) heeft de tegen die uitspraken ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd, de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken van de heffingsambtenaar vernietigd en de vastgestelde waarde en de aanslag verminderd.

2. Geding in cassatie

Het College heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Daarbij verdient opmerking dat - zoals het Hof terecht heeft overwogen - aan toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet in de weg staat dat die bijstand is verleend op basis van "no cure no pay".

5. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan den Rijn in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 874 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2011.

Van de gemeente Alphen aan den Rijn wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 448.