Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT6457

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-11-2011
Datum publicatie
29-11-2011
Zaaknummer
10/04335
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT6457
In cassatie op : ECLI:NL:GHSHE:2009:BK4080, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gegronde bewijsklacht witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011/2280
RvdW 2011/1525

Uitspraak

29 november 2011

Strafkamer

nr. 10/04335

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 18 november 2009, nummer 20/001929-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.G. van den Biezenbos, advocaat te Eindhoven, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van het tenlastegelegde ontoereikend is gemotiveerd.

2.2. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 28 juni 2007, in Nederland, van voorwerpen, te weten van twee auto's, heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen waren, terwijl hij wist dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf."

2.3. Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het Hof - met weglating van voetnoten waarop de bewijsvoering steunt - het volgende overwogen:

"Op 28 juni 2007 heeft een doorzoeking plaatsgevonden van de woning van de verdachte, aan de [c-straat 1] te [plaats]. Voor deze woning werd onder meer een Mercedes Benz, type E 270 CDI en voorzien van kenteken [EE-00-FF], aangetroffen. In de kofferruimte van deze Mercedes werden zes verhuisdozen met daarin henneptoppen aangetroffen. Het totaalgewicht bedroeg 33,1 kilogram.

Op een groenstrook behorende bij het woonwagenkamp gelegen aan de [a-straat] te [plaats] werd verder nog een Mercedes Benz, type SLK 230 kompressor Roadster en voorzien van kenteken [GG-00-HH] aangetroffen.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [EE-00-FF]

De Mercedes was op naam gesteld van [betrokkene 3], zijnde de moeder van de verdachte. Zij verklaarde dat deze Mercedes een familieauto was en dat haar zoon, de verdachte, de auto had gekocht en bovendien alles met betrekking tot die auto regelde en betaalde. Ook heeft zij verklaard dat verdachte de auto vaak gebruikte. Hij zette de auto 's avonds altijd weer op de plaats.

Bij navraag in het Nationaal Schengen informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor de Mercedes in de periode, voordat deze op naam stond van [betrokkene 3], lag bij [betrokkene 4]. Zijn aansprakelijkheid liep van 15 augustus 2006 tot en met 30 januari 2007.

[Betrokkene 4] verklaarde dat hij de Mercedes had verkocht aan ene [verdachte], die hij omschreef als de zoon van zijn zus, die [betrokkene 5] heet, (het hof begrijpt: de verdachte). De verdachte ruilde daartoe een auto in en betaalde hem daarboven een bedrag van EUR 7.000.--.

De verdachte verklaarde tegenover de politie dat hij in het bezit was van een Mercedes 270, die hij van [betrokkene 4] had gekocht. Naar eigen zeggen stond die auto op naam van zijn moeder, maar was hij de enige bestuurder en had alleen hij de beschikking over de autosleutels. Zijn moeder reed slechts af en toe in zijn auto.

Ten aanzien van de Mercedes Benz met kenteken [GG-00-HH]

Op 29 juni 2007, de dag na voormelde doorzoeking, werd het onderzoeksteam van de politie gebeld door [betrokkene 6]. Zij deelde mede dat zij de eigenaresse was van de in beslag genomen Mercedes Benz met kenteken [GG-00-HH] en dat zij deze graag terug wilde hebben. Op 3 juli 2007 nam zij wederom telefonisch contact op en kwam zij op die verklaring terug. Ze verklaarde dat de vader van [betrokkene 3], genaamd [verdachte], aan haar had gevraagd deze Mercedes op haar naam te zetten, dat ze dat zonder goed na te denken had gedaan, dat de verzekering en belasting steeds keurig door [verdachte] werd betaald en dat iemand haar na de politieactie (het hof begrijpt: de doorzoeking op 28 juni 2007) had gezegd dat ze de politie moest bellen omdat het dan geloofwaardig zou overkomen dat de auto van haar was.

Bij navraag in het Nationaal Schengen Informatiesysteem bleek dat de aansprakelijkheid voor deze Mercedes in de periode voordat deze op naam stond van [betrokkene 6], lag bij [betrokkene 7]. Haar aansprakelijkheid liep van 16 december 2005 tot en met 7 augustus 2006.

[Betrokkene 7] verklaarde aanvankelijk dat zij de Mercedes voor een bedrag van EUR 19.000,-- had gekocht van ene [verdachte]. Nadat zij er mee geconfronteerd werd dat deze verklaring niet overeenkomt met de verklaring van de huidige kentekenhoudster, verklaarde zij dat [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) haar had verteld dat hij de Mercedes niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering en dat hij haar daarom had gevraagd of zij de auto op haar naam wilde zetten. Zij verklaarde voorts dat zij daarmee belangeloos had ingestemd, dat de verdachte de belasting cash aan haar terugbetaalde en dat hij ook de verzekering had geregeld. Op het moment dat zij ging scheiden van haar man moest ze van de auto af, waarna de verdachte een andere vrouw (het begrijpt gelet op het voorgaande: [betrokkene 6]) heeft gevonden die de auto op haar naam wilde laten zetten.

Het hof leidt uit het voorgaande af dat de verdachte met zijn handelswijze heeft verborgen en/of verhuld dat hij de rechthebbende was op beide auto's.

In aanmerking genomen de omstandigheden dat in de kofferbak van de Mercedes voorzien van kenteken [EE-00-FF] een hoeveelheid van 33,1 kilogram hennep werd aangetroffen, dat de verdachte bij het beroepen vonnis ook onherroepelijk is veroordeeld voor het verhandelen van hennep en dat hij tegen [betrokkene 7] heeft gezegd dat hij de auto's niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering, is het hof bovendien van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat die auto's middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit de hennephandel dan wel uit enig ander misdrijf."

2.4. Het oordeel van het Hof dat "in aanmerking genomen de omstandigheden dat in de kofferbak van de Mercedes (...) een hoeveelheid van 33,1 kilogram hennep werd aangetroffen, dat de verdachte bij het beroepen vonnis ook onherroepelijk is veroordeeld voor het verhandelen van hennep en dat hij tegen [betrokkene 7] heeft gezegd dat hij de auto's niet op zijn naam kon zetten vanwege een uitkering, (...) het niet anders kan zijn dan dat die auto's middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit de hennephandel dan wel uit enig ander misdrijf", is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De bewezenverklaring is in dit opzicht dus ontoereikend gemotiveerd.

2.5. Het middel slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 29 november 2011.