Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT6396

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20-12-2011
Datum publicatie
30-01-2012
Zaaknummer
10/01978 J
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT6396
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzuim aanmaning getuige jonger dan 16 jaar ex. artt. 290.4 jo. 216a Sv. Nu het proces-verbaal van de terechtzitting niet inhoudt dat de aldaar gehoorde getuigen X en Y, die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, overeenkomstig artt. 290.4 Sv jo. 216a.2 Sv zijn aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen, moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is geschied. Hoewel het niet naleven van dit voorschrift niet met nietigheid is bedreigd, moet dit verzuim toch nietigheid ten gevolge hebben, aangezien het behoort tot het wezen van het strafproces dat getuigen onder ede of belofte worden gehoord of, indien zij de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, na de aanmaning de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2012/203
FJR 2012/38 met annotatie van R. de Jong
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

20 december 2011

Strafkamer

nr. S 10/01978 J

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2010, nummer 22/005534-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.G.A.M. Halfers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel beoogt er kennelijk over te klagen dat het Hof de minderjarige getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ter terechtzitting in hoger beroep heeft gehoord zonder dat deze getuigen op de bij de wet voorgeschreven wijze zijn aangemaand de gehele en niets dan de waarheid te zeggen.

2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2010 houdt onder meer het volgende in:

"De voorzitter stelt vast dat de opgeroepen getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ter terechtzitting zijn verschenen. (...)

De voorzitter doet hierop de eerste getuige voor het gerechtshof verschijnen. Tevens verschijnt de vader van de getuige aan wie de voorzitter overeenkomstig artikel 495b Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang verleent om bij dit gedeelte van de behandeling aanwezig te zijn.

De getuige doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- en verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van de verdachte te zijn.

De getuige, genaamd [getuige 1], geboren op [geboortedatum] 1994, scholier en wonende te [woonplaats], legt op vragen een verklaring af, zakelijk weergegeven als volgt:

(...)

De voorzitter doet hierop de volgende getuige voor het gerechtshof verschijnen. Tevens verschijnt de moeder van de getuige aan wie de voorzitter overeenkomstig artikel 495b Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang verleent om bij dit gedeelte van de behandeling aanwezig te zijn.

De getuige doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- en verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van de verdachte te zijn.

De getuige, genaamd [getuige 2], geboren op [geboortedatum] 1994, scholier en wonende te [woonplaats], legt op vragen een verklaring af, zakelijk weergegeven als volgt:

(...)"

2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof houdt niet in dat de aldaar gehoorde getuigen [getuige 1 en 2], die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, overeenkomstig het ook in hoger beroep van toepassing zijnde art. 290, vierde lid, Sv in verbinding met art. 216a, tweede lid, Sv zijn aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is geschied. Hoewel het niet naleven van dit voorschrift niet met nietigheid is bedreigd, moet dit verzuim toch nietigheid ten gevolge hebben, aangezien het behoort tot het wezen van het strafproces dat getuigen onder ede of belofte worden gehoord of, indien zij de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, na de aanmaning de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.

2.4. Het middel is gegrond.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 20 december 2011.