Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT2416

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23-09-2011
Datum publicatie
23-09-2011
Zaaknummer
10/03989
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT2416
In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2010:BP2188, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Procesrecht. Tijdig appel? Juist, aan hof geadresseerd verzoekschrift op laatste dag termijn per abuis ingediend ter griffie rechtbank. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat verzoekschrift geacht wordt tijdig te zijn ingediend. Verwacht mag worden dat griffie fout onderkent en verzoekschrift onverwijld doorgeleidt naar juiste gerecht. Doordat griffies ontvangst en tijdstip verzoekschrift registeren en behoren te registeren, staan ontvangst en tijdstip daarvan met vereiste mate van zekerheid vast.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 3
Burgerlijk Wetboek Boek 3 37
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1137
NJB 2011/1772
NJ 2012/198 met annotatie van H.B. Krans
JWB 2011/455
JBPR 2012/61 met annotatie van mr. A.J.J.G. Schijns
JPF 2011/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

23 september 2011

Eerste Kamer

10/03989

DV/RA

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. H.J.W. Alt,

t e g e n

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. L. van den Eshof.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikkingen in de zaak 304663 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 augustus 2009 en 21 september 2009;

b. de beschikking in de zaak 200.048.613/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 juni 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van de man heeft bij brief van 28 april 2011 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan:

(i) De man is bij verzoekschrift, gericht aan het gerechtshof te 's-Gravenhage, in hoger beroep gekomen van de beschikking in deze zaak van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 augustus 2009.

(ii) Het verzoekschrift is op de laatste dag van de termijn, 12 november 2009, per fax gezonden naar de griffie. De volgende dag is het originele verzoekschrift bij de griffie van het hof bezorgd.

(iii) Bij de verzending per fax is gebruik gemaakt van het faxnummer van de rechtbank 's-Gravenhage in plaats van het faxnummer van het hof. De fax is om 16.39 uur bij de griffie van de rechtbank binnengekomen, wat na sluitingstijd was.

(iv) De griffie van de rechtbank heeft de fax de volgende dag doorgeleid naar de griffie van het hof.

3.2 Het hof heeft de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, omdat de man het verzoekschrift te laat heeft ingediend, nu dat pas op 13 november 2009 bij de griffie van het hof is binnengekomen. Daarbij heeft het hof overwogen dat de fax, omdat zij op 12 november 2009 na sluitingstijd bij de griffie van de rechtbank is binnengekomen, niet meer op diezelfde dag kon worden doorgeleid naar de griffie van het hof, en dat het gebruik maken van een verkeerd faxnummer voor rekening komt van de verzender. Volgens het hof zijn er geen bijzondere omstandigheden gebleken die tot het oordeel kunnen leiden dat het hoger beroep tijdig is ingesteld.

3.3 Het gaat hier om het geval dat een verzoekschrift is gericht aan het juiste gerecht, maar vanwege de verzoeker wordt ingediend bij een ander gerecht. Verwacht mag worden dat de griffie van dit laatste gerecht deze fout binnen korte tijd onderkent en het verzoekschrift dan onverwijld doorgeleidt naar het juiste gerecht.

Deze doorgeleiding zal echter in de praktijk niet altijd dezelfde dag (kunnen) plaatsvinden, zoals de feiten van deze zaak illustreren. Een redelijke, met de eisen van een goede procesorde verenigbare wetstoepassing brengt daarom mee dat een dergelijk verzoekschrift geacht wordt te zijn ingediend op het tijdstip van binnenkomst bij het andere, verkeerde gerecht. Doordat de griffie van dit gerecht, evenals de griffie van het juiste gerecht, de ontvangst en het tijdstip van het verzoekschrift registreert en behoort te registreren, staan de ontvangst en het tijdstip daarvan met de vereiste mate van zekerheid vast.

De man heeft het appelverzoekschrift dus binnen de termijn ingediend. Het middel van de man bevat hierop gerichte klachten en is derhalve gegrond.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 9 juni 2010;

wijst de zaak terug naar dat hof ter verdere behandeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 september 2011.