Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT1864

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
11/00461
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT1864
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Kwalificatie. Op de gronden vermeld in de conclusie van de A-G is het middel, dat klaagt dat het Hof het onder 2 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als “medeplegen van witwassen”, terecht voorgesteld. De HR verbetert de kwalificatie en kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde als “witwassen”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1488

Uitspraak

22 november 2011

Strafkamer

nr. 11/00461

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 januari 2010, nummer 21/002075-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde en tot verbetering daarvan door de Hoge Raad, tot vermindering van de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof het onder 2 bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als "medeplegen van witwassen".

3.2. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4.2 tot en met 4.5 is het middel terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de kwalificatie verbeteren.

4. Beoordeling van het derde middel

4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2. Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde en de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde als "witwassen";

vermindert de duur van de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze veertien maanden en twee weken, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren M.A. Loth en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 november 2011.