Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BT1663

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-11-2011
Datum publicatie
22-11-2011
Zaaknummer
10/00882
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BT1663
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 437 Sv. Verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep nu geen schriftuur houdende middelen is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1479

Uitspraak

22 november 2011

Strafkamer

nr. 10/00882

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 januari 2010, nummer 21/001899-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.

2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren M.A. Loth en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 november 2011.