Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BS8235

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13-09-2011
Datum publicatie
13-09-2011
Zaaknummer
10/04760 H
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BS8235
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Herziening
Inhoudsindicatie

Herziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1134
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

13 september 2011

Strafkamer

nr. 10/04760 H

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2009, nummer 22/005834-08, ingediend door mr. M.E.M. Jacquemard, advocaat te 's-Hertogenbosch, namens:

[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 4 november 2008 - de aanvrager ter zake van 1. "Diefstal door twee of meer verenigde personen" en 2. "Als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard" gepleegd op 17 augustus 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden.

2. De aanvrage tot herziening

2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De aanvrage heeft uitsluitend betrekking op de veroordeling ter zake van feit 2.

2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat het Hof hem zou hebben vrijgesproken indien aan het Hof bekend zou zijn geweest dat de aanvrager niet tot ongewenst vreemdeling had kunnen worden verklaard en om de reden de beschikking tot ongewenstverklaring ingetrokken zou worden.

3. De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.

4. Beoordeling van de aanvrage

4.1. Bij brief van 31 maart 2010 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst meegedeeld dat de intrekking van de op 7 september 1983 aan de aanvrager verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op 19 juli 2000 ten onrechte heeft plaatsgevonden, dat de aanvrager geacht wordt van 7 september 1983 tot aan heden immer in het bezit te zijn geweest van een dergelijke verblijfsvergunning en dat daarom de beschikking van (de Hoge Raad leest:) 29 november 2007, waarbij de aanvrager tot ongewenst vreemdeling is verklaard, wordt ingetrokken.

4.2. Gelet op de inhoud van voornoemde brief moet de intrekking van de beschikking van 29 november 2007 in die zin worden verstaan dat die beschikking geacht moet worden nimmer te zijn gegeven.

4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat het Hof, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem onder 2 tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.

5. Slotsom

Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;

beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van

de tenuitvoerlegging van voormeld arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2009;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam,

opdat de zaak op de voet van het bepaalde in art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan recht te doen en daarbij mede voor feit 1 op de voet van art. 476, tweede lid, Sv de straf te bepalen.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 13 september 2011.