Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR4813

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25-11-2011
Datum publicatie
25-11-2011
Zaaknummer
10/05394
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR4813
In cassatie op : ECLI:NL:GHARN:2010:BO4494, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijk (vrijgegeven voor publicatie).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2011, 2790 met annotatie van Niessen-Cobben
FutD 2011-2879
V-N Vandaag 2011/2068
V-N 2011/41.15
V-N 2011/63.12
V-N Vandaag 2011/2866
BNB 2012/39

Uitspraak

Nr. 10/05394

25 november 2011

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 2 november 2010, nr. 10/00093, betreffende een aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Het geding in feitelijke instanties

Aan belanghebbende is voor het jaar 2003 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

De Rechtbank te Arnhem (nr. AWB 08/935) heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.

Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiƫn heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 14 juli 2011 geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep in cassatie.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) zulks vereist, niet de gronden van het beroep.

Bij aangetekende brief van 22 december 2010, waarvan een ontvangstbevestiging is binnengekomen, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 2 februari 2011.

Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden - de op 9 februari 2011 bij de Hoge Raad ingekomen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten -, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C.B. Bavinck als voorzitter, en de raadsheren A.R. Leemreis en J.A.C.A. Overgaauw, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2011.