Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR3046

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
11/00377
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR3046
In cassatie op : ECLI:NL:GHAMS:2010:BL5731, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verbeurdverklaring. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij haar twee kinderen om het leven heeft gebracht. De kleding die zij destijds droeg is inbeslaggenomen. Het oordeel van het Hof dat de kleding kan worden verbeurd verklaard omdat het bewezenverklaarde “met betrekking tot” de verbeurdverklaarde voorwerpen is begaan, is zonder nadere motivering die ontbreekt niet begrijpelijk. De verbeurdverklaring is mitsdien niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De HR vernietigt de uitspraak (naast de duur van de opgelegde gevangenisstraf in verband met overschrijding van de redelijke termijn) wat betreft de verbeurdverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1281
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 oktober 2011

Strafkamer

nr. 11/00377

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 26 februari 2010, nummer 23/006614-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Holland Noord, locatie Amerswiel" te Heerhugowaard.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf en de beslissing tot verbeurdverklaring, tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf en tot het gelasten van de teruggave van de joggingbroek en het t-shirt aan de verdachte, met verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel komt op tegen de verbeurdverklaring van een joggingbroek en een t-shirt.

3.2. In cassatie kan, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, van het volgende worden uitgegaan.

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat zij op 14 juni 2006 haar twee kinderen met een groot aantal messteken om het leven heeft gebracht. De kleding die zij destijds droeg - een joggingbroek en een t-shirt - is inbeslaggenomen. Deze kleding is wat betreft de daarop aangetroffen bloedsporen forensisch onderzocht en de resultaten daarvan hebben bijgedragen aan het bewijs. Het Hof heeft de kleding verbeurd verklaard en daartoe overwogen dat de kleding daarvoor vatbaar is aangezien het bewezenverklaarde met betrekking tot die voorwerpen is begaan.

3.3. Het oordeel van het Hof dat het bewezenverklaarde "met betrekking tot" de verbeurdverklaarde voorwerpen is begaan, welke uitdrukking het Hof kennelijk heeft gebezigd in de betekenis die daaraan in art. 33a, eerste lid aanhef en onder b, Sr toekomt, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De verbeurdverklaring is mitsdien niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

3.4. Het middel treft doel.

4. Beoordeling van het vierde middel

4.1. Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.

4.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.

5. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

6. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en de verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven joggingbroek en t-shirt;

vermindert de opgelegde gevangenisstraf in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 oktober 2011.