Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR2911

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11-10-2011
Datum publicatie
11-10-2011
Zaaknummer
10/02253 B
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR2911
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Beklag. Klager verzoekt de teruggave van goederen, die in Frankrijk inbeslaggenomen zijn. De Rb verklaart de klager niet-ontvankelijk, nu het van oordeel is dat geen beslag in de zin van art. 94a/552a Sv op de goederen rust. HR: Ingeval een inbeslagneming in Frankrijk heeft plaatsgevonden in het verband van een bevel tot inbeslagneming van de Nederlandse Officier van Justitie in de zin van art. 552rr Sv kunnen belanghebbenden zich ex art. 552uu.1 jo 552a Sv schriftelijk beklagen over het uitvaardigen van dat bevel bij de Rechtbank in het arrondissement waarbinnen de Officier van Justitie het bevel heeft uitgevaardigd. Redelijke wetstoepassing brengt mee dat in geval een inbeslagneming heeft plaatsgevonden in het verband van een dergelijk bevel op eigen initiatief van de Franse uitvoerende autoriteiten, op de voet van art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag (vgl. HR LJN BC9015). In geval een inbeslagneming in Frankrijk heeft plaatsgevonden in het verband van een rechtshulpverzoek van de Nederlandse Officier van Justitie, hetzij op verzoek van de Nederlandse Officier van Justitie hetzij op eigen initiatief van de Franse uitvoerende autoriteiten, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat op de voet van art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag. De Rb die kennelijk van een andere opvatting is uitgegaan, heeft dit miskend.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 94a
Wetboek van Strafvordering 552a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1265
NJ 2011/482
NJB 2011/1956
JOW 2012/15
NBSTRAF 2011/318
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

11 oktober 2011

Strafkamer

nr. 10/02253 B

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te 's-Gravenhage van 22 december 2009, nummer RK 09/3236, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:

[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van de middelen

2.1. De middelen klagen over het oordeel van de Rechtbank dat niet is gebleken dat sprake is van een beslag "in de zin van artikel 94a/552a van het Wetboek van Strafvordering". De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

2.2. In cassatie moet van het volgende worden uitgegaan. Op basis van een "rechtshulpverzoek Frankrijk, onderzoek [A]" van de Nederlandse Officier van Justitie gericht aan de Franse autoriteiten en strekkende tot inbeslagneming van - onder meer - een schip genaamd [B] alsmede tot het "verrichten van een doorzoeking op/in genoemd schip de [B], zulks ter inbeslagname van relevante goederen/bescheiden, zoals eigendomsbewijzen e.d." is in Frankrijk beslag gelegd op voormeld schip, een motor en een stroomaggregaat. Het door een Franse gerechtsdeurwaarder daarvan opgemaakt "proces-verbaal conservatoir beslag op schip" van 24 februari 2009 houdt - in de Nederlandse vertaling daarvan - voorts in dat beslag is gelegd op "alle bijbehorende tuigage, ankergerei en bijbehorende voorwerpen".

2.3.1. In het klaagschrift zijn de goederen waarop het klaagschrift betrekking heeft nader gespecificeerd. Kort samengevat betreft het voornamelijk gereedschap.

2.3.2. De Rechtbank heeft de klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klaagschrift en daartoe het volgende overwogen:

"Uit de stukken en het onderzoek in raadkamer is niet gebleken dat de goederen van klager, als genoemd in de bijlage van zijn klaagschrift, op verzoek van de officier van justitie in Frankrijk strafrechtelijk in beslag zijn genomen. Derhalve moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat er geen beslag in de zin van artikel 94a/552a van het Wetboek van Strafvordering op de goederen rust (...)"

2.4.1. Ingeval een inbeslagneming in Frankrijk heeft plaatsgevonden in het verband van een bevel tot inbeslagneming van de Nederlandse Officier van Justitie in de zin van art. 552rr Sv kunnen belanghebbenden zich ingevolge art. 552uu, eerste lid, Sv, in verbinding met art. 552a Sv, schriftelijk beklagen over het uitvaardigen van dat bevel bij de Rechtbank in het arrondissement binnen hetwelk de Officier van Justitie het bevel heeft uitgevaardigd.

Redelijke wetstoepassing brengt mee dat ingeval een inbeslagneming heeft plaatsgevonden in het verband van een dergelijk bevel op eigen initiatief van de Franse uitvoerende autoriteiten, op de voet van art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag (vgl. HR 3 juni 2008, LJN BC9015).

2.4.2. Ingeval een inbeslagneming in Frankrijk heeft plaatsgevonden in het verband van een rechtshulpverzoek van de Nederlandse Officier van Justitie, hetzij op verzoek van de Nederlandse Officier van Justitie hetzij op eigen initiatief van de Franse uitvoerende autoriteiten, brengt een redelijke wetstoepassing mee dat op de voet van art. 552a Sv bij de Nederlandse rechter kan worden geklaagd over (de voortduring van) het beslag.

2.4.3. De Rechtbank, die kennelijk van een andere opvatting is uitgegaan, heeft dit miskend.

2.5. De middelen klagen hierover terecht.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden beschikking;

verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2011.