Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR2847

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15-11-2011
Datum publicatie
15-11-2011
Zaaknummer
10/01091
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR2847
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant een ontoelaatbare conclusie inhoudt. Conclusie AG: anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1439

Uitspraak

15 november 2011

Strafkamer

nr. 10/01091

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 1 februari 2010, nummer 20/002114-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover daarbij is verzuimd ter zake van de in verzekering doorgebrachte tijd art. 27, eerste lid, Sr toe te passen, tot het alsnog geven van het in dit artikellid voorgeschreven bevel ten aanzien van die in verzekering doorgebrachte tijd en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het eerste en het tweede middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het derde middel

3.1. Het middel klaagt dat de bewezenverklaring van feit 3 onvoldoende met redenen is omkleed. Daartoe wordt aangevoerd dat het Hof een proces-verbaal tot bewijs heeft gebezigd dat als verklaring van de verbalisant een conclusie behelst.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is onder 3 bewezenverklaard dat:

"hij op 08 mei 2007 te Helmond terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor meer categorieën van motorrijtuigen, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, Wethouder Ebbenlaan, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd."

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1 en 2], voor zover hier van belang inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een van hen:

"Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat een persoon een feit pleegde dat is omschreven "als degene die weet of redelijkerwijs moet weten dat een op zijn/haar naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig is verklaard, op de weg een motorrijtuig van de categorie of categorieën dan wel gedurende dat gedeelte van de geldigheidsduur besturen of doen besturen",

Artikel 9, lid 2 WVW 1994."

3.3. Deze verklaring houdt een voor het bewijs ontoelaatbare conclusie in.

3.4. De bewezenverklaring van feit 3 is, gelet op het evenoverwogene, niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel, dat daarover klaagt, is derhalve terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het vierde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen ter zake van het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 15 november 2011.