Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BR2222

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
10/01092
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BR2222
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Aftrek voorarrest, art. 27 Sr. De HR doet wat het Hof had behoren te doen en trekt alsnog de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1238
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 oktober 2011

Strafkamer

nr. 10/01092

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 19 februari 2010, nummer 20/004228-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover daarbij is verzuimd toepassing te geven aan art. 27, eerste lid, Sr, tot het op de opgelegde gevangenisstraf in mindering brengen van de ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2. Beoordeling van het vijfde middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr.

2.2. De stukken van het geding houden in dat de verdachte voor de onderhavige strafzaak op 4 december 2007 in verzekering is gesteld, aansluitend in voorlopige hechtenis is genomen en dat de voorlopige hechtenis op 12 december 2007 per die datum is geschorst. Het Hof heeft evenwel verzuimd het in art. 27, eerste lid, Sr bepaalde in acht te nemen voor zover het deze inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis betreft. Het middel is derhalve terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal, met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, doen wat het Hof had behoren te doen.

3. Beoordeling van de overige middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend voor zover daarbij is verzuimd toepassing te geven aan art. 27 Sr;

beveelt dat op de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden waarvan twaalf maanden voorwaardelijk, in mindering zal worden gebracht de tijd welke de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de bestreden uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 4 oktober 2011.