Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ8629

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-11-2011
Datum publicatie
08-11-2011
Zaaknummer
09/05178
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ8629
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Gegronde bewijsklacht. Uit de bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat de verdachte ernstige reden had te vermoeden dat het verblijf van X in Nederland wederrechtelijk was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1409
NJB 2011/2161

Uitspraak

8 november 2011

Strafkamer

nr. 09/05178

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 december 2009, nummer 22/002846-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. C.A. Lucardie, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het vierde middel

3.1. Het middel klaagt dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat, zoals is bewezenverklaard, de verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van [betrokkene 1] in Nederland wederrechtelijk was.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij in de periode van 14 november 2006 tot en met 7 maart 2007 te 's-Gravenhage [betrokkene 1] die wederrechtelijk in Nederland verbleef, uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of verblijf in Nederland, terwijl hij, verdachte, ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, immers heeft hij, verdachte aan die persoon een kamer, althans enige woonruimte, verhuurd (gelegen aan het adres [a-straat 1] te 's-Gravenhage), althans tegen betaling enige verblijfsaccommodatie aangeboden."

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Het klopt dat [betrokkene 1] tijdens de periode van 14 november 2006 tot 7 maart 2007 in een van mijn huizen woonde. Hij betaalde € 130,00 huur per maand. Hij heeft mij papieren laten zien waaruit bleek dat hij in een asielprocedure zat. Ik begrijp dat ik de fout ben ingegaan."

2. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 7 maart 2007 vond een controle plaats in een woning aan de [a-straat 1] te 's-Gravenhage. In de woning werd aangetroffen [betrokkene 1]. Na onderzoek bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst is gebleken dat vreemdeling [betrokkene 1] onrechtmatig in Nederland verblijft."

3. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"[Betrokkene 1] woont ongeveer 2 à 3 jaar in mijn woning op de [a-straat 1] te Den Haag."

4. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Ik maak heel soms een kopie van de legitimatiebewijzen van mijn huurders, vroeger wel, maar vind het nu wat zinloos, want ze schrijven zich toch in bij de gemeente, dus ze kunnen niet vluchten. Ik kreeg geen bewijs van de huurders dat ze zich hadden ingeschreven, ik ging er te goeder trouw vanuit dat ze dit zouden doen."

5. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik betaal € 130,00 inclusief per maand voor mijn kamerhuur voor de [a-straat 1] te Den Haag. De huur betaal ik aan [verdachte]. Hij heeft niet om mijn paspoort gevraagd. Ik kon niet tegen hem liegen, ik heb gezegd dat ik in afwachting was van mijn procedure. Hierop is [verdachte] niet meer teruggekomen."

3.3. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat de verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van [betrokkene 1] in Nederland wederrechtelijk was. De bewezenverklaring is derhalve niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het middel is terecht voorgesteld.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.F. Groos en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 8 november 2011.