Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ6745

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
04-10-2011
Datum publicatie
04-10-2011
Zaaknummer
10/02205
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ6745
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Het Hof heeft in de gebezigde bewijsmiddelen een verklaring van verdachte opgenomen, die het evenwel volgens de nadere bewijsoverweging ongeloofwaardig acht. De daarop gerichte klacht slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1241
NJB 2011/1908
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

4 oktober 2011

Strafkamer

nr. 10/02205

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 20 oktober 2009, nummer 23/000834-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. A.J. van der Velden en mr. M. van Delft, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw recht te doen.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel komt op tegen de motivering van de bewezenverklaring.

2.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 26 juni 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een zilverkleurige motorfiets Suzuki, voorzien van kenteken [AA-00-BB], toebehorend aan [betrokkene 1], waarbij hij, verdachte, en zijn mededaders die weg te nemen motorfiets onder hun bereik hebben gebracht door het stuurslot van voornoemde motorfiets te forceren."

2.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Ik heb op 26 juni 2006 te Amsterdam twee jongens geholpen om een motor in een bestelbusje te zetten. Ik kwam de jongens in de Zeilstraat tegen en ben vervolgens met ze meegelopen. Ik zat in de bestelbus toen we werden aangehouden. Ik droeg die avond een blauw trainingspak."

2. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 1]:

"Ik doe aangifte van diefstal, gepleegd op 26 juni 2006 te Amsterdam tussen 22:00 uur en 23:00 uur. Hierbij werd weggenomen een motor, merk Suzuki, zilverkleurig, met kenteken [AA-00-BB]. De motor stond op het stuurslot."

3. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [getuige 1]:

"Ik bevond mij op 26 juni 2006 omstreeks 23:30 (het hof begrijpt: 22:30 uur) in de Sluisstraat te Amsterdam. Ik zag dat door de Sluisstraat drie personen met een motor aan de hand in de richting van de Schinkelkade liepen. Een van de jongens droeg een donkerblauw trainingspak met capuchon. Ze zetten de motor op de hoek neer. Het kenteken van de motor was [AA-00-BB]. Twee jongens bleven bij de motor staan, de derde liep in de richting van de Zeilstraat. Enkele minuten later kwam er een wit bestelbusje aangereden over de Schinkelkade, met kenteken [CC-00-DD]. Dit kenteken heb ik doorgegeven aan de politie. Ik zag dat de drie jongens de motor achter in het genoemde busje laadden. Vervolgens stapten zij met z'n drieën weer in het busje. Ik zag dat zij in de richting van de Amstelveenseweg reden."

4. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] en een andere opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een van hen:

"Op 26 juni 2006 werd aan ons, verbalisanten, doorgegeven dat een motor op de Schinkelkade door drie Marokkaans uitziende jongens in een witte bestelbus met kenteken [CC-00-DD] werd geladen. Wij verbalisanten zagen dat een witte bestelbus de Zeilstraat inreed. Wij zagen dat de bestelbus was voorzien van het kenteken [CC-00-DD]. Kort nadat wij onze positie hadden doorgegeven, zagen wij twee opvallende surveillancevoertuigen achter ons rijden. Vervolgens is de witte bestelbus tot stoppen gedwongen en ingesloten. Wij zagen een jongen met een blauw trainingspak aan, aan de rechterzijde uit de bus komen. Deze bleek later genaamd: [verdachte]. Ik, tweede, verbalisant, heb deze verdachte aangehouden. Tezamen met de andere ter plaatse aangekomen collega's hebben wij de andere twee verdachten aangehouden die nog in de bestelbus aanwezig waren, genaamd [betrokkene 2] (passagier) en [betrokkene 3] (bestuurder). Ik, eerste verbalisant, zag dat er achter in de witte bestelbus een rood/zilverkleurige motor met kenteken [AA-00-BB] op zijn rechterzijde lag. De bestelbus en de motor zijn inbeslaggenomen."

5. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 2], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 29 januari 2008 heb ik telefonisch contact gehad met aangever [betrokkene 1] ter zake van de diefstal van zijn motor met kenteken [AA-00-BB]. Hij verklaarde mij dat bij de diefstal van de motor het stuurslot kapot getrapt was."

6. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Ik heb op 26 juni 2006 niet in een busje gezeten."

7. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover inhoudende:

"In tegenstelling tot wat ik eerder verklaard heb, zat ik destijds op 26 juni 2006 wel in de bus voordat ik werd aangehouden."

2.2.3. Het Hof heeft ten aanzien van de bewijsvoering voorts nog het volgende overwogen:

"Het hof acht de verklaring van de verdachte, dat hij de twee jongens met de motor in de Zeilstraat heeft getroffen ongeloofwaardig gelet op het feit dat de getuige een van de medeverdachten nu juist in de richting van de Zeilstraat zag lopen om de bestelbus te gaan halen om de motor in te vervoeren."

2.3. Het Hof heeft in de gebezigde bewijsmiddelen als verklaring van de verdachte opgenomen en dus vastgesteld dat hij de twee jongens met de motor in de Zeilstraat is tegengekomen. In een nadere bewijsoverweging heeft het Hof evenwel geoordeeld dat het die verklaring ongeloofwaardig acht. In dit opzicht is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed. De daarop gerichte klacht slaagt.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C.Ruche, en uitgesproken op 4 oktober 2011.