Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ5982

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
08-07-2011
Datum publicatie
08-07-2011
Zaaknummer
10/01436
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ5982
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Art. 81 RO. Antillenzaak. Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking. Beroep op verjaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/920
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

8 juli 2011

Eerste Kamer

10/01436

RM/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende op Curaçao,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[Verweerster],

wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak AR 529/2006 van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, van 11 september 2006, 12 mei 2008 en 11 augustus 2008;

b. het vonnis in de zaak AR 529/06-H-43/09 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 5 januari 2010.

Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 8 juli 2011.