Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ4276

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
10/01213
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ4276
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Strafoplegging. Klaarblijkelijk is het Hof ervan uitgegaan dat het OM verdachte niet meer zal vervolgen tzv de overige zich in het dossier bevindende soortgelijke onjuiste aangiften. Het Hof heeft dit kunnen aannemen o.g.v. de omstandigheid, dat het OM, hoewel het aanleiding had kunnen vinden verdachte mede ter zake van evenbedoelde soortgelijke feiten te vervolgen, niettemin heeft volstaan met de tenlastelegging van een beperkt aantal feiten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/952
FutD 2011-1685
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

5 juli 2011

Strafkame

rnr. 10/01213

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 27 oktober 2009, nummer 21/003121-06, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. F.G.L. van Ardenne en mr. N. Flikkenschild, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat het Hof bij de strafoplegging rekening heeft gehouden met andere feiten dan de feiten die bewezen zijn verklaard.

2.2. Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

"[A] BV en/of [B] BV, in of omstreeks de periode van 9 februari 2001 tot en met 28 oktober 2003 dan wel in of omstreeks het/de ja(a)r(en) 2001, 2002, 2003 te Putten en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Scherpenzeel en/of Hoofddorp en/of Cuijk en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een ingevolge wettelijke bepalingen inzake de Douane vereiste aangifte, te weten na te noemen aangifte(n) ten invoer met betrekking tot spaarlampen, opzettelijk onjuist en/of onvolledig heeft gedaan en/of heeft laten- doen, terwijl het feit er toe strekte dat te weinig rechten bij invoer werden en/of zouden worden geheven, immers heeft [A] BV en/of [B] BV op die aangifte(n) ten invoer een onjuiste goederencode voor spaarlampen (juiste GN-code 8539.3190) vermeld en/of doen vermelden, althans een onjuiste goederencode vermeld en/of doen vermelden, tot welk feit hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;

(het betreft de navolgende aangiften ten invoer)

- invoeraangifte 00003911 d.d. 11 oktober 2001, betreffende 100.000 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2998 90 0000 0000 00 00 (l/D.60.01);

- invoeraangifte 00006391 d.d. 16 januari 2002, betreffende 60.138 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 3900 0000 0000 00 00 (l/D.61.01);

- invoeraangifte 0201214144 d.d. 10 oktober 2002, betreffende 15000 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 90 0000 0000 00 00 (1/D.62.01);

- invoeraangifte 000 12821 d.d. 22 november 2002, betreffende 116000 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00 (l/D.63.01);

- invoeraangifte 02 01232155 d.d. 23 december 2002, betreffende 47000 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 90 0000 0000 00 00 (1/D.64.01);

- invoeraangifte 02102872 d.d. 24 december 2002, betreffende 38056 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00 (l/D.65.01);

- invoeraangifte 02102875 d.d. 27 december 2002, betreffende 59532 stuks andere lampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00 (l/D.66.01);

- invoeraangifte 03000043 d.d. 15 januari 2003, betreffende 49290 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong en 02000044 d.d. 15 januari 2003 betreffende 77290 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong, met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00 (l/D.67.01 en l/D.67.03);

- invoeraangifte 000 15526 d.d. 18 maart 2003, betreffende 91000 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00 (l/D.68.01);

- invoeraangifte 000 17059 d.d. 14 mei 2003, betreffende 214250 stuks energy saving lamps van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00 (l/D.69.01);

- invoeraangifte 03001020 d.d. 19 augustus 2003, betreffende 910000 stuks andere gloeilampen en -buizen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 900000 0000 00 00 (1/D.70.01);

- invoeraangifte 03-0836 d.d. 17 september 2003, betreffende 1905 stuks andere elektrische gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 3900 90 0000 0000 00 00 (1/D.71.01)."

2.3. Daarvan is bewezenverklaard dat:

"[A] BV en/of [B] BV, in de periode van 9 februari 2001 tot en met 28 oktober 2003 te Putten en/of Rotterdam en/of Ridderkerk en/of Scherpenzeel en/of Hoofddorp en/of Cuijk en/of (elders) in Nederland, telkens een ingevolge wettelijke bepalingen inzake de Douane vereiste aangifte, te weten na te noemen aangiften ten invoer met betrekking tot spaarlampen, opzettelijk onjuist heeft laten doen, terwijl het feit er toe strekte dat te weinig rechten bij invoer werden en/of zouden worden geheven, immers heeft [A] BV en/of [B] BV op die aangiften ten invoer een onjuiste goederencode doen vermelden,aan welk feit hij, verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;

(het betreft de navolgende aangiften ten invoer)

- invoeraangifte 00006391 d.d. 16 januari 2002, betreffende 60.138 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 3900 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 0201214144 d.d. 10 oktober 2002, betreffende 15000 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 000 12821 d.d. 22 november 2002, betreffende 116000 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 02 01232155 d.d. 23 december 2002, betreffende 47000 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 02102872 d.d. 24 december 2002, betreffende 38056 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 02102875 d.d. 27 december 2002, betreffende 59532 stuks andere lampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 03000043 d.d. 15 januari 2003, betreffende 49290 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong en 02000044 d.d. 15 januari 2003 betreffende 77290 stuks andere halogeenlampen van Chinese oorsprong, met GN-code 8539 2192 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 000 15526 d.d. 18 maart 2003, betreffende 91000 stuks spaarlampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 000 17059 d.d. 14 mei 2003, betreffende 214250 stuks energy saving lamps van Chinese oorsprong met GN-code 8539.3900 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 03001020 d.d. 19 augustus 2003, betreffende 910000 stuks andere gloeilampen en -buizen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 2992 90 0000 0000 00 00

- invoeraangifte 03-0836 d.d. 17 september 2003, betreffende 1905 stuks andere elektrische gloeilampen van Chinese oorsprong met GN-code 8539 3900 90 0000 0000 00."

2.4. Het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg houdt onder meer in:

"De officier van justitie voert het woord en leest - het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen achtend - zijn vordering voor, te weten: een gevangenisstraf van twee jaar en legt vervolgens deze vordering over.

Hij deelt daarbij mede, zakelijk weergegeven:

Er is voor 3,3 miljoen euro ontdoken aan invoerrechten door het niet voldoen van de anti dumpingheffing. De dagvaarding is niet helemaal juist. Volgens mij moet de periode zijn van 1 januari 2002 tot en met 28 oktober 2003 en dienen de eerste drie aangiftes te vervallen. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte wist dat er een anti dumpingheffing op spaarlampen uit China kwam. Er zijn diverse verklaringen dat hij wilde zoeken naar andere wegen om de anti dumpingheffing te ontlopen.

Twijfelachtig is of het telefoongesprek met de douane heeft plaatsgevonden. Voor zover moet worden aangenomen dat dit wel heeft plaatsgevonden, dan is de door verdachte gestelde gespreksinhoud niet controleerbaar en onaannemelijk. In de EU-Publicatie is de tariefcode duidelijk aangegeven. Met betrekking tot de controle door de douane merk ik op dat er mogelijk op andere dingen is gecontroleerd. Als een zending passeert, betekent dat niet dat alles in orde is. Hoewel het proces-verbaal spreekt van 87 onjuiste aangiftes, is in de tenlastelegging een beperkt aantal hiervan uitgewerkt.

Bij de straftoemeting neem ik in aanmerking dat de bedoeling van een anti dumpingheffing is om de interne markt te beschermen. Naar aanleiding van klachten over lampen uit China met afbraakprijzen, is besloten tot een anti dumpingheffing. Verdachte is ook verantwoordelijk hiervoor en heeft deze afbraakprijzen in stand gehouden door de anti dumpingheffing te ontduiken voor 3,3 miljoen euro. Verder houd ik rekening met het feit dat verdachte geen justitieel verleden heeft."

2.5. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 13 oktober 2009 houdt onder meer in:

"De verdachte verklaart op vragen van de voorzitter als volgt:

Door [A] BV en [B] BV werden in de periode van 9 februari 2001 tot en met 28 oktober 2003 vanuit China spaarlampen ingevoerd.

(...)

De verdachte verklaart:

Wij waren maar een kleine leverancier voor Sacom. Vanaf 2001-2002 hebben wij veel lampen aan ze geleverd. Wij hadden in die tijd een groeimarkt in partytenten en spaarlampen. Het ging om - denk ik - een miljoen spaarlampen. De lampen werden van 1993 tot 2001 op de naam [C] en vanaf 1 januari 2002 onder de naam [A] doorverkocht.

De voorzitter houdt de verdachte voor:

In het dossier bevindt zich een berekening waaruit kan blijken dat er meer dan 3 miljoen euro aan heffingen ontdoken is. Indien wij u schuldig zouden vinden aan opzettelijke ontduiking dan ligt de milde straf als door de rechtbank opgelegd niet in de rede. Wat vindt u daarvan?

De verdachte reageert:

Wij verdienden op spaarlampen slechts l dollarcent per lamp. We zijn op verzoek van Sacom spaarlampen gaan importeren. Als het ons om het geld te doen was, had ik liever miljarden spaarlampen ingevoerd."

2.6. Het Hof heeft de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Het heeft de strafoplegging als volgt gemotiveerd:

"De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden - dat verdachte een groot bedrag aan anti dumpingrecht heeft ontdoken. Door zijn handelen heeft verdachte mogelijk een hogere omzet heeft behaald dan indien hij aan zijn heffingsverplichtingen had voldaan, waardoor bonafide bedrijven, die wel aan de verplichtingen voldoen, oneerlijke concurrentie is aangedaan. Daarnaast werkt een handelwijze als die van verdachte ontwrichtend op het systeem van een gemeenschappelijke economische ordening die in Europees verband wordt nagestreefd.

In de tenlastelegging is slechts een beperkt aantal aangiften uit een groot aantal soortgelijke onjuiste aangiften opgenomen. Met al deze aangiften tezamen is volgens de belastingdienst voor meer dan 3 miljoen euro aan antidumpingrecht ontdoken. Dat het antidumpingrecht op spaarlampen sinds oktober 2008 niet meer van toepassing zou zijn, acht het hof anders dan de raadsman geen reden tot strafvermindering. Gelet op het vorenoverwogene is het hof van oordeel dat de door de rechtbank opgelegde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het bewezenverklaarde. Het hof acht in beginsel een gevangenisstraf als door de advocaat-generaal is gevorderd op zijn plaats.

Ten voordele van de verdachte neemt het hof echter in aanmerking - en ziet daarin aanleiding om een lagere gevangenisstraf op te leggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd dat:

- uit het uittreksel uit het algemeen justitieel documentatieregister blijkt dat verdachte niet eerder ter zake van een strafbaar feit is veroordeeld;

- dat verdachte door deze strafzaak persoonlijk fors is getroffen (zijn bedrijven zijn failliet gegaan, hij heeft zijn huis moeten verkopen en hij is thans aangewezen op een bijstandsuitkering);

- dat tussen het tijdstip van het plegen van de bewezenverklaarde feiten en het tijdstip van behandeling van de zaak in hoger beroep een aanmerkelijk tijdsverloop ligt."

2.7. Klaarblijkelijk is het Hof ervan uitgegaan dat het Openbaar Ministerie de verdachte niet meer zal vervolgen ter zake van de overige zich in het dossier bevindende soortgelijke onjuiste aangiften. Het Hof heeft dit kunnen aannemen op grond van de omstandigheid, dat het Openbaar Ministerie, hoewel het aanleiding had kunnen vinden de verdachte mede ter zake van evenbedoelde soortgelijke feiten te vervolgen, niettemin heeft volstaan met de tenlastelegging van een beperkt aantal feiten. In zoverre faalt het middel.

3. Beoordeling van de middelen voor het overige

De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 5 juli 2011.