Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ3162

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
05-07-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
10/01747
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ3162
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Niet naleving van art. 51, tweede volzin, Sv. Afschrift van de dagvaarding in h.b. verzonden aan het oude kantooradres van de raadsman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/959

Uitspraak

5 juli 2011

Strafkamer

nr. 10/01747

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, Enkelvoudige Kamer, van 27 november 2009, nummer 23/000300-09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.C.J. Letmaath, advocaat te Uden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt onder meer dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd.

2.2. Bij de stukken van het geding bevinden zich de volgende stukken:

(i) een akte instellen hoger beroep, inhoudende dat de verdachte op 14 januari 2009 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Alkmaar van 31 augustus 2007;

(ii) een stelbrief van mr. Letmaath, advocaat te Uden, van 16 maart 2009, gericht aan de strafsector van het Hof te Amsterdam, waarop als diens adres is vermeld: postbus 363 te Uden;

(iii) een ontvangstbevestiging van 17 maart 2009 van de Griffier van het Hof gericht aan mr. Letmaath, Dijkstraat 1 te Wageningen, inhoudende dat de brief van mr. Letmaath van 16 maart 2009 in goede orde is ontvangen.

(iv) een schrijven van 23 oktober 2009 van de Griffier van het Hof, gericht aan mr. Letmaath te Wageningen, inhoudende dat de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte waarin hij als raadsman optreedt is vastgesteld op 27 november 2009 te 15.00 uur;

(v) de dagvaarding in hoger beroep, waarop na de woorden "Afschrift aan raadsman verstrekt op" staat geschreven:

"23/10/09".

(vi) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 27 november 2009, inhoudende dat de verdachte niet is verschenen, alsmede dat de raadsman van de verdachte, mr. Letmaath, advocaat te Uden, evenmin ter terechtzitting aanwezig is;

(vii) een schrijven van 3 maart 2010 van de voorzitter van de strafkamer van het Hof aan de raadsman, voor zover inhoudende:

"Bij navraag op de strafgriffie van dit hof heb ik vernomen dat uw verhuizing van Wageningen naar Uden niet in de betreffende registratiesystemen is doorgevoerd en dat dit de achtergrond moet zijn van het feit dat correspondentie u niet heeft bereikt. Dit is vanzelfsprekend bijzonder vervelend en daarvoor past een excuus."

(viii) een schrijven van 19 april 2010 van de President van het Hof L. Verheij, aan de raadsman, voor zover inhoudende:

"Naar aanleiding van uw klacht brief d.d. 5 maart 2010 heeft op mijn verzoek intern onderzoek plaatsgevonden. Daarbij is gebleken dat in deze zaak bij herhaling ten onrechte brieven zijn verstuurd naar een oud kantooradres van mr. Letmaath (Wageningen).

Dit adres stond (nog steeds) vermeld in het primaire processysteem van de administratie van de strafsector en tevens van het Ressortsparket.

Naar ik heb begrepen waren daarbij de werkinstructies van dien aard dat bij opvolging van die instructies de fout niet werd ontdekt.

Inmiddels wordt de werkinstructie aangepast, maar voor deze zaak heeft te gelden dat afhandeling van uw stelbrief niet correct heeft plaatsgevonden. Het gaat hier om een tekortkoming die is toe te schrijven aan de organisatie (in het bijzonder de administratie van de strafsector) en in ieder geval niet aan mr. Dun.

(...)

Ten behoeve van die cassatieprocedure zal deze brief aan het naar de Hoge Raad te sturen dossier worden toegevoegd."

2.3. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit voort dat het voorschrift vervat in de tweede volzin van art. 51 Sv niet is nageleefd.

Dit in het belang van de verdachte gegeven voorschrift is van zo grote betekenis dat, al is dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van de verdachte en diens raadsman in de weg te staan.

Voor zover het middel daarover klaagt, is het terecht voorgesteld.

3. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juli 2011.