Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BQ3119

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-09-2011
Datum publicatie
28-09-2011
Zaaknummer
09/03695 E
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BQ3119
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Economische zaak. Gegronde bewijsklacht. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat de in de bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 behorende bijlage III aangegeven maximaal toegestane lading van het vuurwerk telkens was overschreden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/1201
NJB 2011/1839
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 september 2011

Strafkamer

nr. 09/03695 E

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, van 8 september 2009, nummer 21/000690-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.L. Plas, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het vierde middel

3.1. Het middel klaagt over de motivering van de bewezenverklaring.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2005 t/m 29 december 2005, in de gemeente Culemborg en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk consumentenvuurwerk, te weten een aantal nitraatbommen en flowerbeds, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en voorhanden heeft gehad ten aanzien van welk vuurwerk telkens niet werd voldaan aan de bij het "Vuurwerkbesluit" gestelde eisen en/of de ter uitwerking van voornoemd besluit krachtens artikel 24, derde lid, van de "Wet milieugevaarlijke stoffen" gestelde regels, immers:

- was voornoemd vuurwerk niet voorzien van een (Nederlandse) gebruiksaanwijzing met zodanige aanwijzingen en/of waarschuwingen dat bij het dienovereenkomstig handelen geen letsel of schade bij de gebruiker en/of omstanders kon ontstaan,

en

- voldeed dat consumentenvuurwerk voor wat betreft de aard, samenstelling, constructie en/of eigenschappen niet aan de "Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004".

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

1. de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, voor zover inhoudende:

"Mijn roepnaam is [verdachte]."

2. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

"Op 28 december 2005 hebben we vuurwerk in België gehaald voor [betrokkene 1] (het hof begrijpt telkens: [betrokkene 1]). Tijdens een gesprek tussen [betrokkene 1] en mijzelf kwam het vuurwerk naar voren. Ik heb aangeboden om de weg te wijzen naar de vuurwerkfabriek in Maaseik. Dat was in oktober 2005. [Betrokkene 1] heeft geen vervoer. Ik heb vervoer geregeld. Mijn neven [betrokkene 2] en [betrokkene 3] waren erbij en ook [betrokkene 4] uit Den Bosch. We zijn op 28 december 2005 om 15.00 uur vertrokken vanuit Culemborg. [Betrokkene 4] was de grens overgestoken en had gezien dat er controle was. We hebben afgesproken bij de kerk in Molenbeersel. Dit was de dag dat de twee politiemensen aan de Nederlandse kant bij de grens stonden. De jongens waren eerder de grens bij Stramproy overgestoken dan ik. Zij stonden in Molenbeersel in de frituur en ik ben daar ook naar binnen gegaan. Toen ik de grens overstak heb ik die twee politiemensen gezien. Toen ik binnen kwam in de frituur hadden de jongens het erover dat het moeilijk was om de grens over te steken. Ik wist dat er bij Kessenich nog een grensovergang was. Ik heb tegen [betrokkene 4] gezegd dat hij niet rechtstreeks naar de fabriek moest rijden. We hebben een tijdje bij de frituur gewacht. Een of twee man zijn bij de kerk gebleven, de rest is naar de fabriek gereden. Ik heb gewacht bij de rotonde bij Kinrooy. Alleen de chauffeur is doorgereden naar de fabriek. Hij had een lijst met vuurwerk dat hij op moest halen. Dat was de lijst van [betrokkene 1]. Ik heb de lijst gezien en er stonden alleen bloembedden op, van verschillende afmetingen en verschillende gewichten. Voor de terugreis hebben we eerst weer overlegd.

Tijdens de reis zijn er mensen vooruit gestuurd om de weg te verkennen.

Op weg naar Culemborg heb ik [betrokkene 4] gebeld en heb ik hem gevraagd of ik het vuurwerk bij hem mocht opslaan. Ik had [betrokkene 4] al eerder persoonlijk gevraagd of ik bij hem vuurwerk kon opslaan. [Betrokkene 4] vertelde dat hij naar het bedrijf zou gaan. Hij zou de sleutel van de poort naar het bedrijfsterrein meenemen. Toen wij aankwamen bij zijn bedrijf was [betrokkene 4] er al. [Betrokkene 4] maakte de poort open. Hij had een blauwe box op zijn terrein open staan. Het vuurwerk is overgeladen door de chauffeur, door mijn twee neven en door mijzelf. [Betrokkene 1] was er ook bij, maar hij stond buiten het bedrijf op de parkeerplaats. Toen ik de volgende dag rond 17.00 uur weer op het terrein kwam vertelde [betrokkene 4] dat ik moest wegwezen omdat het was onderschept door de politie."

3. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende:

- als verklaring van de verdachte:

"U toont mij een aantal foto's. Deze foto's zijn genomen op het bedrijfsterrein van [betrokkene 4] in Culemborg. Het vuurwerk op de foto's is het vuurwerk dat [betrokkene 1] uit België heeft gehaald. Ik had hiervoor de vuurwerkfabriek in Maaseik aangewezen."

- als relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:

"De pagina's met foto's zijn genummerd 1 tot en met 16."

- als verklaring van de verdachte:

"Op pagina 1 staan een foto van een vrachtauto en een foto met een bak. Ik herken de auto en de bak. In deze bak hebben wij het vuurwerk gedaan. [Betrokkene 4] heeft deze bak open gemaakt en hij had ook de sleutel van de bak. U toont mij pagina 2. Ik herken het vuurwerk op de foto als het vuurwerk dat wij overgeladen hebben in de blauwe bak. Dit vuurwerk komt uit Maaseik. U toont mij pagina 3 en u vraagt mij wat het is. Ik denk dat dit knallers zijn. De dozen op deze foto's behoren ook tot de in België gehaalde partij. U toont mij pagina 11. Op de foto staan 6 flowerbeds in een doos. Ik ben er bij geweest om de fabriek aan te wijzen. Ik heb geholpen om dit vuurwerk bij [betrokkene 4] in de blauwe bak te zetten."

4. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 3] en een andere opsporingsambtenaar, voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten:

"Op 29 december 2005 hebben wij in opdracht van het vuurwerkteam op de locatie [a-straat 1] te Culemborg een onderzoek ingesteld in verband met vermoedelijk opgeslagen vuurwerk. De locatie betrof een bedrijfspand genaamd [A] B.V. Een werknemer van het bedrijf, genaamd [betrokkene 5], was ons behulpzaam met het openen van de containers en bedrijfsruimten. Door [betrokkene 5] werd een blauwe afzetbak van een licht vrachtwagentje geopend. In die blauwe afzetbak, die op het terrein stond, troffen wij een aantal dozen illegaal vuurwerk aan."

5. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 4]:

"Ik ben eigenaar van [A] B.V., gevestigd aan de [a-straat 1] te Culemborg.

Het vuurwerk dat in een blauwe verwisselbare gesloten laadruimte met rolluik is aangetroffen is daar gebracht door ene [verdachte]. Het is een mobiele bak. [Verdachte] woont in Culemborg aan de [b-straat 1] en heeft een aparte achternaam. Op 28 december 2005 werd ik door [verdachte] gebeld. Dit was in de middag. Hij vroeg of hij een paar dozen bij mij kwijt kon. Omdat hij omhoog zat en ik met andere problemen aan mijn hoofd zat heb ik toegestemd. Ik wist wel dat hij met die paar dozen "vuurwerk" bedoelde. [Verdachte] heeft mij die avond verteld dat hij dit in België had gehaald en dat hij veel moeite had moeten doen om achtervolgers van zich af te houden. Dit vertelde hij toen hij klaar was met het uitladen en het vuurwerk in de laadruimte op mijn terrein had opgeslagen. De volgende dag was ik thuis toen ik rond 8.30 uur werd gebeld door de politie dat er politie op het terrein was. Ik werd door politieagent [verbalisant 4] gebeld dat er vuurwerk was gevonden in het blauwe bakje op mijn terrein. De politie vertelde mij dat dit vuurwerk in beslag was genomen. Daarna ben ik door hen meegenomen en werd ik in het bureau van politie te Culemborg gehoord. Die avond, het was al donker, kwam [verdachte] het kantoor binnen. Ik denk dat het rond 16.30 uur was. Ik had hem niet verwacht en schrok me een ongeluk. Ik was mij op dat moment aan het voorbereiden op de verkoop van een pand van mij. Ik dacht op dat moment dat hij zijn vuurwerk op kwam halen. Ik zei tegen hem dat hij weg moest gaan. Tevens heb ik tegen hem gezegd dat zijn vuurwerk al weg was gehaald door de politie. Op 4 januari 2006 ben ik in Culemborg met [verdachte] bij de Chinees aan de overzijde van de Gamma binnen gaan zitten. [Verdachte] werd daar emotioneel omdat hij problemen had met zijn vrouw en met zijn 'schuldeisers', de eigenaren van het vuurwerk. [Verdachte] zei tegen mij dat het vuurwerk een handelswaarde had van ongeveer € 5000,-. Hij liet mij een briefje zien waarop vuurwerkbestellingen stonden. Hier stonden ook twee pakketten op voor mij. Deze had ik echter nooit besteld en waarom deze erop stonden weet ik niet. De waarde van deze pakketten heeft hij van het totaalbedrag afgetrokken. Vervolgens heeft [verdachte] de inkoopwaarde geteld en hij kwam op € 3000,-. Ik wilde [verdachte] € 2000,- betalen om van het hele gedoe af te zijn. Ik heb wel gezegd dat ik het geld terug wilde als ik aan kon tonen dat de politie het vuurwerk in beslag had genomen. [Verdachte] antwoordde dat hij dit zou regelen. Mijn zoon [betrokkene 6] had de aangifte meegenomen en heeft de aangifte naar de zaak gefaxt. Op de zaak heb ik de aangifte gekopieerd en naar de woning van [betrokkene 7] gebracht. Ik heb de kopie persoonlijk aan hem afgegeven. Ook heb ik [betrokkene 7] de € 2000,- contant gegeven."

6. een verslag van een afgeluisterd telefoongesprek tussen de verdachte en [betrokkene 8], voor zover inhoudende:

"[verdachte]: Wil je weten wat er gebeurd is gisteren, waarom ik de telefoon niet meer opnam? Ik was kwart voor 5 daar om de spullen op te halen die ik de dag ervoor meegenomen had voor jou en voor mij. Jouw spullen zaten daar en mijn spullen. Bij mekaar 5000 euro. De eigenaar van dat pand zegt tegen mij, half 9 heeft de politie alles opgeruimd hier. Dat klopt niet hij loog.

[betrokkene 8]: Ja.

[verdachte]: Het is niet op het nieuws, niet op het kabelnieuws, niets. Dus hij heeft het achtergedrukt. En al jouw zware potten, die grote pot he alles heeft hij achtergedrukt, maar nu kan ik niets doen voorlopig want ik wacht tot morgen af en dan ga ik hem om geld vragen, maar nu heb ik een verzoek aan jou: maak het mij nog makkelijker en ik ga ergens naar toe waar ik een aantal potten kan krijgen, zeg maar wat ik meeneem voor jou dan heb je toch wat.

[verdachte]: Die man heb ik een uur lang geschaduwd en wat blijkt vandaag: er is helemaal geen politie bij geweest. Nu heb ik een kennis bij de politie en die gaat even informeren voor mij of er iemand aangehouden is gisteren daar. En is dat het niet het geval, morgen sta ik op zijn stoep dat ie al het geld terugbetaalt."

7. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 9]:

"Ik ken [verdachte] via een vriend van mij. Van mijn vriend kreeg ik te horen dat [verdachte] over mooi vuurwerk kon beschikken. Ik ben toen bij [verdachte] vuurwerk gaan bestellen. Ik kocht liever bij [verdachte] dan in de winkel omdat het vuurwerk bij [verdachte] net iets mooier is dan van de winkel in Nederland. Op donderdag 29 december 2005 om 15:22:45 uur belde ik volgens u naar [verdachte]. Dat klopt. Ik ben vanuit Veenendaal met mijn gezin naar Culemborg gereden naar de woning van [verdachte]. Daar ben ik achter [verdachte] aangereden naar het industrieterrein in Culemborg. Daar stopte [verdachte] bij een bedrijf en ging naar binnen. Ik bleef buiten wachten. Toen [verdachte] even later weer naar buiten kwam vertelde hij mij dat het goed mis was want het vuurwerk van hem was daar weg. Hij had niets voor mij."

8. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 7]:

"U vraagt mij of ik wist dat er bij [betrokkene 4] vuurwerk in beslag genomen was. Ik heb daar wel iets over gehoord maar ik heb dat nooit geloofd, tot nu toe. U vraagt mij waarom ik € 2000,- van [betrokkene 4] gekregen heb. Ik moest dat geld aan [verdachte] geven. Ik heb niet eens gekeken wat het was. Het waren 4 briefjes van € 500,-. Ik denk dat die € 2000,- voor het vuurwerk was, dat weg was. Met [betrokkene 10] had ik besproken dat [verdachte] het vuurwerk ergens had neergezet. Dat had hij dus kennelijk bij [betrokkene 4] neergezet. De volgende dag was dat vuurwerk weg. Ik heb dat vuurwerk niet bij [betrokkene 4] neergezet."

9. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 11]:

"Ik ben wel eens meegereden tot aan de grens als [verdachte] mij daar om vroeg. [Verdachte] kende daar de weg niet en ik heb hem de weg gewezen. U toont mij een uitgewerkt telefoongesprek van 28 december 2005 om 16:38:53 uur. Ik had toen aan de grens politie gezien en dat had ik telefonisch doorgegeven aan [verdachte]. Ik herken het gesprek dat u mij toont. U vraagt mij wat er tijdens dit gesprek gebeurt. [Verdachte] had mij die dag gebeld en mij gevraagd of ik de route nog een keer wilde wijzen. Het is wel vreemd dat ik [verdachte] meerdere malen de weg moest wijzen."

10. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaar [verbalisant 5], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisant:

"Op 29 december 2005 werd door mij, verbalisant, een onderzoek ingesteld naar het in beslag genomen, niet toegestaan consumentenvuurwerk. Dit vuurwerk werd op 29 december 2005 aangetroffen bij het bedrijf [A] B.V., gevestigd aan de [a-straat 1] te Culemborg.

1)

Een (1) doos met als opschrift 1.4G, Thunder Crackers met een totaal gewicht van 11 kilogram, CN 360029.

In deze doos zaten:

Soort: nitraatbommen

Aantal: 1000 stuks

Merk; Thunder Crackers

Aantal schots volgens verpakking: 1

Gewicht (zonder transportverpakking): verpakt per

20 stuks bedroeg het gewicht per pakje: 220 gram.

Afmetingen van een (1) nitraatbom: lengte: 5,5 cm. Diameter. 1,5 cm.

Een nitraatbom (knalvuurwerk) is niet gecompartimenteerd, zichzelf niet voortdrijvend vuurwerk, dat na ontsteking door de reactie geheel of gedeeltelijk uiteen wordt gereten. Dit vuurwerk wordt genoemd onder A1 van bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk. De lading mag uitsluitend uit zwart buskruit bestaan tot een gewicht van ten hoogste 2,5 gram.

(x) Ik heb geconstateerd dat de nitraatbom in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit niet was voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing als bedoeld in dat artikel;

(x) Ik heb een nitraatbom (zonder de verpakking) gewogen. Deze had een gewicht van 11 gram.

8) Drie (3) dozen met als opschrift 1.3G, 201 SH Missile (New) met een gewicht van 13 kilogram per doos.

In deze doos zaten:

Soort: flowerbed

Aantal: 3 stuks

Type nr: 43F332/038/04

Merk; 201 SH Missile (New)

Aantal schots volgens verpakking: 180

Gewicht (zonder transportverpakking): 13 kilogram

Afmetingen: lengte: 54 cm. Breedte: 37 cm. Hoogte:

20 cm.

Een flowerbed (ook wel genoemd mortierpot) is zichzelf niet voortdrijvend vuurwerk dat na ontsteking door de reactie niet uiteen wordt gereten. Het is vuurwerk met licht, rook- of geluidseffecten of met een combinatie daarvan. Dit vuurwerk wordt genoemd onder B1 en B2 van bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk. De lading mag een gezamenlijk gewicht hebben van ten hoogste 40 gram, of in geval van uitsluitend lichteffect ten hoogste 100 gram. Meer dan 100 gram is nooit toegestaan.

(x) Ik heb geconstateerd dat de flowerbed(s) in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit niet was/waren voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing als bedoeld in dat artikel;

(x) Ik heb een flowerbed (zonder de verpakking) gewogen. Deze had een gewicht van 13 kilogram.

12) Tweemaal (2) een doos met als opschrift 1.3G, Silver to Red & Golden Willow met een gewicht van 14,6 kilogram.

In deze dozen zaten:

Soort: flowerbed

Aantal: 2 stuks

Type nr: 43F22/046/04

Merk: Silver to Red & Golden Willow

Aantal schots volgens verpakking: 49

Gewicht (zonder transportverpakking): 14,6 kilogram

Afmetingen: 44x44 cm. Hoogte: 37 cm. Diameterbuis: 6 cm.

Een flowerbed (ook wel genoemd mortierpot) is zichzelf niet voortdrijvend vuurwerk dat na ontsteking door de reactie niet uiteen wordt gereten. Het is vuurwerk met licht, rook- of geluidseffecten of met een combinatie daarvan. Dit vuurwerk wordt genoemd onder B1 en B2 van bijlage III van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk. De lading mag een gezamenlijk gewicht hebben van ten hoogste 40 gram, of in geval van uitsluitend lichteffect ten hoogste 100 gram. Meer dan 100 gram is nooit toegestaan.

(x) Ik heb geconstateerd dat de flowerbed(s) in strijd met het bepaalde in artikel 2.1.3 van het Vuurwerkbesluit niet was/waren voorzien van een Nederlandse gebruiksaanwijzing als bedoeld in dat artikel;

(x) Ik heb een flowerbed (zonder de verpakking) gewogen. Deze had een gewicht van 14,6 kilogram."

3.3.1. Voor de beoordeling van het middel zijn de volgende artikelen van belang:

- Art. 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen:

"1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen, indien een redelijk vermoeden is gerezen dat door handelingen met stoffen of preparaten ongewenste effecten zullen ontstaan voor mens of milieu, regelen worden gesteld met betrekking tot het vervaardigen, in Nederland invoeren, toepassen, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen, vervoeren, uitvoeren en zich ontdoen van deze stoffen of preparaten.

2. (...)

3. Onze Minister kan omtrent in een maatregel krachtens het eerste lid geregelde onderwerpen nadere regels stellen."

- Art. 2.1.1 (oud) Vuurwerkbesluit (Stb. 2002, 33):

"Consumentenvuurwerk moet voldoen aan door Onze Minister te stellen eisen. Daartoe behoren in ieder geval eisen omtrent:

a. (...)

b. (...)

c. de aard, samenstelling, constructie en eigenschappen."

- Art. 2.1.3 (oud) Vuurwerkbesluit:

"1. Consumentenvuurwerk moet zijn voorzien van:

a. de aanduiding: Geschikt voor particulier gebruik;"

- Art. 1 van de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 (Stcrt. 2004, 36) (hierna: de Regeling):

"In deze regeling wordt verstaan onder: b. lading: samenstelling van de sas en de hoeveelheid sas in vuurwerk."

- Art. 9, eerste lid, van de Regeling:

"De lading van consumentenvuurwerk voldoet aan de in bijlage III per categorie gestelde eisen."

3.3.2. De Bijlage waarnaar art. 9, eerste lid, van de Regeling verwijst houdt, voor zover van belang, in:

"A.1 niet-gecompartimenteerd - lading: uitsluitend zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 2,5 gram;

B.1 niet-gecompartimenteerd vuurwerk zonder knal tot een gewicht van ten hoogste 100 gram;

B.2. niet-gecompartimenteerd vuurwerk met knal - lading tot een gezamenlijk; gewicht van ten hoogste 40 gram; lading voor het knaleffect uitsluitend zwart buskruit tot een gewicht van ten hoogste 1 gram per lading."

3.4. Het middel klaagt onder meer dat de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen voor zover bewezen is verklaard dat het consumentenvuurwerk wat betreft de aard, samenstelling, constructie en/of eigenschappen niet aan de "Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004" voldeed. Die klacht treft doel. Uit de door het Hof gebezigde bewijsmiddelen kan niet volgen dat de in de bij de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 behorende Bijlage III aangegeven maximaal toegestane lading van het vuurwerk in de zin van art. 1 van de Regeling telkens was overschreden.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de middelen voor het overige geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt het bestreden arrest;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Arnhem, Economische Kamer, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 27 september 2011.