Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP9874

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27-05-2011
Datum publicatie
27-05-2011
Zaaknummer
10/03150
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP9874
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Familierecht. Belang bij hoger beroep. Partij heeft ondanks inschrijving van uitspraak in eerste aanleg waarbij echtscheiding is uitgesproken belang bij hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking, nu de echtscheiding slechts tot stand komt door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van een echtscheidingsbeschikking die in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:163 lid 1 in verbinding met art. 1:20 lid 2 BW).

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 163
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011, 1183
RvdW 2011/681
NJ 2011/255
RFR 2011/95
JWB 2011/274
JPF 2011/92
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

27 mei 2011

Eerste Kamer

10/03150

DV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De vrouw],

thans verblijvende op een geheime locatie,

VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het incidentele cassatieberoep,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 152554/FA RK 08-4787 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 15 april 2009;

b. de beschikking in de zaak 200.037.231 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 20 april 2010.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De man heeft een verweerschrift in het incidenteel cassatieberoep ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt in het principale beroep tot vernietiging en verwijzing en in het incidentele beroep tot verwerping.

3. Beoordeling van de middelen in het principale en in het incidentele beroep

3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) Partijen zijn op 5 december 2005 met elkaar gehuwd. Bij inleidend verzoekschrift, ingediend op 16 december 2008, heeft de vrouw voor zover thans van belang de rechtbank verzocht echtscheiding uit te spreken met veroordeling van de man tot betaling van een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud van € 2.750,-- per maand.

(ii) De rechtbank heeft bij beschikking van 15 april 2009 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en de man veroordeeld tot betaling van alimentatie aan de vrouw van € 2.420,-- per maand met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

(iii) De man heeft in hoger beroep één grief opgeworpen en heeft in de toelichting daarop onder meer het volgende gesteld.

"Het hoger beroep richt zich tegen de door de rechtbank opgelegde alimentatieverplichting. De man meent dat die nevenvordering niet voor toewijzing vatbaar is. Gelet op het moment waarop de alimentatieverplichting op grond van de beschikking van de rechtbank ingaat, richt dit hoger beroep zich eveneens uitdrukkelijk tegen de echtscheiding."

(iv) Het hof heeft de man niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep voor zover gericht tegen de echtscheidingsuitspraak en heeft daartoe in rov. 7 als volgt overwogen.

"Hoewel de man niet in het petitum van zijn appelschrift heeft verwoord dat het hoger beroep ook is gericht tegen de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding, heeft hij ter terechtzitting van het hof verklaard dat hij dit wel zo had bedoeld.

Ter zitting is echter gebleken dat de echtscheidingsbeschikking reeds is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand - zij het zonder medeweten van de man - zodat hij geen belang meer heeft bij dit deel van zijn appel."

3.2 Het eerste middel in het principale beroep klaagt dat de niet-ontvankelijkverklaring van de man in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de echtscheidingsuitspraak, rechtens onjuist is. De klacht is terecht voorgesteld.

Blijkens de bestreden beschikking is het hof veronderstellenderwijs ervan uitgegaan dat het hoger beroep mede was gericht tegen de door de rechtbank uitgesproken echtscheiding. Met zijn oordeel dat de man geen belang heeft bij dat gedeelte van zijn hoger beroep omdat de echtscheidingsbeschikking reeds is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand heeft het hof miskend dat een echtscheiding slechts tot stand komt door inschrijving van een echtscheidingsbeschikking die in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:163 lid 1 in verbinding met art. 1:20 lid 2 BW). De beschikking van het hof kan derhalve niet in stand blijven.

3.3 De in het tweede principale middel en de in het incidentele middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

in het principale beroep:

vernietigt de beschikking van het gerechtshof te Arnhem van 20 april 2010;

verwijst het geding naar het gerechtshof te Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing;

in het incidentele beroep:

verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, A. Hammerstein, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 mei 2011.