Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP9406

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17-05-2011
Datum publicatie
17-05-2011
Zaaknummer
10/00726
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP9406
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Verzoek bij appelschriftuur. De rechter is niet gehouden op een bij appelschriftuur gedaan verzoek tot oproeping van getuigen te beslissen. Alleen een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Dat volgt uit art. 287.3.a Sv (vgl. HR LJN BJ9346). De omstandigheid dat verdachte in hoger beroep niet werd bijgestaan door een raadsman maakt dat niet anders.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 287
Wetboek van Strafvordering 450
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJB 2011, 1143
RvdW 2011/655
NJ 2011/245
NBSTRAF 2011/187
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

17 mei 2011

Strafkamer

nr. 10/00726

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 14 augustus 2009, nummer 23/002915-08, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op het verzoek de aangeefster als getuige te horen.

3.2. Wat betreft de procesgang kan in cassatie van het volgende worden uitgegaan:

(i) blijkens de appelakte is op 3 juni 2008 namens de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Haarlem van 23 mei 2008;

(ii) aan de appelakte is een als schriftelijke bijzondere volmacht als bedoeld in art. 450, derde lid, Sv opgevatte brief van de verdachte gehecht. Deze brief houdt onder meer in:

"Met deze uitspraak ben ik niet mee eens en wil in hoger beroep.

(...)

Graag wil ik u verzoeken om [betrokkene 1] te laten getuigen bij deze zaak voor een duidelijkheid."

(iii) uit de stukken van het geding kan niet worden afgeleid dat de Advocaat-Generaal bij het Hof op het onder (ii) bedoelde verzoek heeft beslist;

(iv) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt niet in dat de verschenen verdachte het verzoek de aangeefster [betrokkene 1] als getuige te horen aldaar heeft herhaald;

(v) het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep noch de bestreden uitspraak houdt een beslissing van het Hof in op het onder (ii) genoemde verzoek.

3.3. Bij de beoordeling van het middel dient te worden vooropgesteld dat de rechter niet is gehouden op een bij appelschriftuur gedaan verzoek tot oproeping van getuigen te beslissen. Alleen een herhaald, ter terechtzitting gedaan verzoek noopt tot een beslissing. Dat volgt uit art. 287, derde lid onder a, Sv (vgl. HR 24 november 2009, LJN BJ9346, NJ 2009/607). De omstandigheid dat de verdachte in hoger beroep niet werd bijgestaan door een raadsman maakt dat niet anders.

3.4. Gelet op het vorenoverwogene was het Hof niet gehouden te beslissen op het in het middel bedoelde verzoek. Het middel faalt.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 mei 2011.