Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP3851

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29-03-2011
Datum publicatie
29-03-2011
Zaaknummer
09/02460
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP3851
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Bewijsmiddel ex art. 344.1 aanhef sub 2 Sv? De tot het bewijs gebezigde verklaring van X t.t.z. in h.b. bevat onderdelen die niet kunnen worden aangemerkt als mededelingen van f&o die door X zelf zijn waargenomen of ondervonden, maar hebben te gelden als mededelingen van deskundige aard. In aanmerking genomen dat het pv van de t.z. in h.b. niet inhoudt dat het Hof X tevens als deskundige heeft beëdigd heeft het Hof, door zijn verklaring t.t.z. voor het bewijs te bezigen zonder blijk te geven de specifieke deskundigheid van X te hebben onderzocht, de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/486
NJB 2011, 865
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

29 maart 2011

Strafkamer

nr. 09/02460

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 mei 2009, nummer 20/003798-07, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt erover dat het Hof als bewijsmiddel een getuigenverklaring heeft gebezigd, terwijl onderdelen van die verklaring alleen als deskundigenverklaring tot het bewijs kunnen worden gebezigd.

3.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

"hij op 27 mei 2006 te Baexem, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Rijksweg, op zodanige wijze heeft gereden, althans gestuurd, dat hij met dat voornoemd voertuig van de weg is geraakt, waardoor hij tegen een boom is gereden, door welke gedraging van verdachte gevaar op de weg kon worden veroorzaakt."

3.2.2. Met betrekking tot de bewezenverklaring heeft het Hof - met inbegrip van hier niet overgenomen voetnoten - het volgende overwogen:

"Vaststaande feiten

Het hof stelt de volgende feiten vast:

- op 27 mei 2006 te Baexem, gemeente Heythuysen, was verdachte bestuurder van een personenauto en reed daarmee op de weg, de Rijksweg;

- de Rijksweg te Heythuysen is gelegen buiten de bebouwde kom van de gemeente Heythuysen en is opengesteld voor het openbare verkeer. De weg is voorzien van een ongeveer 7 meter brede rijbaan, welke ter plaatse is verdeeld in twee gelijkwaardige rijstroken, bestemd voor het verkeer in twee richtingen. Aan weerszijden van de rijbaan zijn grasbermen gelegen. Daarnaast is een fiets-/bromfietspad gelegen. In de bermen rechts naast deze fietspaden staat een rij bomen. De Rijksweg is een belangrijke verbindingsweg tussen Roermond en Weert. Het betreft een veel gebruikte en daarom in het algemeen een drukke weg. Komende uit de richting van Baexem en gaande richting Weert komt men vanuit een flauwe bocht naar rechts op een recht stuk weg. Gezien de bandensporen in de berm (afstand tot botspunt ongeveer 112 meter is de bestuurder de berm in gereden, en heeft deze berm en het aldaar gelegen fietspad over een lange afstand gevolgd. Vervolgens is hij tegen een boom gebotst. Het voertuig stond nagenoeg vast tussen een boom en een lantaarnpaal en was total loss. De boom was zwaar beschadigd.

- De bestuurder is met zijn voertuig al op geruime afstand van de boom van de weg geraakt. Vervolgens heeft hij frontaal de boom aan de rechterzijde van de weg geraakt en is linksom omgeslagen met de achterzijde van het voertuig tegen de lantaarnpaal aan. De bestuurder is ongeveer 112 meter voordat hij met zijn voertuig tegen de boom botste met de rechterwielen de berm ingereden. Er werden ter plaatse geen rem-/blokkeersporen aangetroffen.

- Bij deze manoeuvre reed de bestuurder over het fiets-/bromfietspad en volgde dit over vrij lange afstand.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

1. De verdediging heeft bepleit dat verdachte van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat noch uit de stukken noch uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep voldoende aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat verdachte gevaarzettend gedrag op de weg heeft vertoond, aangezien hij enkel tegen een boom is gereden en daarbij de veiligheid van andere weggebruikers niet in gevaar is gekomen.

2. Daarnaast is door verdachte naar voren gebracht dat de aanrijding werd veroorzaakt door technische mankementen aan de huurauto die hij bestuurde. Volgens verdachte was de multiriem eraf en kon hij tengevolge daarvan niet meer sturen dan wel remmen en was hij toen tegen de boom gereden.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

1. Volgens artikel 1, lid 1, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994 moet onder 'wegen' worden verstaan: "Alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten."

In de onderhavige zaak is komen vast te staan dat verdachte met zijn auto op enig moment de berm van de Rijksweg te Baexem, zijnde een veel gebruikte weg, is ingereden en dat hij die berm en het daarnaast gelegen fietspad blijkbaar zonder te remmen over een afstand van meer dan 100 meter heeft gevolgd en vervolgens tegen een boom tot stilstand is gekomen.

Verdachte heeft bij deze manoeuvre over het fietspad gereden en dit over een vrij lange afstand gevolgd.

Het hof is van oordeel dat reeds door dit rijgedrag van verdachte wel degelijk gevaar op de weg kon worden veroorzaakt.

2. [Betrokkene 1], die op 29 april 2009 ter terechtzitting in hoger beroep als getuige is gehoord, heeft verklaard dat hij bij het technisch onderzoek geen gebreken aan de auto heeft geconstateerd. Voorts heeft hij verklaard dat hetgeen door verdachte is aangevoerd (een multiriem die eraf was gegaan), mede gelet op de in de auto ingebouwde veiligheidssystemen, geen noemenswaardige invloed zou hebben gehad op de bestuurbaarheid van de auto. De multiriem is namelijk slechts van belang voor de stuurbekrachtiging en de aandrijving van de dynamo.

Zou de multiriem er op enig moment af zijn gegaan, dan zou de auto op dat moment functioneren als een auto zonder stuurbekrachtiging, hetgeen bij enige snelheid op een nagenoeg rechte weg nagenoeg geen invloed heeft op de door de bestuurder gevoelde zwaarte van het sturen. Ook het ten gevolge van een ontbrekende multiriem niet meer aangedreven worden van de dynamo heeft, aldus de getuige, geen invloed op de bestuurbaarheid van de auto. Hetgeen door verdachte is aangevoerd heeft geen invloed op het remvermogen van de auto, aldus de getuige.

Uit het door [betrokkene 1] verrichte technisch onderzoek van de huurauto van verdachte is komen vast te staan dat het voertuig vóór de aanrijding rijtechnisch in een voldoende staat van onderhoud verkeerde. Ook werden door hem aan het voertuig geen gebreken vastgesteld die een aanrijding tot gevolg zouden kunnen hebben gehad.

Getuige [betrokkene 2], algemeen medewerker bij [A] dat de betreffende auto aan verdachte had verhuurd, heeft op 15 juni 2006 verklaard dat een medewerker van het autoverhuurbedrijf heeft gekeken naar het sturen/remmen en optrekken van de betreffende auto en daarbij geen technische problemen heeft geconstateerd.

Ten aanzien van de door verdachte gestelde mankementen aan de huurauto is het hof, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat het betrokken voertuig gebreken vertoonde, laat staan gebreken die het ongeval veroorzaakt zouden kunnen hebben.

Het hof verwerpt het verweer in al zijn onderdelen.

Bewezenverklaring

Op grond van de redengevende feiten en omstandigheden, zoals deze volgen uit de hierboven vermelde vaststaande feiten en bewijsoverwegingen en de aan deze onderdelen ten grondslag gelegde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, (...)."

3.2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 april 2009 houdt in:

"De voorzitter doet de derde getuige voor het gerechtshof verschijnen. Deze doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- of verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van verdachte te zijn en legt vervolgens op de bij de wet voorgeschreven wijze in handen van de voorzitter de belofte af de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.

De getuige [betrokkene 1], geboren op [geboortedatum] 1949, technisch ambtenaar regiopolitie Limburg-Noord, wonende te [woonplaats], verklaart als volgt.

Op 2 juni 2006 heb ik technisch onderzoek gedaan naar het ongeval. In het proces-verbaal is abusievelijk de datum van 3 juni 2006 vermeld. Dat is een typefout. De auto was veilig gesteld bij een takelbedrijf. Ik ben niet op de plaats van het ongeval geweest. Dat heeft te maken met de prioriteitstelling. De afdeling is dag en nacht bereikbaar; er werken 5 à 6 mensen. Bij artikel 5 en 6 Wegenverkeerswetzaken waarbij sprake is van een eenzijdig ongeval zonder gewonden, wordt alleen onderzoek aan het voertuig verricht.

De schade aan de Opel Astra is onderzocht. Ik heb aan de auto geen gebreken geconstateerd die van invloed konden zijn op het ongeval. Op welk moment de airbags geactiveerd zijn is niet vast te stellen. De remmen hebben wij wel kunnen controleren. De rechterwielophanging was afgerukt en het remsysteem was daardoor gedeeltelijk uitgeschakeld. Het voertuig was voorzien van een diagonaal gescheiden tweekringsremsysteem. Het linkervoor - en rechterachterwiel werden voldoende beremd. De multiriem die aan de motor zou moeten zitten was niet meer aanwezig. Die riem drijft de dynamo en stuurbekrachtiging aan. Als de multiriem kapot gaat valt de stroom uit, evenals de stuurondersteuning, maar de auto blijft wel bestuurbaar. Omdat de stuurondersteuning wegvalt moet bij het sturen meer kracht worden gezet. Ik had foto's van de schade van het voertuig tot mijn beschikking. Het was voor mij niet meer te achterhalen of de multiriem voorafgaand aan dan wel ten gevolge van het ongeval kapot gegaan is. Indien de multiriem defect is, werkt de stuurbekrachtiging niet meer. Het ontbreken van de stuurbekrachtiging heeft bij het rijden met enige snelheid op een nagenoeg rechte weg nagenoeg geen invloed op de zwaarte bij het sturen. Het, ten gevolge van het ontbreken van de multiriem, niet aangedreven worden van de dynamo heeft geen invloed op de bestuurbaarheid van de auto. Er is ook geen invloed op het remvermogen. De remmen worden daardoor niet geblokkeerd. Je merkt bij het sturen direct als de multiriem kapot is. Indien de riem onderweg kapot gaat, raak je niet de macht over het stuur kwijt, daarvoor zijn in de auto veiligheidssystemen ingebouwd. De multiriem is ongeveer 1,5 cm breed en is voorzien van v-groefjes. Hij gaat niet zo gauw stuk. Hij kan wel wat droog worden maar de multiriem heeft een lange levensduur.

Ik heb bij de Opel Astra geen andere gebreken geconstateerd. De bandenspanning was goed. Er was ook geen sprake van een klapband. De profilering van de banden was voldoende. In het rechtervoorwiel zat nog boomschors. Het voorwiel is als gevolg van het ongeval kapot gegaan. Ik heb mijn bevindingen gerelateerd in een proces-verbaal dat ik aan verbalisant [verbalisant 1] heb toegezonden.

Ik kan geen uitspraak doen over de snelheid waarmee verdachte heeft gereden. Er zijn met betrekking tot dergelijke ongevallen geen botsproeven gedaan. Het spoor begon 112 meter vóór de botsplaats. Indien 80 km per uur wordt gereden, duurt het 5 à 6 seconden voordat de auto tegen de boom botst. In die korte tijd kun je nog wel corrigeren; ook indien de multiriem defect zou zijn. Om de multiriem op spanning te houden zitten er spanrollen op, evenals op de distributieriem van de motor. Het is mogelijk dat je die hoort piepen. In het geval een spanrol kapot gaat, is het mogelijk dat ook de distributieriem kapot gaat. Dat heeft geen invloed op het rijgedrag van de auto maar de motor houdt er wel mee op. Je kunt dan nog wel remmen en sturen.

De voorzitter houdt de getuige de verklaring van verdachte d.d. 13 juni 2006 voor, voor zover inhoudende: "Ik reed ongeveer 70 km per uur, nog geen 80 en schakelde de auto naar de vierde versnelling. Nadat ik had geschakeld voelde ik dat de auto begon te schokken. De voorbanden van de auto gingen volop op de rem. Ik voelde dat de auto naar rechts schoof. Door de regen was de weg glad. Ik kon op dat moment geen gas meer geven en niet meer remmen. Het sturen ging erg zwaar, maar mogelijk sloeg de auto op het stuurslot."

De getuige verklaart hierop het volgende.

Ik heb geen verklaring voor het blokkeren van de voorwielen. Dat de auto op het stuurslot is geslagen is mij niet gebleken. Mijn bevindingen komen daarmee niet overeen. De Opel Astra had een antiblokkeersysteem (ABS). Het gevolg van een defecte multi- of distributieriem is anders dan verdachte heeft verklaard. De auto zou door het ABS niet mogen gaan slippen. Het slippen heeft te maken met frictie met het wegdek. Het blokkeren van een wiel wordt door het ABS voorkomen. Een snelheid van 80 km per uur is voor de betreffende weg geen hoge snelheid."

3.3. De tot het bewijs gebezigde verklaring van [betrokkene 1] ter terechtzitting in hoger beroep bevat onderdelen die niet kunnen worden aangemerkt als mededelingen van feiten en omstandigheden die door [betrokkene 1] zelf zijn waargenomen of ondervonden, maar hebben te gelden als mededelingen van deskundige aard. In aanmerking genomen dat het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 29 april 2009 niet inhoudt dat het Hof [betrokkene 1] tevens als deskundige heeft beëdigd heeft het Hof, door zijn verklaring ter terechtzitting voor het bewijs te bezigen zonder blijk te geven de specifieke deskundigheid van [betrokkene 1] te hebben onderzocht, de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd.

3.4. Het middel slaagt.

4. Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het derde middel geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.

5. Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 29 maart 2011.