Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP2747

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-02-2011
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
10/05041 U
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP2747
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Uitlevering door Nederland aan Rusland. HR: art. 81 RO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RvdW 2011/342

Uitspraak

22 februari 2011

Strafkamer

nr. 10/05041 U

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Amsterdam van 2 november 2010, nummer RK 10/4424, op een verzoek van de Republiek Rusland tot uitlevering van:

[De opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Utrecht, locatie Nieuwersluis" te Nieuwersluis.

1. De bestreden uitspraak

1.1. De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter fine van strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - het feit zoals dat is omschreven in het tussen [ ] geplaatste deel van "The decision about attraction as the accused" van 16 september 2009 die als bijlage is gehecht aan de bestreden uitspraak, welk feit naar Nederlands recht strafbaar is gesteld bij de art. 2 en 10 Opiumwet.

1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor zover deze niet een genoegzame beschrijving bevat van het feit waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard, dat de Hoge Raad de uitlevering toelaatbaar zal verklaren voor het feit zoals omschreven in de tussen haken geplaatste delen van de aan de bestreden uitspraak gehechte bijlage, en dat de Hoge Raad het beroep voor het overige zal verwerpen.

3. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 februari 2011.