Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:HR:2011:BP1380

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22-03-2011
Datum publicatie
22-03-2011
Zaaknummer
10/03402 A
Formele relaties
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2011:BP1380
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Cassatie
Inhoudsindicatie

Antilliaanse zaak. Verwerping bewijsverweer. Betrouwbaarheid getuigenverklaring. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN BA5858. Het Hof heeft de verklaringen van X betrouwbaar geacht en voor het bewijs gebezigd, nu de door X geschetste toedracht, zoals vervat in de bewijsmiddelen, voldoende details bevat van de gebeurtenissen en naadloos aansluit bij de verklaringen van de aangeefster, de overige getuigenverklaringen en het proces-verbaal van politie. Van deze stukken kan niet worden gezegd dat het Hof deze redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Zij behoefden dan ook niet op dezelfde wijze te worden aangeduid als is vereist met betrekking tot voor een bewezenverklaring redengevende feiten en/of omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJ 2011/147
RvdW 2011/438
NJB 2011, 816
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

22 maart 2011

Strafkamer

nr. 10/03402 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 18 februari 2010, nummer H 186/09, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren op [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Huis van Bewaring "Bon Futuro" op Curaçao.

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A.M. Seebregts, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en tot verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2. Beoordeling van het eerste middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3. Beoordeling van het tweede middel

3.1. Het middel klaagt over de verwerping door het Hof van een bewijsverweer.

3.2.1. Ten laste van de verdachte heeft het Hof bewezenverklaard dat:

"1. dat hij op 6 januari 2009 op het eiland Curaçao tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldkist en een hoeveelheid geld toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd door diens mededader, met het oogmerk die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld uit het trekken van [slachtoffer 1] aan haar kleding, waardoor [slachtoffer 1] ten val kwam en het tevoorschijn halen van een vuurwapen, en het [slachtoffer 1] aan te manen zijn mededader geld te geven en te schreeuwen: "als je blijft schreeuwen zal ik op je schieten".

2. dat hij op 6 januari 2009 op het eiland Curaçao tezamen en in vereniging met anderen een vuurwapen in de zin van de Vuurwapenverordening 1930 voorhanden heeft gehad."

3.2.2. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

a. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]:

"Heden omstreeks 11.00 uur hoorde ik iemand roepen. Mijn woning is voorzien van hekwerk aan de voorkant van de porch. Ik zag buiten een voor mij onbekende man staan, die tegen mij zei dat hij een credit bon voor [betrokkene 1] is komen betalen. Mijn dochter doet zaken in credit bonnen. Ik zei dat [betrokkene 1] al betaald had. Ik zag dat de man een witte envelop met daaraan een briefje van NAF. 100.- vast hield. Ik besloot het hekwerk open te doen. Op het moment dat ik het hekwerk opendeed kwam de dader op me af, hield mij aan mijn kleren vast en rukte mij de woonkamer naar binnen. Ik zag dat hij een vuurwapen in zijn hand had. Hiermee dreigde hij me om geld aan hem te geven. Ik begon heel hard te schreeuwen; de dader zei tegen mij dat hij mij zou schieten als ik zou blijven schreeuwen. In de woonkamer viel ik op de grond. De dader pakte mij weer vast aan mijn kleren en sleurde mij de slaapkamer in. Hij zei tegen mij "geef mij geld, ik wil geld". Ik wees hem een rood geldkistje op mijn nachtkastje aan. Hij pakte het geldkistje en vroeg om meer geld. Ik antwoordde dat ik niets meer had. Toen verliet hij mijn woning."

b. een proces-verbaal van politie, opgemaakt door de opsporingsambtenaren [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4], voor zover inhoudende als relaas van de verbalisanten dan wel een of meer van hen:

"Op dinsdag 6 januari 2009, omstreeks 11.45 uur werd door de Centrale Meldkamer doorgegeven dat er net een diefstal met geweldpleging op de [a-straat 1] was begaan. Tevens werd doorgegeven dat de verdachten in een lichtblauwe auto, Kia Rio 2007, met kenteken [AA-00-BB] in de richting van Marchena Hardware waren gevlucht. Op dat moment bevonden verbalisanten zich in het gehucht Marchena. Onmiddellijk stelden verbalisanten een onderzoek in in Juicio en Veeris naar de verdachten en de auto. Ter hoogte van [b-straat 1] zagen wij bedoelde auto op het erf van het perceel [b-straat 1] staan. Tevens zagen wij een man het huis naar binnenlopen via een openstaande deur. Het erf van het perceel [b-straat 1] is niet voorzien van een omheining. De motorkap van de auto, met kenteken [AA-00-BB] was nog warm. Hierna liepen verbalisanten naar de openstaande deur en een openstaand schuifraam. Via de deur en het raam zagen verbalisanten een viertal mannen, waarvan er twee zaten en twee stonden. Verbalisanten zagen hoe zij geld aan het tellen waren. Verbalisant [verbalisant 2] maande met luide stem de mannen om met de handen omhoog naar buiten te komen. Buiten gekomen werden de mannen [betrokkene 2], [verdachte], [betrokkene 3] en [betrokkene 4], aangehouden ter zake van diefstal met geweldpleging en overtreding van de Vuurwapenverordening 1930."

c. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [verdachte]:

"Mijn bijnaam is [bijnaam verdachte]. Ik woon al vier maanden bij [b-straat 1]. Ik verblijf in een kamer in de woning van [betrokkene 2]. Hij is vandaag ook aangehouden. Ik heb de auto, Kia Rio, met kenteken [CC-00-DD] eind november/begin december geleend van een goede vriend van mij, [betrokkene 5], bijgenaamd "[bijnaam betrokkene 5]". Voordat de politie kwam, zijn "[bijnaam betrokkene 6]" en ik in de Kia Rio aan komen rijden."

d. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3]:

"Ik ben nu bereid de waarheid te vertellen, Bij de overval waren betrokken [verdachte], [betrokkene 6], een man die [verdachte] "Kleine" noemde en ik. Op 6 januari omstreeks 11.15 uur was ik thuis en hoorde ik een auto buiten toeteren. Ik zag dat [verdachte] achter het stuur zat van de lichtblauwe auto, Kia Rio, en dat [bijnaam betrokkene 6] op de passagiersplaats zat. [verdachte] zei dat ik in de auto moest stappen. Ik besloot toen om in de auto te gaan zitten. Hierna is [verdachte] "Kleine" gaan halen, die onder de boom nabij de zijweg van Marchena Hardware stond. "Kleine" is ingestapt. Toen wij in de omgeving van het huis nabij AMAK waren, begon [verdachte] te vertellen wat wij gingen doen. Toen hij voor het oranje huis stond, zei [verdachte] dat wij in dat huis moesten gaan, dat de vrouw die daar woont in bonnen handelt, dat de vrouw twee geldkisten heeft waarin veel geld zit, dat die geldkisten in de tweede kamer zijn, dat de slaapkamers aan de linkerkant liggen, dat een van de kisten groen/grijs is en de andere oranje, dat in de groen/grijze kist ca. NAF. 1.500,- zat en in de oranje NAF. 700,- à NAF. 800,-. Hij zei tegen mij en "Kleine" dat wij uit moesten stappen, de vrouw moesten gaan beroven. [verdachte] heeft de beroving bedacht. Hij is degene die over de beroving begon te praten. Hij is ook degene die in de omgeving van het huis heeft gereden."

e. een proces-verbaal van politie, voor zover inhoudende als verklaring van [betrokkene 3]:

"Ik was in het bezit van een vuurwapen. Het betrof een nikkelkleurig pistool. Ik heb het vuurwapen op 6 januari omstreeks 11.20 uur van [verdachte] gekregen. Toen de vrouw de poort had opengemaakt had ik het vuurwapen tussen mijn broeksband en heup. Pas toen wij in de woonkamer waren, heb ik het vuurwapen tevoorschijn gehaald. Na de beroving heb ik zowel het vuurwapen als het geldkistje gelijk aan [verdachte] overhandigd. Nadat ik de overval had gepleegd ging ik op de afgesproken plaats op [verdachte] wachten. Hij belde mij op en zei dat ik meer naar rechts moest lopen. Daar ben ik in de auto gestapt."

3.2.3. Het bestreden vonnis houdt onder "Aanvullende bewijsmotivering" voorts het volgende in:

"Ondanks hetgeen door de verdediging is aangevoerd omtrent de geloofwaardigheid van en de discrepanties in de verklaringen van de medeverdachte [betrokkene 3] ten aanzien van de betrokkenheid en de rol die verdachte in het geheel heeft gespeeld, ziet het hof geen aanleiding om de door [betrokkene 3] geschetste toedracht, zoals vervat in de bewijsmiddelen, niet te volgen. Deze toedracht bevat voldoende details van de gebeurtenissen en sluit naadloos aan op de verklaringen van de aangeefster, de overige getuigenverklaringen en het proces-verbaal van de politie van bevindingen en aanhouding van 6 januari 2009."

3.3. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging

(a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en

(b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend.

Het voorgaande geldt echter niet voor feiten en/of omstandigheden die ten grondslag worden gelegd aan een weerlegging van verweren inzake de betrouwbaarheid van het gebezigde bewijsmateriaal of aan de verwerping van een verweer dat bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen. Zulke feiten en/of omstandigheden zijn immers niet redengevend voor de bewezenverklaring dat de verdachte het aan hem tenlastegelegde feit heeft begaan (vgl. HR 23 oktober 2007, LJN BA5858, NJ 2008/70).

3.4. Het Hof heeft de verklaringen van [betrokkene 3] betrouwbaar geacht en voor het bewijs gebezigd, nu de door [betrokkene 3] geschetste toedracht, zoals vervat in de bewijsmiddelen, voldoende details bevat van de gebeurtenissen en naadloos aansluit bij "de verklaringen van de aangeefster, de overige getuigenverklaringen en het proces-verbaal van de politie van bevinding en aanhouding van 6 januari 2009". Van deze stukken kan niet worden gezegd dat het Hof deze redengevend heeft geacht voor de bewezenverklaring. Zij behoefden dan ook niet op dezelfde wijze te worden aangeduid als is vereist met betrekking tot voor een bewezenverklaring redengevende feiten en/of omstandigheden.

3.5. Het middel is tevergeefs voorgesteld.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 22 maart 2011.